Door de oorlog in Iran staat de wereldhandel opnieuw onder druk. Olieprijzen stijgen en kunstmest wordt duurder. De voedselprijzen volgen. Voor de derde keer in zes jaar tijd moeten voedselproducenten schakelen. Drie experts vertellen over hoe de voedselverwerkende industrie zijn commerciële slagkracht kan behouden in deze volatiele wereld.
De wereld was al onrustig, maar de oorlog in Iran markeert een nieuw omslagpunt. Iran blokkeert de Straat van Hormuz, waardoor een vijfde van 's werelds olie en vloeibaar aardgas (LNG) niet meer verhandeld kan worden. Ook 20 tot 30% van de wereldwijde kunstmestproductie vindt plaats in landen gelegen aan de Straat en wordt nu niet meer verhandeld. De gevolgen sijpelen snel door naar de voedselketen: hogere dieselprijzen, duurdere kunstmest, stijgende transportkosten. Na de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne is dit de derde grote schok in korte tijd. "We zijn gewend aan tien, twintig, zelfs dertig jaar van relatieve voorspelbaarheid", zegt dr. Bart de Steenhuijsen Piters, senior onderzoeker voedselsystemen aan Wageningen Universiteit. "Je kon een excelsheet invullen bij de Rabobank en dan kreeg je je lening omdat iedereen ervan uitging dat de situatie stabiel bleef gedurende de looptijd. Die tijd is voorbij."
Bart de Steenhuijsen Piters
Toch is niet elke verstoring hetzelfde, en dat maakt anticiperen lastig. "De oorlog in Oekraïne had een veel groter effect op de gasprijs destijds dan deze crisis op de olieprijs nu", zegt Peter van Rossem, hoofd Inkoop bij Verstegen Spices & Sauces. "Doordat Europa zijn energiemarkt sindsdien anders heeft georganiseerd, schiet de gasprijs nu minder dramatisch omhoog." Het verschil in effect zorgt ervoor dat de ene sector harder wordt geraakt dan de andere.
Marco Balhuizen, partner en hoofd sector team Food & Agri bij Nysingh advocaten en notarissen, vult aan: "Tussendoor lag er ook een containerschip dwars in het Suezkanaal. Dat heeft een fundamenteel andere invloed op de voedselindustrie dan een verstoring van de oliehandel."
Ofwel: elke crisis heeft zijn eigen logica en gevolgen. Wie denkt dat hij er klaar voor is op basis van de vorige crisis, kan volledig worden verrast door een volgende. Peter herkent dit vanuit de inkooppraktijk. "Tijdens de coronapandemie dachten we snel tekorten te krijgen, maar in India was de oogst uitstekend. Dat zorgde wel voor hogere transportkosten, maar nog niet meteen voor duurdere grondstoffen. Dat merkten we pas een seizoen later. Als gevolg van gestegen kosten eerder in de keten, plantten boeren minder aan." De vertraging zit ergens in de keten. De schok komt… maar niet altijd daar en wanneer men deze verwacht.
De huidige crisis raakt vooral de intensieve veehouderij in Nederland bijzonder hard. "Die sector importeert veel goedkoop veevoer en exporteert relatief goedkoop vlees", legt Bart uit. "Transportkosten schieten omhoog, terwijl kunstmest duurder of zelfs onbetaalbaar wordt. De komende tijd zal het veevoer uit Brazilië, Amerika en van andere grote producenten daardoor duurder zijn. En landen die voorheen trouw leverden, zoals de Verenigde Staten, zijn minder betrouwbare handelspartners gebleken." Voor Afrikaanse boeren zijn de gevolgen nog directer. "Die hebben twee opties: betalen voor duur kunstmest, of het gewoon niet gebruiken. Ze kiezen vaker voor het laatste. Dat leidt tot lokale voedselschaarste met mogelijk binnenlandse onrust tot gevolg."
Ook de verpakkingsindustrie zal de pijn voelen, omdat olie de grondstof is voor plastic. Marco: "En dat na een jaar waarin virgin plastic uit de VS en China zó goedkoop was dat recyclage niet meer loonde. De omschakeling naar weer méér gerecycled materiaal is waarschijnlijk niet snel gemaakt, maar kan toch lonen als de olieprijs langer hoog blijft."
Marco Balhuizen
Hoe kun je als voedselproducent dan wél voorbereid zijn? Bart heeft een kader ontwikkeld op basis van onderzoek naar veerkrachtige systemen, waarbij hij niet alleen keek naar de voedselindustrie, maar ook in de natuur en het menselijk lichaam. Hij noemt het ‘het ABCD van weerbaarheid’. "De A staat voor agency: je bent geen slachtoffer van de situatie, maar je kunt handelen. B is buffering: het systeem heeft reserves om klappen op te vangen. C is connectivity: je kunt communiceren met andere systemen voor steun. En D is diversity: er is niet één oplossing; er zijn meerdere routes."
Peter en Marco herkennen die vier principes direct in hun eigen praktijk. Verstegen heeft na de coronapandemie zijn voorraadbeheer flink omgegooid: "We zijn van 50 ton naar 100 ton voorraad gegaan", vertelt Peter. "Met onze veiligheidsvoorraad kunnen we nu 50 tot 52 weken vooruit. Daarvoor hielden we 30 weken aan. Opslag was tijdens de pandemie enorm duur geworden omdat alle bedrijven tegelijk meer voorraad aanhielden. Inmiddels is meer opslag genormaliseerd en de prijs ervan gestabiliseerd."
Marco benadrukt dat weerbaarheid ook in contracten verankerd moet worden. "Als jurist adviseren wij klanten bijvoorbeeld om een ‘hardship’-clausule op te nemen: een vangnet voor de gevolgen van situaties die van tevoren niet te voorzien zijn. Vaak ligt de nadruk tijdens contractonderhandelingen op de beste prijs, maar wat gebeurt er als de afgesproken prijs na verloop van tijd niet meer aansluit bij de actuele markt- en kostenontwikkelingen? Het begint dus bij bewustzijn bij inkopers en verkopers over hoe je afspraken maakt om risico's te mitigeren."
En als een contract al voorziet in een afspraak over prijswijziging, bijvoorbeeld door middel van indexering: welke indexatie gebruik je dan? "We komen helaas vaak tegen dat daar niet goed over is nagedacht en gemakshalve wordt verwezen naar een algemene index als een CPI. Maar die geldt voor consumentenprijzen. Wat is het onderwerp van jóuw contract? Is het de bouw van een productielocatie of een lading grondstoffen? Dát bepaalt hoe je een passende indexatie vormgeeft."
Peter van Rossem
Een logische reactie op verstoorde wereldhandel lijkt: meer lokaal inkopen. Ook die strategie kent echter grenzen, waarschuwt Bart. "Als je te lokaal werkt, loop je tegen lokale klimaatproblemen aan. Een tegenvallende oogst en je hebt geen andere bronnen. Bovendien is lokale productie vaak duurder."
Peter herkent dit bij Verstegen. "We kijken wel uit naar lokale initiatieven om exotische kruiden en specerijen te kweken. Maar dat is nog erg kleinschalig. Onze focus ligt op meerdere leveranciers voor strategische grondstoffen.” De kunst is een gezonde mix. "Goede lokale aanvoer gecombineerd regionale en wereldwijde bronnen maakt een weerbaarder systeem dan volledig inzetten op één van de drie", concludeert Bart.
Niet elk bedrijf kan even makkelijk diversifiëren, zegt Marco. "De diervoedersector is in staat om te innoveren en op andere markten actief te worden. Neem de ‘shift’ van enkel veevoer naar ook aquacultuur. Een slachterij daarentegen kan niet heel veel anders doen dan karkassen verwerken. Wij adviseren bedrijven hoe ze risico kunnen spreiden door zich bijvoorbeeld te verbreden vanuit hun huidige positie. Of misschien is het juist beter als ze zich gaan richten op ‘niches’; in het vinden van premium afzet."
Peter, laconiek: "Op de meeste situaties valt helaas niet te anticiperen. Je moet mee met de flow." Van fatalisme is echter geen sprake. Alle drie de experts zijn het erover eens dat bedrijven wel degelijk invloed hebben op hun eigen weerbaarheid — mits ze hun kwetsbaarheden kennen. "Breng dus in kaart waar je kwetsbaar bent", adviseert Marco. "Niet alleen in de supply chain en de eigen organisatie, maar ook contractueel. Pas dan kun je gerichte aanpassingen treffen."
Bart sluit af met een bredere observatie die de urgentie benadrukt: "Ons voedselsysteem is eigenlijk heel fragiel en de overheid heeft nauwelijks beleid voor grote verstoringen. Wat doen we als er onvoldoende veevoer is? Daar is nu geen antwoord op. Een stabiel systeem kan zich aanpassen, heeft buffers, staat in contact met andere systemen en kan terugvallen op diverse oplossingen. Dat is het einddoel."
Kortom: onzekerheid is de nieuwe realiteit. Wie dat accepteert en er systematisch op inspeelt, houdt zijn commerciële slagkracht - ook als de volgende klap komt.
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026