Foodsector kwetsbaar door afhankelijkheid van aardgas
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

Foodsector kwetsbaar door afhankelijkheid van aardgas

  • 29 april 2026

De Nederlandse voedingsmiddelenindustrie blijft gevoelig voor schommelingen op de energiemarkt. De oorlog met Iran onderstreept opnieuw hoe sterk de sector leunt op fossiele energie. Die afhankelijkheid werkt door in kosten, investeringen en het tempo van verduurzaming.

Kostenstijging vooral zichtbaar in transport

De impact van de huidige spanningen is op korte termijn deels gedempt. Veel bedrijven hebben hun energieprijzen afgedekt via langlopende contracten. Daardoor blijven directe kostenstijgingen voorlopig beperkt.

De grootste druk zit nu in transport. Kosten voor wegvervoer, containers en luchtvracht lopen op. Zelfs bij een snelle beëindiging van het conflict blijven energieprijzen naar verwachting langer hoog. Schade aan productie- en transportfaciliteiten speelt daarin een rol. Zodra energiecontracten later dit jaar aflopen, krijgen bedrijven alsnog te maken met hogere prijzen.

Energiebesparing blijft achter

Sinds de energiecrisis van 2022 daalde het energieverbruik met 5,5 procent. Dat is aanzienlijk minder dan de gemiddelde daling in Nederland van 11 procent. Gecorrigeerd voor lagere productie komt de besparing uit op slechts 3 procent.

Aardgas blijft met ongeveer 70 procent de belangrijkste energiebron. Het gasverbruik daalde met 8 procent, terwijl het elektriciteitsverbruik juist met 12 procent steeg.

Bedrijven die eerder investeerden in elektrificatie hebben momenteel een voordeel. De prijs van elektriciteit ligt relatief lager dan die van gas. Dat komt doordat de koppeling tussen beide prijzen minder sterk is dan tijdens de energiecrisis van 2022.

Verduurzaming loopt tegen grenzen aan

De overstap naar alternatieven verloopt moeizaam. Veel productieprocessen vragen hoge temperaturen, vaak boven de 100 graden. Deze zijn lastig te elektrificeren. Waterstof kan technisch een oplossing zijn, maar is economisch niet haalbaar.

Voor processen met lagere temperaturen zijn alternatieven zoals geothermie en restwarmte mogelijk. De beschikbaarheid daarvan is echter beperkt en afhankelijk van locatie. Elektrificatie via e-boilers of warmtepompen vraagt bovendien veel extra capaciteit, terwijl netcongestie uitbreiding belemmert.

Ook de financieringsstructuur remt investeringen. Bedrijven vervangen installaties slechts eens per 10 tot 20 jaar. Duurzame opties kennen vaak langere terugverdientijden, terwijl afzetcontracten meestal kortlopend zijn. Daardoor blijven veel bedrijven voorlopig afhankelijk van aardgas.

Abnamro.nl

Bron: ABN AMRO