De mondiale voedselprijzen zijn in maart opnieuw gestegen. Het is de tweede maand op rij met een plus. Daarmee neemt de druk op grondstofmarkten en kostprijzen in de voedingsindustrie verder toe. Volgens de FAO hangt de stijging vooral samen met oplopende energieprijzen, in combinatie met de spanningen in het Nabije Oosten. Tegelijk blijft de beschikbaarheid van granen wereldwijd relatief ruim, wat verdere prijsstijgingen voorlopig afremt.
De FAO Food Price Index kwam in maart uit op 128,5 punten. Dat is 2,4 procent hoger dan in februari en 1,0 procent boven het niveau van een jaar eerder. De stijging hangt vooral samen met hogere olieprijzen.
Volgens FAO-hoofdeconoom Máximo Torero blijft de impact voorlopig beperkt. “Price rises since the conflict began have been modest, driven mainly by higher oil prices and cushioned by ample global cereal supplies.”
De prijsindex voor plantaardige oliën steeg met 5,1 procent. Alle belangrijke oliën namen in prijs toe, mede door verwachtingen van hogere vraag naar biobrandstoffen. Suiker liet de grootste stijging zien, met 7,2 procent, door verwachtingen dat Brazilië meer suikerriet inzet voor ethanol.
De graanprijzen stegen met 1,5 procent ten opzichte van februari. Tarwe werd 4,3 procent duurder door droogte in de Verenigde Staten en lagere inzaaiverwachtingen in Australië. Maïsprijzen namen licht toe, waarbij ruime beschikbaarheid wereldwijd een remmend effect had.
De rijstprijzen daalden met 3,0 procent. Dit komt door oogsttiming, zwakkere importvraag en valuta-effecten.
De FAO verwacht dat de wereldwijde tarweproductie in 2026 uitkomt op 820 miljoen ton. Dat is 1,7 procent lager dan een jaar eerder. Hogere energie- en meststofprijzen zorgen voor extra onzekerheid in de markt.
Volgens Torero kunnen boeren hierdoor keuzes maken die gevolgen hebben voor opbrengsten. “Those choices will hit future yields and shape our food supply and commodity prices for the rest of this year and all of the next.”
Tegelijk blijft de wereldwijde graanvoorraad op een relatief comfortabel niveau. De voorraad- tot verbruiksratio wordt geraamd op 32,2 procent.
Bron: FAO