Bolscher realiseert 92% minder CO₂-uitstoot
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

Bolscher realiseert 92% minder CO₂-uitstoot

  • 07 april 2026
  • Door: Mirella Freriks, Mikrocentrum

Wat als je als vleesproducent besluit om compleet anders naar je eigen impact te kijken? Niet beginnen bij zonnepanelen of elektrische auto’s omdat dat hoort, maar bij de fundamentele vraag: doen wij vandaag dingen die we over tien jaar nog steeds kunnen volhouden? Dat is precies hoe Roy Bolscher, algemeen directeur van vleesverwerker Bolscher in Enschede, het aanpakt. 

Vleesverwerker Bolscher wil niet de grootste zijn, maar wel de meest vooruitstrevende in de manier waarop het met zijn omgeving omgaat. Roy beschrijft het scherp: “Bij duurzaamheid denkt iedereen aan duur. Hier gebruiken we het woord volhoudbaarheid. Dat zijn de dingen die je doet, die je over tien jaar nog kan doen. Anders beginnen we er niet aan.” Die aanpak levert niet alleen waardering en inzichten op, maar ook indrukwekkende resultaten: 92% CO₂-reductie in zeven jaar tijd. Waar veel bedrijven beginnen met het product, draaide Bolscher het perspectief om. Eerst kijken wat het pand verbruikt, uitstoot en weggooit en dan pas optimaliseren wat erin gebeurt. Warmte in een vleesverwerkend bedrijf? Dat hoort daar juist níét te zijn. “We moeten alles zo koud mogelijk houden als vleesbedrijf”, benadrukt de algemeen directeur.

Hitte als grondstof

Bolscher keek als een ingenieur naar de balans tussen kou en warmte. Bij koelen wordt gebruikelijk warmte uit het gebouw afgevoerd en op het dak afgegeven, terwijl die warmte ook benut zou kunnen worden. Met andere woorden: waarom warme lucht wegblazen terwijl er een cv-ketel staat die gas verbruikt om water te verwarmen? Waarom water verdampen met energieverslindende installaties, als het ook mechanisch te verwijderen is door te centrifugeren? Door deze eenvoudige maar significante keuzes worden processen omgedraaid, ontdaan van verspilling en logisch ingericht. 

Warmte die vrijkomt uit terugkoelcellen wordt nu gebruikt om het water in de CV-ketel voor te verwarmen, wat 30 tot 40% minder gasverbruik oplevert. De krattenwasser werd aangepast zodat drogen met warme lucht niet meer nodig is. Die wordt nu heel hard rondgedraaid, waarmee het water eraf geslingerd wordt, waarbij de kratten koud en direct bruikbaar uit de machine komen. Het zijn geen grote woorden of glimmende certificaten. Het zijn vooral veel kleine keuzes die optellen. Roy Bolscher lacht wanneer hij vertelt dat er bewust gras ligt in plaats van grind: “Het draagt misschien 0,000001% bij aan CO₂-reductie, maar ik word er blij van.” Juist dat plezier blijkt de motor achter al die stappen.

Resultaat in cijfers 

Waar veel bedrijven worstelen om enkele procenten uitstoot te reduceren, deed Bolscher iets bijna ongelooflijks. “We zijn van 1.260 ton CO₂-uitstoot per jaar naar 91 ton gegaan, een reductie van 92% in zeven jaar tijd.” Niet door één gouden investering, maar door alles te tellen, alles te vergelijken en steeds opnieuw de vraag te stellen: kan dit slimmer, stiller, kleiner? “Hoeveel kilowatt stroom heb ik nodig? Hoeveel liter diesel verbruik ik per jaar? Hoeveel kub gas verbruik ik per jaar? Dat hebben we allemaal teruggerekend naar kilowatt en naar CO2, met de wetenschap dat je alles wat op stroom gaat, kunt vergroenen. Voor wat op gas en op diesel gaat, is dat moeilijker. Dus pakten we iedere keer iets van diesel of gasverbruik op, en maakten dat elektrisch. Dan koop je groene elektrische stroom in en zet je er een vinkje bij.”

Voorop lopen doet soms pijn

Natuurlijk gaat dat niet zonder frictie. Verandering raakt mensen, vooral wanneer het dichtbij komt. Van brandstofauto’s overstappen naar elektrisch was een van de lastigste thema’s. Medewerkers zijn trots op hun auto, de kleur, het merk. Maar wie vooroploopt, heeft simpelweg minder keuze. Soms moet je doorzetten voordat er draagvlak ontstaat. Intussen is de markt veranderd en kijkt niemand meer raar op van elektrisch rijden.

Die volharding loont. Want pas wanneer je het zélf goed op orde hebt, kun je iets van leveranciers verwachten. Bolscher wil geen duurzaamheid eisen zonder het zelf eerst voor te leven.

Een pad dat nooit af is

CO₂ is vrijwel volledig aangepakt; slechts de laatste paar procent is nog een uitdaging. Dus verschuift de focus nu naar de volgende grote opgave: stikstof. “Als vleesproducent zijn wij onderdeel van het stikstofvraagstuk waar Nederland mee te maken heeft”, aldus Roy. Tegelijkertijd wordt breder gekeken naar andere manieren om de impact verder te verkleinen, waaronder slimmere en beter recyclebare verpakkingen. De komende tien jaar ligt de lat opnieuw hoog. Voor Bolscher is volhoudbaarheid geen checklist, maar een mindset. 

Een opmerkelijke uitspraak van Roy is er één die je misschien niet van een slager verwacht: “We moeten minder vlees eten.” Niet omdat het verdienmodel wankelt, vindt hij, “maar omdat kwaliteit het altijd wint van hoeveelheid.” Die eerlijkheid maakt de boodschap sterk: de vleesindustrie verandert. Kleinere vleesporties, verschuiving naar on the move, regelgeving en CO₂-doelen zetten de toon voor de toekomst. Roy ziet verduurzaming vooral als iets waarin bedrijven elkaar moeten meenemen. “Het is een ketenprestatie. De fout die de politiek maakt, moeten we als branche niet maken. Kies op tijd. Als je heen en weer gaat, krijg je niemand mee; in Nederland niet, maar hier in het bedrijf ook niet. Het moet heel duidelijk zijn: We staan nu hier, en gaan dáár naartoe.”

bolscher.nl
mikrocentrum.nl

Praktijkverhalen, zoals deze van Bolscher, vormen de basis van het kennisprogramma waar het Food Tech Event op 20 en 21 mei in de Brabanthallen over gaat: samen leren van bijzondere praktijkcases: food-tech-event.nl

Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026