Koelen en vriezen is bij productie, opslag en transport van voedingsmiddelen essentieel. Het gebruik van synthetische koudemiddelen wordt sinds 2015 door Europese wetgeving stapsgewijs afgebouwd. Die uitfasering is in een versnelling gekomen. “De branche moet nú in actie komen”, waarschuwt Edwin Ernste, directeur van Celsis.
Veel koelinstallaties werken nog met traditionele synthetische koudemiddelen (F-gassen). Dit zijn koudemiddelen met een hoog GWP (Global Warming Potential). Om het milieu te beschermen is in 2015 een Europese verordening in werking getreden om het gebruik van deze gefluoreerde koudemiddelen langzaam af te bouwen. In 2024 is echter een nieuwe F-gassenverordening (2024/573) van kracht geworden. Er zijn daarbij nieuwe quota afgesproken die nu leiden tot een versnelde uitfasering van deze koudemiddelen. Bovendien mogen bestaande koelsystemen per 1 januari 2030 niet meer worden bijgevuld met een koudemiddel met een GWP hoger dan 2.500.
“Het gaat opeens heel snel”, zegt Edwin Ernste van Celsis; adviseur in en leverancier van koel- en klimaattechniek. “De toegestane hoeveelheid te produceren F-gassen is in 2024 verlaagd naar 24,3%. In 2027 wordt dit 12,3%. Dat veel bedrijven in de voedingsindustrie dat nog niet in de gaten hebben, zien we aan de doorlopende vraag naar traditionele F-gassen. Die worden echter, vooruitlopend op de afnemende quota, steeds minder geproduceerd en vervangen door gassen met een laag GWP en door natuurlijke koudemiddelen.”
Als de vraag hoog blijft en het aanbod afneemt… dan stijgt de prijs. Het is de eerste les die je leert bij economie. “Er komt echter een moment dat er niet meer voldoende geleverd kan worden. Bovendien wordt er sinds 1 januari 2026 een extra belasting geheven op koudemiddelen met een hoog GWP. Hoe hoger de GWP, hoe hoger ook de toeslag per kilo koudemiddel”, aldus Edwin. De vraag naar natuurlijke koudemiddelen zoals propaan, ammoniak en CO2 zou veel harder moeten groeien dan nu het geval is, maar een koelinstallatie kun je volgens Edwin niet zomaar vullen met een ander koelgas. Ventielen, verdampers en compressoren moeten meestal worden vervangen. En dat kost tijd en geld. Nu actie nemen is dus verstandig: om te voorkomen dat je stilvalt.
In plaats van het aanpassen van een bestaande installatie kan het veel aantrekkelijker zijn om een nieuwe te realiseren: vooral oudere koelinstallaties gaan inefficiënt met energie om. “Een lagere Total Cost of Ownership, een hoger rendement én gebruik van natuurlijke koudemiddelen zorgt voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering”, stelt Edwin. “Bovendien kun je een nieuwe installatie beter afstemmen op je productieproces, gebruik maken van ‘remote control’-mogelijkheden en integreren in een gebouwmanagementsysteem. Dan kun je pieken en dalen in energieverbruik opvangen en compenseren met bijvoorbeeld zonne-energie of batterijopslag. Gezien de snelle daling in het aanbod van synthetische koudemiddelen door de versnelde uitfasering, is het belangrijk nu keuzes te maken. Vanaf 2032 is het bijvoorbeeld al niet meer toegestaan om apparatuur bij te vullen met een koudemiddel met een GWP boven 750. Er mag dan nog uitsluitend gerecycled koudemiddel of een natuurlijk koudemiddel worden gebruikt.”
Een andere belangrijke verandering is de verplichte certificering voor het werken met natuurlijke koudemiddelen. Met ingang van 29 september 2025 gelden er al nieuwe certificeringregels voor monteurs. Voor installatiebedrijven en bedrijven met een eigen koeltechnische dienst, betekent dit bijscholing. “Er is een overgangsperiode”, legt Edwin uit. “Monteurs met een F-gas certificering die al met alternatieve koudemiddelen werken en over een vakbekwaamheidscertificaat A, B, en/of C beschikken, blijven tot 12 maart 2029 gecertificeerd. Daarna dus niet meer. Vanaf 29 maart 2026 kan examen afgelegd worden voor nieuwe certificeringen die zeven jaar geldig blijven. Dus ook dáár moet men snel in actie komen, zeker gezien het huidige tekort aan technisch personeel. Trek nu mensen aan en leidt ze op.”
Elk bedrijf in de voedingsmiddelenindustrie heeft een unieke koel- en vriesbehoefte. “Het zijn altijd maatwerksystemen”, zegt Edwin. “Het toepassen van natuurlijke koudemiddelen vraagt dus ook om maatwerk. We nemen onze adviesfunctie daarbij heel serieus. Zo organiseren we vier keer per jaar een kennisseminar. En elke twee weken belichten we in ons Experience Center specifieke aspecten van koel- en klimaattechnologie; zoals natuurlijke koudemiddelen en de toepassingen en consequenties daarvan. We ontwerpen en assembleren regelmatig koelinstallaties voor toepassingen in de voedingsindustrie met gebruikmaking van natuurlijke koudemiddelen. Zo zien we dat in de vleesindustrie vooral ammoniak wordt toegepast, terwijl in de groente- en fruitsector vaak CO2 als koudemiddel wordt ingezet. Elke keuze heeft te maken met de specifieke wensen en eisen voor productie, opslag en transport. Voor advies op dit gebied kunnen installateurs ons natuurlijk altijd benaderen.”
Foto's: © Marcel van Engelenburg
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026