Rob Kamphuis: ‘Stop de discrepantie in voorschrift en uitvoering’
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

‘Stop de discrepantie in voorschrift en uitvoering’

  • 24 november 2025
  • Door: Judith Witte en Esther van der Lelie

Voedselveiligheid is de basis van de voedselindustrie. Dát zou het uitgangspunt moeten zijn voor álle betrokkenen: voor leveranciers, klanten, auditors, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de overheid. Rob Kamphuis van Labaz Hygiëne Concepts is er eerlijk over: “In de praktijk zien we rare dingen gebeuren.” 

“In de voedingsindustrie hanteren we wettelijke gebruikers- en hygiënevoorschriften om voedselveiligheid te garanderen. Helaas pakt dit in de praktijk niet altijd goed uit; regelgeving, voorschriften en/of auditors spreken elkaar zelfs tegen.” De doorgaans goedlachse Rob vervolgt serieus: “En dán kan de voedselveiligheid op het spel komen te staan. Dat gaat ons aan het hart. Bij Labaz verkopen we allereerst voedselveiligheid, geen producten.”

Verificatie-test

Om te illustreren dat dat in de praktijk lastig uitpakt, geeft hij een voorbeeld. “Bij een klant, een vleesverwerkend bedrijf, meet ik de concentratie van een desinfectiemiddel. Ik schrijf een kalibratierapport, waarop ik reflecteer. De NVWA stelt vervolgens dat de meting niet goed is uitgevoerd. Ik vraag me af of er misschien iets fout is gegaan en voer een verificatie-test uit met een 1% titratie; er kan natuurlijk een/tiende afwijking zijn. Dat is niet het geval. Ik informeer daarop de klant én de NVWA dat de dosering klopt en ik het niet eens ben met de bewering van de NVWA. Bij grote uitzondering krijg ik een contramonster van het desinfectiemiddel, dat ik ook titreer. Mijn bevindingen blijven gelijk. Van de NVWA hoor ik niets meer.”

 Omdat Rob niets hoort van de NVWA, zoekt hij contact met het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Hij legt bovenstaande casus aan hen voor, maar krijgt van hen eveneens geen uitsluitsel. Wel komt er een uitleg. Rob: “Ze melden dat ‘Als u claimt dat u desinfecteert, u zich aan de wettelijke gebruiksvoorschriften dient te houden.’ Dat klopt. Op de gebruiksaanwijzing staan de regels die van toepassing zijn. We zien echter dat de voorgeschreven contacttijden voor desinfectie vaak niet worden gehaald. In mijn beleving wordt in voedselverwerkend Nederland heel veel ge-audit en gecontroleerd. Maar het kan toch niet zo zijn dat er een audit of controle is voor iets dat niet in het wettelijke gebruiksvoorschrift past of kan?” 

‘Dat wringt bij mij’

Rob komt met een tweede voorbeeld. “Kijk naar het reinigen en desinfecteren van de zool van schoenen of laarzen. De contacttijd tussen borstel en middel is waarschijnlijk minder dan een seconde. Kan een zool dan gedesinfecteerd zijn? Naar mijn mening niet. Ik ben bang dat als er een audit komt – ongeacht door welke instantie deze audit wordt uitgevoerd - dit een overtreding oplevert. De contacttijd voor schoen met middel wordt wel benoemd, maar niet gehaald. Het is tegen de voorschriften om dan desinfectie te claimen.” 

Meestal wordt voor de reiniging een gecombineerd middel voorgeschreven; een middel dat geschikt is voor de reiniging van licht verontreinigde zaken. “Zo’n zool is meestal niet ‘licht’ verontreinigd!” stelt Rob. “In het ergste geval zitten er zelfs nog stukken vlees onder. Het zou effectiever zijn om alleen een reinigingsmiddel te gebruiken. Dat mag echter niet. Reiniging én desinfectie zijn vereist. Dat wringt bij mij. Ik verkoop toch niet een N-nummer voor iets waarvoor het gebruiksvoorschrift niet wordt nageleefd, en waarop handhaving niet mogelijk is? Dat vind ik heel lastig. In offertes van concullega’s herken ik geregeld het (winst)oogmerk. Dat mag, vind ik, niet het uitgangspunt zijn.”

Desinfecteren om het desinfecteren?

“Als een klant aan mij vraagt: ‘Moet ik desinfecteren?’, zeg ik: ‘Nee; als je kunt aantonen dat je bacteriologisch hebt schoongemaakt, biedt desinfectie geen toegevoegde waarde, hooguit extra veiligheid… Maar je móet het wel doen, want als er onverhoopt iets niet klopt, ben je verplicht aan te tonen dat je hebt gedesinfecteerd én voldaan hebt aan de wet. Als we desinfecteren om het desinfecteren, draait het dus niet om de voedselveiligheid. Ik begrijp dat experts benadrukken dat er áltijd infecties in de lucht kunnen hangen die door desinfectie beheersbaar zijn. Vóórdat een product op het oppervlak komt, moet de zaak aantoonbaar schoon zijn. Dus ook bacteriologisch schoon. Een oppervlak met stoom behandelen is bacteriologisch schoon, maar ik kan nergens een registratie (N-nummer) van stoom terugvinden bij het Ctgb. Ik denk dat de overheid, NVWA en auditors het doel - de voedselveiligheid borgen - voorbij schieten door controle op en handhaving van iets dat als totaalplaatje niet klopt.” 

Oproep

Daarom doet Rob graag een oproep aan zijn vakbroeders, klanten, de overheid, NVWA, auditors en anderen, die hij bondig samenvat in vijf punten: “Ten eerste: zet voedselveiligheid op één. Ten tweede: hanteer realistische richtlijnen. Haal de discrepantie weg. Zorg dat regelgeving overeenkomt met de praktijk. Op drie: pas alléén desinfectie toe waar dat van toegevoegde waarde is. Laat je leiden door het hygiënisch en/of bacteriologisch resultaat. Ten vierde: wees transparant in offertes en advisering richting klanten. En tot slot: Verkoop geen onzin! Alleen gezamenlijk kunnen we voedselveiligheid realistisch garanderen.”

www.Labaz.com

Foto: © Koos Groenewold

Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2025