Weinig bedrijven in de voedingsindustrie kampen níét met stroomuitdagingen. Bas te Riele van Aan de Stegge Twello buigt zich met collega’s geregeld over de vraag wat de meest efficiënte oplossing is. “Ja, dat vergt wat reken- en denkwerk. Maar er zijn vaak echt wel oplossingen.”
Stikstof, grond en stroom: het zijn voor veel bedrijven in de voedingsindustrie ware hoofdpijndossiers. Zeker als er moet worden verbouwd, uitgebreid of een nieuw pand gebouwd moet worden. Bas te Riele, commercieel manager bij Aan de Stegge Twello weet er alles van – in ieder geval van het dossier stroom. “Soms haken bedrijven bij voorbaat al af wegens gebrek aan stroom, terwijl er vaak echt wel oplossingen zijn.”
Aan de Stegge Twello realiseert zo’n twintig ‘turn key’ projecten per jaar, voor onder andere partijen in de voedingsindustrie. Bas: “Tot vóór de zogenaamde ‘netcongestie’ konden bedrijven bijna ongelimiteerd stroom vanuit het net - van Tennet - betrekken. Zoals bekend is dit inmiddels verleden tijd.” De afgelopen jaren trokken veel ondernemers dan ook aan de bel bij Aan de Stegge Twello met uitdagingen op het gebied van stroom. “In principe krijgen kantoor-, bedrijfsgebouwen in ieder geval tot op heden nog een stroomaansluiting; alleen een laagspanningsaansluiting van maximaal 3 x 80 ampère vanaf het net. Maar, afhankelijk van de provincie, is er per 1 juli van dit jaar mogelijk zelfs geen beschikbaarheid meer voor een laagspanningsaansluiting.”
Bas te Riele
Het gebruikersprofiel van de onderneming in kaart brengen, is essentieel om te bepalen hoeveel stroom je nodig hebt en welke opties je daarvoor inzet. Bas: “Welke machines en bouwkundige installaties heb je staan? Wat wordt eraan toegevoegd? Hoeveel stroom verbruiken die gedurende de dag? En vooral: wat is de piekbelasting van de procesinstallaties van de klant? De kunst is om de piekbelasting te reduceren.” Volgens Bas zijn de gevraagde piekbelastingen van het net en de teruglevering naar het net van Tennet, de grootste boosdoeners bij het ontstaan van de congestie. “Zonnecellen worden al langer gebruikt, maar omdat terugleveren in Nederland bijna niet meer mogelijk is en de stroomprijzen door de geopolitieke onrust fluctueren en relatief hoog zijn, worden steeds vaker batterijen gebruikt om de juiste energieoplossing te verkrijgen. Die worden meestal ingezet om zowel de piek in je eigen installatie als de piek naar het net te reduceren,” aldus Bas.
De grote vraag is: Hoe zorg je ervoor dat de onderdelen in de installatie optimaal samenwerken? Dat is namelijk steeds belangrijker geworden, meent Bas: “Vroeger bedacht je een installatie die aansloot op het net, plugde je de stekker in het stopcontact en was je klaar. Anno nu ben je aan de voorkant veel langer bezig met berekenen hoe je je stroom zo efficiënt mogelijk gebruikt. Er wordt steeds kritischer gekeken naar de inzet van onder andere gebouwinstallaties, koelmachines, laadpalen voor auto’s en vrachtwagens en randapparatuur. Moeten die zo zwaar zijn? Vooral door gebruik van software kan het gebruiksprofiel zo’n 20-30% gereduceerd worden.”
De afgelopen jaren rondde Bas met Aan de Stegge Twello vier projecten af voor bedrijven die kampten met zo’n stroomuitdaging. Onlangs klopte er nog een bedrijf aan, actief in de verpakkingsindustrie. “Het betrof een nog te bouwen nieuwbouwproject waarbij men, niet verrassend, ook tegen stroomgebrek aanliep. De directie wilde elk risico op uitvallende machines wegens stroomtekort vermijden.” Bas en collega’s bedachten een systeem waarbij het bedrijf straks naar schatting 84% van de stroombehoefte uit het net, de batterijen en zonnecellen gaat halen. In de case is er de laagspanningsaansluiting vanuit het net wél beschikbaar. Bas: “Die draagt bij aan het opwekken van ongeveer 15% van de benodigde stroomcapaciteit. Er is gekozen voor het opstellen van batterijen, in totaal 2.15 MwH. Ter vergelijking: dat is de capaciteit van circa 30 auto-accu’s. De batterijen worden veelal ingezet om de piekmomenten ‘af te vangen’, bijvoorbeeld als een zware procesinstallatie aangezet wordt.”
De batterijen worden geplaatst in een cascade-opstelling. “Dan kun je – anders bij een zeecontainer vol batterijen, waar ook vaak voor wordt gekozen – de batterijen individueel eruit halen om te repareren of te vervangen. Bovendien ben je flexibeler als je in de toekomst wil uitbreiden,” aldus Bas. Hij vertelt dat voor de overige stroombehoefte een geavanceerd near off-grid systeem is ontworpen, bestaande uit onder andere een gasturbine. “Dat klinkt tegenstrijdig, want de overheid wil natuurlijk het gasverbruik indammen. Maar een gasturbine mag wel, zolang je je stikstofuitstoot netjes regelt.”
De zonnecellen maken een cruciaal onderdeel uit van de near off-grid installatie, vertelt Bas. “Ze voeden de installaties tijdens gebruik, maar laden eveneens de accu’s. Er komen straks ruim 3.200 panelen op het dak te liggen. Maatgevend in de aantallen zijn de herfst en winter; dan is er minder zon. Overigens, omdat er niet teruggeleverd mag worden, heeft het in dit geval ook geen zin om het gehele dak vol te leggen.” Op basis van het systeem zal bijna 70% van het verbruik worden opgewekt vanaf de PV-cellen (zonnecellen), waarbij de accu’s nodig zijn om dit percentage te bereiken en de piek af te vangen. “Nog eens 15% komt dus vanuit het net. Alleen zal, naar verwachting, in de maanden november tot en met februari de bedachte gasturbine nodig zijn om de resterende stoom te produceren.”
Echter, de ondernemer wilde absolute zekerheid. Bas: “Stel dat het hartje winter is en de zonnecellen weinig laden, de stroom wegvalt én de gasturbine niet zou werken, dan kan inderdaad een deel van het machinepark uitvallen. Als dat langer duurt, is er een achtervang, een noodstroomaggregaat.” In dit project is gekozen voor een noodstroomaggregaat op basis van HVO100, gebruikt frituurvet. Bas: “Biogas of een andere fossiele brandstof kan ook. Aan een beetje uitstoot ontkom je niet. Het mooiste van alles is dat de uiteindelijke kW-uurprijs, inclusief alle beheer en onderhoudskosten, passend blijft bij de stroomprijs vanuit het net. De ondernemer moet wel de investering voor de near off grid-installatie doen. Een andere optie is om de gehele installatie te leasen.”
Volgend jaar zomer wordt het nieuwe pand, inclusief off-grid installatie, opgeleverd. Overigens werken Bas en collega’s ook aan (stroom)uitdagingen bij bestaande panden. “Met een relatief kleine investering in bijvoorbeeld batterijen of software kun je al een flinke slag slaan. Met je huidige installatie kan vaak veel meer dan je denkt.”
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026