Sinds de oorlog in het Midden-Oosten stijgen de energieprijzen tot ongekende hoogtes. Om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, zoeken ondernemers naar andere manieren om hun bedrijf draaiende te houden. Met wind, zon en batterij-opslag hebben ze hun stroomvoorziening meer in eigen hand. Dat is prettig. Maar makkelijk is het niet. Het vereist aandacht, tijd en investeringen.
Uit een nieuwe studie van onderzoeksbureau World Benchmarking Alliance (WBA) onder grote banken, verzekeraars en vermogensbeheerders blijkt dat slechts 2 van de 400 onderzochte bedrijven robuuste plannen hebben om te stoppen met fossiele financiering; de ING en de Zürcher Kantonalbank. Het gaat dan om plannen met een concrete tijdlijn om bestaande investeringen in producenten van fossiele brandstoffen af te bouwen en geen nieuwe fossiele investeringen meer aan te gaan. ING wil dat de komende vijftien jaar gaan realiseren. Een goede reden om in gesprek te gaan over de energietransitie met dit internationale buitenbeentje als het gaat om afbouwplannen van fossiele financiering. Samantha Reily is Sector Banker Food bij de ING. “Wij willen graag dat bedrijven verduurzamen”, bevestigt ze. “Daarom financieren we bij de bedrijven ook eigen opwek, zoals zonnepanelen, laadinfrastructuur op bedrijventerrein en warmtekrachtcentrales.”
Als Sector Banker Food komt Samantha bij veel bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie over de vloer. “Mijn ervaring is dat veel daarvan geen goed inzicht hebben in hun energiegebruik”, vertelt ze. “Ze willen wel uitbreiden en/of elektrificeren, maar denken: ‘Dat kan niet, want ik zit al aan mijn energieplafond.’ Wat iedereen daarom vandaag nog zou moeten doen, is het werkelijke gebruik in kaart brengen. Plaats bijvoorbeeld extra meters op strategische plekken in het productieproces. Maak een nulmeting! Dat hoeft je niks te kosten. Er is gewoon subsidie voor; de FlexE subsidie, en er zijn adviesbureaus die je hierbij kunnen helpen.” Vaak blijkt dat er na zo’n nulmeting rondom één of meer pieken nog best ruimte over is, zo is haar ervaring. De vervolgvraag is of je met die pieken kan schuiven.” Met behulp van nieuwe technologieën als AI en Digital Twins zijn patronen in de energiedata te herkennen, afwijkingen sneller te signaleren en optimalisatiemogelijkheden te ontdekken.
Samantha Reily
Ook aangeschoven is Erik van Acht, directeur-eigenaar van het familiebedrijf Van Acht Logistics. Ooit begonnen als een agrarisch bedrijf, is Van Acht uitgegroeid tot een specialist in opslag en transport van een breed scala aan goederen. “Onze specialisatie is de opslag van planten, groente en fruit”, vertelt hij, “maar we slaan voor onze klanten ook andere goederen op die minder temperatuurgevoelig zijn, alles in afgezonderde cellen. We werken bijvoorbeeld nauw samen met melkpoederbedrijven.” Daarnaast biedt het bedrijf zogenaamde ‘Value Added Services’, zoals uitgebreide registratie, het labelen van goederen en controles bij iedere zending. “Vrieshuizen zijn al heel lang de accu's in de markt”, stelt Erik. “We hebben al decennialang te maken met het op de juiste momenten op- en afschakelen van koeling om kosten te besparen. We hoeven misschien maar een uur of twee per 24 uur te koelen. Waarom zouden we dat doen op het moment dat stroom duur is, of als er elders in je bedrijf stroom tekort is?”
Inmiddels liggen de daken van de panden van Van Acht vol met zonnepanelen. “We produceren daarmee meer energie dan we zelf nodig hebben. In Veghel hebben we een hele grote batterij staan voor de opslag van energie. Deze is voorzien van een geavanceerd energiemanagementsysteem. Zo weten we precies wanneer stroom duur is en wanneer we aan het net leveren of juist niet.” Dit is een zeer dynamisch proces, waarbij ze samenwerken met Tennet en de plaatselijke netbeheerder. Om zoveel mogelijk profijt te hebben van de opwek en het gebruik van energie, heeft Van Acht geïnvesteerd in een bedrijf dat gespecialiseerd is in bedrijfsspecifieke energiemanagementsystemen. Operationeel zit er een eigen directie op, maar ze zijn wel mede-eigenaar.
Wat ze in de loop der jaren geleerd hebben bij Van Acht, is ‘rust creëren’. “Als je over het optimum heen gaat, ben je veel te veel aan het schakelen”, legt Erik uit. “Het opstarten van een machine kost meer stroom dan hem rustig door laten lopen. Vergelijk het met je auto, die heeft ook meer te lijden van korte dan van lange ritten en verbrandt bij die laatste veel zuiniger. Je moet er dus voor zorgen dat je machinepark rustig blijft. Dat hebben we nu 100% automatisch ingeregeld. Uiteraard kunnen wij het systeem zelf altijd overrulen. De kwaliteit van de producten staat op één, de rest is mooi meegenomen. 80 tot 90 procent van de stroom verbruiken wij in de bewaarfase. Bij productiebedrijven is dat net andersom, die hebben 80 of 90 procent in de productie zitten en 10 tot 20 procent voor het bewaren. Dan zijn die mogelijkheden beperkt.”
Erik van Acht
Toch zijn er ook voor productiebedrijven vrij snel simpele maatregelen te nemen om de energierekening omlaag te helpen. Door leidingen bijvoorbeeld beter te isoleren of gedragsaanpassingen realiseren: denk aan het uitschakelen van licht in ruimtes waar niemand (meer) is, of indien mogelijk van machines in het weekend. “Als het niet mogelijk is om de piekbelasting te verschuiven, kun je onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van opslag, zoals een batterij”, aldus Samantha. “Of ga eens praten met je buren! Stel dat bij jouw bedrijf de piek in de ochtend ligt, terwijl de buurman juist vooral in de avond veel stroom nodig heeft; dan kun je onderzoeken of er mogelijkheden zijn om stroom uit te wisselen. Kun je elkaar in de energievraag ondersteunen? Er ligt naar mijn idee zóveel potentie in dit soort oplossingen Daar wordt nog veel te weinig naar gekeken.” Denk ook aan ‘peer-to-peerhandel’, ofwel het delen van of verkopen van je eigen opgewekte stroom aan een andere eindgebruiker, zonder tussenkomst van een traditioneel energiebedrijf.
“Het probleem met Gemeenschappelijke transportovereenkomsten is dat wie geen energietekort heeft, geen noodzaak ziet om erin te stappen”, merkt Erik op. “Iedereen met wél een probleem, wil juist graag samenwerken, maar heeft niets in te brengen. Een bijkomend probleem is dat op het moment dat jij stroom levert aan je buurman, ze in Den Haag energiebelasting mislopen. Dat vinden ze niet leuk. Voor ons geldt dit gelukkig niet. We zitten op een heel groot eigen terrein, met meerdere bedrijven achter één aansluiting, maar die bedrijven zijn allemaal van onszelf. Daardoor hebben wij niets met die wetgeving te maken. Ik denk dat een belangrijk knelpunt voor de bedrijven met ruimte is, dat ze bang zijn hun oorspronkelijke transportvermogen niet terug te krijgen als ze na een paar jaar uit de overeenkomst willen stappen. Zolang die exit niet goed is geregeld, komen de GTO’s bijna nergens van de grond.”
Samantha erkent dat deze contractvorm inderdaad nog vrij nieuw is en er de nodige verbeterpunten zijn. Toch is ze vooral hoopvol. “De contracten zijn natuurlijk altijd maatwerk, maar ik kan diverse voorbeelden noemen waar die samenwerking tussen buren wel goed geregeld is. Veel ondernemers willen graag onderdeel van de oplossing zijn. Er zijn bedrijven die de ruimte hebben in hun contract én zeker weten dat ze die in de toekomst niet gaan gebruiken. Zij vinden bijvoorbeeld lokale bedrijvigheid belangrijk, of willen bepaalde bedrijven op hun bedrijventerrein behouden. Soms hebben ze er zelf duidelijk belang bij: als je kavels wil verkopen, kan dat alléén als er stroom bij zit. Het loont om samen met de netbeheerder te onderzoeken wat er zoal mogelijk is. Liander bijvoorbeeld is zeer bereidwillig om lokale hubs toe te staan én te ondersteunen. Er is veel mogelijk, maar goed energiebeheer is lastig. Er is niet één beste oplossing…”
Erik: “Absoluut. Iedere situatie is anders. De één heeft plaats voor zonnepanelen, een accu of een batterij, de ander niet. De één heeft ruimte over op zijn contract, een ander komt juist tekort. De één produceert zelf stroom, de ander niet. Door slimmer te sturen is er vaak wel veel meer mogelijk dan ondernemers zich realiseren. Vaak zijn er ook oplossingen voor blokstroom (een contractvorm van netbeheerders waarmee bedrijven gegarandeerd elektriciteit kunnen afnemen of terugleveren tijdens vooraf afgesproken tijdsblokken, red.) Dan kun je in de nacht opslaan, en dat overdag gebruiken. Zeker als je een accu of batterij eenmaal geplaatst hebt voor zelf opgewekte energie, kun je die financieel heel interessant gaan inzetten. Er zijn veel mogelijkheden om er extra opbrengst uit te trekken.” De ondernemer is zelf bijvoorbeeld bezig met het ontwikkelen van een groot, openbaar, laadplein voor elektrische vrachtwagens. “We hebben de grond, de aansluiting en de stroom. De locatie is perfect; tegen de snelweg aan”, zegt hij opgewekt. “Maarja…” vervolgt hij. “Het valt onder de noemer ‘tankstation’. Daar hebben we geen vergunning voor. Het is nog een heel traject om dat allemaal te regelen. We zijn zo twee jaar verder.”
“Het energievraagstuk is voor ondernemers heel uitdagend geworden. Het vereist aandacht, tijd en investeringen”, benadrukt Samantha. “Je móet als ondernemer nadenken over de vraag hoe jouw energievraag zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Vroeger was dat een min of meer vaststaand gegeven, nu kan de energierekening een bedrijfsrisico zijn. Dit is dus echt een onderwerp waar je een strategie op moet ontwikkelen, zeker als je er financiering op wil aanvragen. Bij het verlenen van een financiering is het een pre als wij weten dat een bedrijf grip heeft op zijn energierekening. Ga dus scenario’s uitdenken. ‘Wat als de gasprijs zich een bepaalde kant op ontwikkelt? Hoe gaan we om met tijdafhankelijke nettarieven?’ Wie nú goed inzicht heeft in zijn energieprofiel, heeft daar straks veel profijt van.”
Dat ‘straks’ laat niet lang op zich wachten: “De netcongestieproblematiek verdwijnt voorlopig niet. De situatie wordt de komende jaren alleen maar nijpender”, verwacht de Samantha. “Het adagium was lange tijd: ‘we moeten vóór 2030 van het gas af’. Dat blijkt niet realistisch. Elektrificeren gaat langzamer dan we voor ogen hadden. We moeten daarom open staan voor tussenoplossingen, zoals hybride warmtepompen. En blauwe waterstof is ook een optie. Hier geldt: ‘het perfecte is de grootste vijand van het goede.’ De meest praktische en realistische weg om vooruitgang te boeken, is kleinere stappen nemen. Dan maar niet gelijk perfect.”
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026