Toekomst van reiniging en desinfectie in de voedingsindustrie
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

De nieuwe generatie reiniging en desinfectie

  • 24 november 2025
  • Door: Isolde van Leeuwen

De eisen aan hygiëne in de voedingsindustrie worden jaar na jaar strenger. Tegelijkertijd staan bedrijven onder druk om water en energie te besparen, milieubelastende stoffen terug te dringen en personeelstekorten op te vangen. Reiniging en desinfectie zijn daardoor strategische thema’s geworden. Drie experts delen hun visie op de toekomst van schoon.

De Europese wetgeving is een grote aanjager van innovatie: biociden, plastic verpakkingen, afvalwater, energiegebruik, het gaat maar door: alles wordt strenger gereguleerd. Zo gaat volgend jaar een aanscherping van de Listeria-wetgeving in. Aldo Evers, technische directeur microbiologie van Normec Foodcare en Listeria-expert vertelt: “Volgens de aanscherping per 1 juni 2026 moet Listeria afwezig zijn in 25 gram gedurende de gehele THT óf de producent levert bewijs aan dat de uitgroei beperkt blijft tot minder dan 100 kve/g gedurende de gehele THT. Nederland en België handelden al naar deze aanscherping. Toch kan de industrie nog kritischer zijn op Listeria in de fabriek. Dat vergt testen, validatie en soms herformulering van producten.”

Anticiperen

De aangescherpte Listeria-eisen zorgen ervoor dat de productontwikkeling, een kernactiviteit, verweven raakt met reiniging, een noodzakelijke routine. “Omdat consumenten gezondere, minder zoute en conserveermiddelvrije producten willen, groeien de risico’s op bacteriële uitgroei”, vertelt Aldo. “Veel fabrikanten focussen op de uitgroei, maar juist het voorkomen van Listeria in het product is belangrijk en beheersbaar. Listeria kan zelfs bij 1 °C nog groeien, zeker in de minimaal bewerkte verse salades en sandwiches. Productontwikkelaars en kwaliteitsafdelingen moeten daarom veel nauwer samenwerken.”
Stefan Naten, Vice President Growth Enablement Europe bij Ecolab, haakt daarop in. “De druk vanuit klanten en retail is hoog. Het draait niet alleen om voldoen aan huidige regels en richtlijnen, maar om anticiperen. Grote supermarktketens willen volledige traceerbaarheid en duurzame certificering. Dat dwingt leveranciers tot het documenteren en optimaliseren van hun reinigingsprocessen.” Daarbij wordt de regelgeving rond reinigingsmiddelen niet alleen strenger, maar ook steeds complexer. “Biociden staan onder druk,” stelt hij. “De lijst van toegelaten stoffen wordt kleiner, de registratie-eisen strenger. Nieuwe middelen zijn in ontwikkeling, maar in de tussentijd is het essentieel om prioriteit te geven aan veiligheid, operationele efficiëntie en milieubeheer, gebruikmakend van de bestaande oplossingen.”

Water als kritieke hulpbron

Effectieve voedselveilige reiniging vereist vaak veel water voor het volledige reinigingsproces. En juist waterverbruik is momenteel een centraal thema, nu de druk op waterbeschikbaarheid toeneemt. Stefan: “Zelfs in Nederland en België, waar we traditioneel geen watertekort kennen, worden de normen voor lozing en hergebruik strenger. Water blijft een onmisbare hulpbron voor effectieve en voedselveilige reiniging. De uitdaging ligt niet alleen in minder gebruiken, maar ook in het slimmer inzetten, hergebruiken en behandelen ervan.” Waar leveranciers van reinigingsmiddelen eerst voor slechts de reiniging ná productie kwamen, wordt nu een oplossing gevraagd voor alle waterstromen, de zuivering en recyclage. “We zien een duidelijke trend naar water security: elke liter telt. In sommige fabrieken reduceren we het spoelwater met 30 tot 40 procent, zonder concessies aan de reinigingskwaliteit. Zomaar minder water gebruiken tijdens de reiniging of in het proces kan niet. Een dergelijke wijziging in waterverbruik heeft meestal een domino-effect. Want minder water in de reiniging leidt tot een hogere vervuilingsgraad per liter”, legt Stefan uit. Bedrijven willen steeds vaker hun water hergebruiken. “Sommige doen dat in hun eigen waterzuivering, maar de werking daarvan is fundamenteel anders als het systeem na elke reiniging water met een hogere vervuilingsgraad moet verwerken. Dat vraagt om chemische kennis én inzicht in processtromen en afvalwaterparameters.”

Droogijs

Een heel andere benadering komt van Edwin de Vries, productspecialist bij Kärcher. Als leverancier van totaaloplossing voor hygiëne in voedselproductie speelt Kärcher in op de huidige uitdagingen. Hij voorziet een sterke groei van droogijsstralen in de voedingsindustrie. Dit is een techniek waarbij met perslucht en droogijspellets vervuiling van oppervlakken verwijderd wordt. Het wordt toegepast op plekken waar traditionele reiniging lastig is. “Denk aan besturingskasten, lasnaden, transportbanden of machines met veel randjes en kantjes. Met droogijs kun je deze effectief reinigen zonder het risico op corrosie of beschadiging van elektrische componenten”, legt hij uit. “In veel productieprocessen en verpakkingslijnen is water ongewenst. Het bijzondere van deze manier van reinigen is dat het volledig droog gebeurt: zonder water en chemicaliën, zonder dat er residuen achterblijven op het oppervlak en zonder restafval. Bovendien is de CO2 waarvan het droogijs wordt gemaakt, afkomstig uit recyclingprocessen. Er komt dus geen nieuwe uitstoot bij.” De voordelen zijn duidelijk: geen spoelwater, geen chemische resten, en kortere stilstandtijden.

De plekken waarbij droogijs een verschil kan maken, kunnen ongemerkt een broedplek worden voor Listeria, beaamt Aldo: “Listeria zit in de bodem, dus alle grondstoffen zijn een bron. Maar ook mensen die met de producten werken, kunnen een besmetting meebrengen. Lijnen waarop biofilm is ontstaan vormen eveneens een groot risico.”
Juist droogijs kan een biofilm of vervuiling snel en gericht verwijderen door een combinatie van thermische en mechanische werking. Edwin: “Droogijs meegenomen in een persluchtstraal is zacht en beschadigt het oppervlak niet. Tegelijkertijd zorgt de temperatuurshock voor het losbreken van aangekoekte vervuiling. Droogijsstralen kan bijvoorbeeld tijdens een korte stop in productie aangekoekte vervuiling op een nozzle verwijderen. De CO₂ in vaste vorm sublimeert direct na impact. Er blijft niets achter.”
Maar er zijn ook uitdagingen. “Het vergt training en goede veiligheidsmaatregelen, zoals goede gehoorbescherming en voldoende ventilatie,” zegt de productspecialist. “De droogijsstraalmethode vraagt een goede voorbereiding, droogijs moet worden ingekocht en het apparaat vraagt persluchtvoorziening. Toch zien we dat bedrijven deze methode steeds vaker inzetten als aanvulling op hun reguliere schoonmaak - zeker waar nat reinigen niet kan.”

Data en kennis

Het uitproberen van technologieën als droogijs past bij wat de nieuwe randvoorwaarden voor hygiënische produceren vragen: minder routinematig schoonmaken, meer kritisch kijken. Aldo pleit daarbij voor meer gerichte omgevingsmonitoring: “De FAVV en NVWA vragen nu om zones, vaste swabpunten en trendanalyses. Je móet kunnen bewijzen dat je niet besmet bent. Continue evaluatie en documentatie zijn essentieel. Stop pas met testen op vervuiling en pathogenen totdat er een besmetting is gevonden! En wees nieuwsgierig; in de praktijk zitten besmettingen in ogenschijnlijk schone omgevingen. Kijk bijvoorbeeld ook naar dat rubber dopje van een stukje band dat flexibel kan worden toegevoegd aan de lijn eens in de zoveel tijd. Dat dopje wordt nooit goed schoongemaakt - dat kan een vaste niche worden voor een Listeria-stam die zich telkens opnieuw manifesteert. Reiniging en desinfectie zijn dus niet alleen een kwestie van chemie, het gaat eveneens om het hebben van kennis van de eigen huisflora en kritische punten. Stel; een stuk leiding of filter zorgt telkens voor besmettingen en wordt daarom keer op keer vervangen. Maar het probleem blijft terugkomen. Wat nu? Een externe partij kan dan, door breder mee te kijken en te denken, tot effectieve(re) oplossingen komen. Ik zie helaas geregeld terughoudendheid om tot actie over te gaan en een externe specialist bij een probleem te betrekken. Bij een positieve Listeria-test vraagt een klant al snel of het lab een fout heeft gemaakt.”

Stefan: “Digitale monitoring en AI geven 24/7 inzicht of de reiniging effectief is, en of er afwijkingen in waterverbruik of -temperatuur optreden. Wij zetten steeds vaker digitale tools in waarmee we foodbedrijven op afstand kunnen ondersteunen met hun onderzoek en het aanscherpen van het hygiëneplan. Die aanpak vraagt wel om wederzijds vertrouwen, en dat ligt gevoelig. Bedrijven moeten data delen met hun reinigingspartner, transparantie is cruciaal. De sector zoekt nog naar het juiste evenwicht.”

Duidelijk is dat geen enkele partij het alleen kan fixen. “De toekomst ligt in geïntegreerde kwaliteitszorg. Reiniging, microbiologie en procesbeheersing zijn geen losse eilanden meer. Alles hangt samen”, vindt Aldo. Ook Stefan ziet steeds meer gezamenlijke projecten opbloeien. “Voedingsproducenten, reinigingspartners en technologiebedrijven werken samen aan water- en energiebeheer, aan nieuwe biociden en alternatieve methoden. Transparantie en samenwerking worden de sleutel.” Edwin herkent dat. “De voedingsindustrie is traditioneel voorzichtig met nieuwe technieken. Maar zodra men ziet dat een andere aanpak of techniek minder downtime oplevert en geen residu achterlaat, ontstaat er vertrouwen. We zitten op een kantelpunt.”

Preventie

Reiniging en desinfectie worden proactieve disciplines, gevoed door data, kennis en techniek, concluderen ze alledrie. Op basis van trillingsdata, temperatuur- en waterverbruikssensoren kunnen voorspellende analyses worden gemaakt. “Een pomp die meer trilt dan normaal kan een beginnend lagerprobleem hebben,” zegt Stefan. “Door dat te koppelen aan de CIP-data is te voorspellen wanneer een reinigingscyclus niet goed meer verloopt of een storing dreigt. Zo grijpen we in vóórdat voedselveiligheid in gevaar komt.”
Ook bij Kärcher ligt de nadruk op preventie. “Met droogijsstralen kun je productieresten verwijderen zonder alles te hoeven demonteren,” legt Edwin uit. “Dat verkort de schoonmaaktijd en voorkomt dat bacteriën zich hechten. Bovendien kunnen we machines vaker en sneller reinigen, waardoor de kans op kruisbesmetting afneemt.”
Voor Normec Foodcare zit preventie in kennis en controle. “Bedrijven moeten weten welke bacteriestammen in hun fabriek voorkomen,” zegt Aldo. “Door karakterisering van isolaten kun je zien of je steeds met dezelfde stam te maken hebt. Dan weet je dat je bron niet weg is, maar telkens terugkomt.” 

De toekomst

De komende jaren zal de voedingsindustrie zich moeten aanpassen aan een nieuwe realiteit: slimmer watergebruik, doelgerichte chemie, meer data en meer kennis. Dat in de hele voedingsindustrie een structureel tekort is aan goed opgeleid personeel, ook in de reiniging en kwaliteitszorg, is een onderdeel van die realiteit. Om deze uitdaging te tackelen, ligt bij Kärcher de nadruk op vereenvoudiging. “Onze machines worden steeds intuïtiever,” zegt Edwin. “Een supervisor kan standaardprogramma’s instellen, zodat de operator die alleen hoeft te starten. Zo minimaliseer je fouten en verhoog je de veiligheid.” Techniek is één, maar gedragsverandering blijft cruciaal, meent Aldo. “Zelfs met de beste middelen is hygiëne mensenwerk. Met goed verandermanagement kan reiniging een integraal onderdeel worden van het proces.”

Kortom; reiniging en desinfectie worden slimmer, duurzamer én zichtbaarder. “Hygiëne is niet langer een verborgen proces,” aldus Stefan. “Het wordt een strategisch onderdeel van bedrijfsvoering en merkvertrouwen. Wie dat begrijpt, bouwt aan toekomstbestendige voedselproductie.”
“Listeria of andere pathogenen zullen nooit verdwijnen”, stelt Aldo. “Maar met kennis, discipline en innovatie kunnen we de risico’s beheersen.”
Edwin: “De technologie is er. Nu is het zaak dat de industrie durft te investeren. Want goed reinigen is geen kostenpost; het is een voorwaarde voor continuïteit.”

Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2025