Column Judith Witte: Dat doet de deur dicht
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

Column Judith Witte: Dat doet de deur dicht

  • 07 april 2026
  • Door: Judith Witte

Ze staan in de keuken en zijn druk in gesprek over één of andere game. Zoon, 19 jaar, leunt tegen het aanrecht en eet dampende pasta uit een schaaltje. Dochter, 22 jaar, tuurt onderwijl in de koelkast. De inhoud is zóveel uitgebreider en gevarieerder dan haar eigen exemplaar in het studentenhuis, dat het haar vast doet duizelen. “Deur dicht!” roep ik vanaf de zijlijn. 

Mijn zoon knalt handig, al pratend én etend, het nog openstaande deurtje van de magnetron dicht. Zij houdt op rechts stevig grip op de koelkastdeur, terwijl ze met links een lel geeft tegen een keukenkastdeurtje dat ook nog open stond. Nog altijd staart ze de koelkast in. Te traag naar mijn zin neemt ze een besluit. Boter... Een pak melk… oja,… kaas. En ach; wat vleeswaren. Eindelijk gaat ook koelkast dicht. Nu de vriezer. Knarsend wrikt ze de lade waarin het brood verstopt zit, open. Ik besluit niet te wachten tot ze een keus heeft kunnen maken tussen wit-, volkoren- en/of mueslibrood, maak rechtsomkeer en loop naar de kapstok. Want daar puilt al de hele winter een dikke berg winterjassen en sjaals een halve meter het halletje in. Ik ben ze zat. Met de zonnige dagen en warme temperaturen in de één-na-laatste week van maart, jeuken mijn handen om die massa naar de vliering te brengen. 

De vliering is, hoe zeg ik het netjes… een teringbende. Bij de verbouwing van de badkamer moesten er wat draden getrokken worden. Nogal wat spullen zijn toen snel en ruw aan de kant geschoven en vrij willekeurig elders weggepropt. Daarna ging de deur dicht. Bij het zien van de troep krijg ik het warm. Waar te beginnen? Maar ik heb het voorjaar in de bol, dus ga voortvarend aan de slag. Van de weeromstuit besluit ik van mijn voorjaarsschoonmaakwoede gebruik te maken en ons te ontdoen van jarenlang opgestapelde ballast. Na een ochtend hard werken ziet de vliering eruit om door een ringetje te halen. Mijn maag knort. 

In de keuken tref ik slechts wat kruimels aan op het aanrecht. Verheugd constateer ik dat alles netjes is opgeruimd. Vaat in de vaatwasser. Keukenkastdeurtjes allemaal gesloten. Snel pak ik boter en kaas, maar bij het brood uit de vriezer krijgt mijn goede humeur een knauw. De lade zit múúrvast. ‘Waarom laat iedereen toch altijd die deur zo eindeloos lang openstaan?’ mopper ik zacht. IJssplinters die bij het wrikken loskomen, spetteren me om de oren. Ik zucht. Dit kan zo niet langer. Dit vreet energie. Ook de mijne. Maar moet dit nú? Buiten schijnt de zon. 

Op de radio vertelt de nieuwslezer dat het de komende dagen flink kouder wordt. Hagel en natte sneeuw krijgen we. Mijn voorjaarsvibes moeten blijkbaar terug de koelkast in. Ik ontdooi de vriezer wel als de temperatuur buiten keldert naar rond het vriespunt. Misschien ook die winterjassen maar weer terughalen.  

Judith Witte
[email protected]

Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026