Ieder bouwproject is uniek: er komen duizend-en-één aspecten bij kijken. In de food is dat niet anders. Hoewel…? Duizend-en-één is hier een understatement. Maar projectmanager Buildings bij NIRAS in Nederland Pim Bles en zijn team draaien er hun hand niet voor om. Het is hun dagelijkse kost. En ze doen het werk met veel plezier.
“Bouwen in de food is áltijd maatwerk”, vertelt Pim. “Wanneer een producent optimaliseert of capaciteit uitbreidt, betekent dit áltijd wat voor het gebouw. Zaken als hygiënisch ontwerp, hygiënezonering, brand- en algemene veiligheid, en een efficiënte indeling van productiefaciliteiten zijn slechts enkele belangrijke aandachtspunten. De gewenste wijzigingen doorvoeren vraagt om inzicht, planning, voorbereiding en afstemming. Juist bij bouwen en verbouwen in de food ligt hier heel sterk de nadruk op. Zo’n 90 procent van ons werk bestaat uit bouwprojecten binnen operationele voedselomgevingen. Geen enkele foodproducent wil stilstand. In bestaande situaties moet er daarom vaak letterlijk óm de productie heen worden gebouwd.”
NIRAS is een advies- en engineeringsbureau dat onder andere projectmanagement, bouwkundig ontwerp (inclusief gebouwgebonden installaties waaronder HVAC) en uitvoeringsbegeleiding aanbiedt. Andere afdelingen binnen het bedrijf richten zich op proces- en packaging engineering, food technology, digitaal ontwerp en automatisering. Dankzij de interne samenwerking tussen deze expertises komen ze tot de beste oplossingen voor de vaak complexe, multidisciplinaire engineeringsvraagstukken van voedingsmiddelenproducenten.
Terug naar die stilstand die tijdens bouwactiviteiten zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Pim: “Een strakke planning is daarvoor heel belangrijk. Als het lukt, maken we zelfs bij voorkeur gebruik van een al geplande onderhoudsstop.” Of het nu een eerder geplande stop is of een ingelaste; ze hebben tijdens hun werkzaamheden altijd te maken met veel verschillende afdelingen. Productie, QA, logistiek, de technische dienst, SHE, enzovoorts; al die partijen moeten betrokken worden bij de te nemen beslissingen. “In de praktijk zijn we vaak de bemiddelaar tussen onze opdrachtgever en aannemer”, aldus Pim. Een goede planning resulteert niet alleen in meer efficiëntie, maar ook in het verkrijgen van inzicht en overzicht, weet hij uit ervaring. “We zijn sterk in het analyseren van de impact van wijzigingen en in het zorgvuldig uitwerken van de ontwerpen; al dan niet geheel volgens het BIM-principe. Ook het gestructureerd documenteren van gemaakte keuzes en het effectief coördineren van de verschillende betrokken partijen heeft altijd onze volledige aandacht. Hierin schuilt denk ik onze meerwaarde.”
Pim Bles
Het waarborgen van de hygiëne is een ander uiterst belangrijk aspect. “Dat begint al in de engineeringsfase”, benadrukt Pim. “We hanteren daarbij de geldende richtlijnen, zoals EHEDG voor materiaalgebruik en detaillering. Denk aan aandacht voor minimale horizontale vlakken, juist wel schuine aansluitingen, afgeronde hoeken en eenvoudig reinigbare oppervlakken. Om het werk goed te organiseren, delen we bouwzones in, de-zoneren we hygiënezonering door stofschotten te plaatsen en onderdruk te creëren. Stofverspreiding is een groot risico en wordt hier mee voorkomen. Voor personeel en materiaal worden daarom alternatieve routes aangelegd.”
Nog zo’n duizend-en-één-dingen aspect: bij het ontwerpen of aanpassen van systemen die het binnenklimaat van gebouwen regelen (zoals het verwarmen, koelen en ventileren van lucht) moet ook rekening gehouden worden met de verschillende hygiënezoneringen en conditioneringseisen. “Naast het creëren van de gewenste klimaatcondities in de ruimtes, zijn het toepassen van de juiste filterclassificaties en drukregimes tussen de ruimtes onderling belangrijke aandachtspunten bij HVAC-installaties, die we meenemen in het bouwproject.”
“Duurzaamheid blijft onverminderd een belangrijk thema”, vervolgt hij. “Steeds meer bedrijven maken de overstap van gas naar elektriciteit, of willen dat op korte termijn realiseren. Ook mogen we geregeld warmtepompen of buffervaten integreren in huidige systemen. Tegen foodproducenten zou ik willen zeggen: Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met nadenken over en anticiperen op (toekomstige) netcongestie- en vergunningsvraagstukken!” Dat geldt ook voor gebouwgebonden installaties en HVAC-systemen. “De uitfasering van F-gassen in koelinstallaties en warmtepompen is al lang in gang gezet, maar zorgt nu écht voor een radicale verschuiving van traditionele naar natuurlijke koudemiddelen zoals propaan.”
NIRAS werkt steeds vaker met 3D-scans en BIM, vertelt Pim. “Zo kunnen we makkelijker diverse scenario’s modelleren. Het maakt risico’s en knelpunten inzichtelijker, wat heel prettig is voor de directie en de diverse stakeholders. Het voorkomt bovendien verrassingen tijdens de uitvoeringsfase.” Zijn advies aan voedselproducenten met (ver)bouwplannen: “Betrek bouwkundigen vroeg in het proces bij het project. De meeste producenten beginnen, niet geheel onlogisch, bij de productievraag. Hun focus ligt bij de nieuwe lijn of het vernieuwde product. Wij helpen ze de vertaalslag te maken naar wat dat betekent voor het gebouw; van fundering tot en met de te nemen hygiënemaatregelen, van een gezond en veilig binnenklimaat tot en met vluchtplan. En alles daartussenin.”
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026