“Blijf verpakkingskeuzes maken die voedselverspilling tegengaan, want elk bedrijf slaat de grootste slag in duurzaamheid door minimale verspilling van alle grondstoffen.” Toine Timmermans, directeur van Samen Tegen Voedselverspilling praat geanimeerd over de enorme impact die ‘verspilling tegengaan’ heeft op duurzaamheid. Eigenlijk is het een no-brainer, want niet verspillen scheelt euro’s onder de streep.
Nieuwe wet- en regelgeving rond verpakkingen, zoals de PPWR, leidt af van waar de grootste winst te halen valt: niet verspillen, vindt Toine. Hij werkt al jaren aan duurzame voedselketens, onder andere als programmamanager duurzame voedselketen aan Wageningen University & Research (WUR). In zijn werk voor de stichting Samen Tegen Voedselverspilling ziet hij de effectiviteit van goede samenwerking in de keten.
“Verpakkingen spelen een belangrijke rol in voedselveiligheid en houdbaarheid. Hoe langer het voedsel veilig is om te consumeren, hoe kleiner de kans op verspilling. De verdeling is traditioneel dat de houdbaarheid voor 1/3 van de periode plaatsvindt bij de producent en 1/3 bij de retailer. De laatste 1/3 krijgt de consument. Hoe langer de omlooptijd, hoe langer de tijd elke fase heeft om de grondstoffen te verwerken en te consumeren.”
“Het is niet zo zeer laaghangend fruit als wel dat de kortste klap in het reduceren van milieu-impact gemaakt wordt door het geproduceerde voedsel niet te verspillen. De focus ligt nu sterk, door de aankomende verpakkingswetgeving PPWR, op duurzame, recyclebare verpakken die passen in een circulair verwerkingssysteem. Hoewel de circulariteit van verpakking zeker moet verbeteren, is dat te eenzijdig. De CO2-uitstoot van een ingepakt verwerkt voedselproduct is voor 95% toe te schrijven aan product en van die overige 5% uitstoot een klein gedeelte aan de verpakking.
De grootste winst is dus verspilling tegengaan door het product zo te verpakken dat het goed past in het consumentengedrag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een passende portiegrootte en voldoende tijd om het te consumeren door een betere houdbaarheid. In onze coalitie houdbaarheid werken producenten, supermarkten, brancheorganisaties en overheidspartners samen om consumentenbegrip van houdbaarheidsdata te verbeteren. Per jaar gooien Nederlanders namelijk miljoenen kilo’s aan perfect eetbaar voedsel weg, omdat ze de data op de verpakking verkeerd interpreteren. Op die verpakking kan door middel van iconen meer uitleg gegeven worden over bijvoorbeeld het verschil tussen Ten minste Houdbaar Tot (THT) en Te Gebruiken Tot (TGT).
Daarnaast kan de grootte van de verpakking, de portie ín de verpakking, beter inspelen op wat het huishouden daadwerkelijk gebruikt. Het aantal eenpersoonshuishoudens groeit. Als die slechts een deel van een verpakking gebruiken omdat het te veel is, eindigt de rest al snel in de prullenbak. Ook daarvoor zoeken we partners; om te kijken welke oplossingen kunnen helpen.”
“Ja, dat vind ik wel een grote afleiding veroorzaakt door de PPWR. Het is een afgezwakte wetgeving die zich richt op alléén het verpakkingsmateriaal, niet op het optimale gebruik van het gehele verpakte product. We zagen twee jaar terug een daling van 23% in verspilling, mede dankzij meer portieverpakkingen. Die daling in verspilling bij de consument thuis is nu gestagneerd, mede dankzij die insteek van het PPWR. Die wet stimuleert juist grootverpakking waarbij er minder verpakkingsmateriaal voor een product nodig is. Terwijl juist die verspilling bij de consument nu aangepakt kan worden. De meeste grote producenten en retailers hebben hun verspilling in productie en op de winkelvloer al gereduceerd en liggen op koers voor hun 2030-doelstellingen. Voor supermarkten ligt de grootste hoeveelheid CO2 nu nog in de scope 3, maar liefst 95%. Dat betekent dat de uitstoot vooral vóór de winkelvloer tijdens de verwerking plaatsvindt en nadat het de winkel verlaat; bij consumenten thuis. Die uitstoot kan gereduceerd worden door verspilling bij consumenten thuis te voorkomen.”
“We zien nog het meest koudwatervrees voor hoe consumenten een andere verpakking of aanbod ontvangen. Neem bijvoorbeeld vacuümverpakt vlees, dat beter houdbaar is en efficiënter verpakt is met minder lege ruimte in de verpakking. De businesscase was duidelijk, eigenlijk was het een no-brainer. Het scheelde geld voor de producent, en de consument verbruikte meer van het product. Het heeft tien jaar gekost om dát in de markt te krijgen, terwijl het burgerberaad dat advies gaf over klimaatmaatregelen, zich met 97% schaarde achter onze missie als stichting, Samen Tegen Voedselverspilling. In die burgerraad zaten niet alleen milieubewuste consumenten, maar ook klimaatontkenners. Het hoeft dus niet moeilijk te zijn het nut van bepaalde maatregelen om verspilling tegen te gaan, door te voeren. Er is een breed draagvlak voor.”
“Ja, ik had eigenlijk wel verwacht dat bedrijven het zouden oppakken. Er valt zoveel geld mee te besparen én de duurzaamheidsdoelstelling komen met een dergelijke maatregel in zicht. Maar ze willen niet de eerste zijn. De angst is: ‘Wat als we daarmee onszelf uit de markt prijzen?’ Het is duidelijk geworden dat één bedrijf met één innovatie een sector niet gaat overtuigen een bepaalde aanpak te adopteren. Als stichting bouwen we steeds vaker coalities op, zodat ketenpartners met elkaar de risico’s dragen van een dergelijke verandering. Als een retailer met meerdere leveranciers het voortouw neemt, zien mensen het effect van een interventie. Het geeft vertrouwen. Als een vernieuwing zichzelf in de markt bewezen heeft, zoals vacuümverpakt vlees, volgen er vanzelf meer.
We werken ook aan gezamenlijk inzicht in welke interventies werken in het terugdringen van voedselverspilling bij consumenten. We ontwikkelen nu bijvoorbeeld een ‘impact engine’, een simulatiemodel voor interventies, zoals een bepaalde portiegrootte. We starten daar op 1 april mee. Het model gebruikt data van consumenteninterventies van over de hele wereld, studies van consumentengedrag en demografische data. Met behulp van AI wordt de data geanalyseerd en zijn er persona’s ontwikkeld die bepaalde consumentengroepen vertegenwoordigen. Aan zo’n persona kan dan een interventie voorgelegd worden, bijvoorbeeld een één-persoonsverpakking van een gesneden groente: ‘Welke doelgroepen spreekt dat aan en wat is het effect ervan op de voedselverspilling in het huishouden?”
“In bredere zin valt er weinig wind-mee te verwachten vanuit de Europese Unie, ook niet voor duurzamere verpakkingen. Er zijn bijvoorbeeld al eetbare coatings die als verpakking kunnen dienen. Die worden voorlopig niet goedgekeurd door de EFSA. Hoewel ze op vele fronten al voldoen aan wat verpakkingen moeten vermelden, moet de producent óók bewijzen dat de coating een betere oplossing is dan de verpakking die hij nu gebruikt. Het is een jarenlang proces dat veel geld kost. Welke producent gaat daar alleen aanstaan?”
“Tegelijkertijd biedt Nederland een goed innovatielandschap waarin de ketens en retailers openstaan voor experimenteren. Het was kortgeleden nog in het nieuws dat Nederlandse supermarktketens tot de voorhoede behoren op gebied van duurzaamheid. In gesprekken met buitenlandse retailers komt naar voren dat die scope 3 nog niet eens als uitstoot zien waar zij wat mee moeten doen. In die zin moedig ik producenten aan om gebruik te maken van de Nederlandse proeftuin, zodat een producent goed beslagen ten ijs komt met zijn duurzame interventie in het buitenland.”
“Innovaties zoals eerder genoemd, die eetbare coatings, zijn langetermijn ontwikkelingen. In Nederland is de tijd rijp voor de al besproken interventies om consumenten te helpen met het verspillen van minder voedsel. Het is belangrijk dat producenten, bij de keuze voor een verpakking, voedselverspilling niet uit het oog verliezen. Door optimaal grondstoffen te verwerken en te consumeren is een voedselketen veel wendbaarder en weerbaarder. Het is absurd dat 40% van eetbaar voedsel verloren gaat in de keten. Nu hebben we net een uitstekend groeiseizoen achter de rug met overschotten, dan verdwijnt dat thema alweer naar de achtergrond. Maar in magere jaren kunnen we ons dat verlies helemaal niet veroorloven!”
“Uiteindelijk is het reduceren van voedselverspilling dé voor de hand liggende duurzame oplossing. Consumenten begrijpen dat, zoals blijkt uit het burgerberaad. Producenten en retailers besparen er euro’s mee én stoten minder CO2 uit. Let wel: dat kan, net als bij vacuümverpakt vlees, betekenen dat er net wat meer gewicht aan folie nodig is per kilogram product. Reken je dat echter door op het gehele verpakte product en de voorkomen verspilling, dan is dat beetje meer folie en de extra CO2-uitstoot niks als het een houdbaar product oplevert dat wél volledig geconsumeerd wordt.”
Foto's: © Bert Jansen
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026