Peter Verstrate: AI versnelt de ontwikkeling van kweekvlees
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

Peter Verstrate: ‘AI brengt kweekvlees in stroomver­snelling'

  • 20 oktober 2025
  • Door: Judith Witte

Het kweekvleesavontuur van Peter Verstrate, medeoprichter en COO van Mosa Meat B.V. begon aan het begin van deze eeuw. Preciezer: op de dag dat Willem van Eelen, de man die wordt beschouwd als ‘The Godfather’ van de kweekvleestechnologie, onaangekondigd kwam binnenwandelen bij Stegeman in Deventer. Peter was daar verantwoordelijk voor onder andere R&D en kwaliteit. “In het zitje in de centrale hal, onder het genot van een kop koffie, vertelde hij mij over zijn ideeën en plannen. Ik was meteen gefascineerd.” 

‘Kweekvlees is een alternatief met een enorme potentie’

Peter Verstrate is, zoals zoveel mensen dat zijn, een vleesliefhebber. “Je kunt er van alles van vinden, maar het principe dat we als mensen vlees eten, is wat het is”, zo stelt hij nuchter. “Even los van de discussie over dierenwelzijn, en het feit dat we er dieren voor moeten doden - wat niemand graag doet- , levert de productie van vlees en vleeswaren op diverse punten een negatieve bijdrage aan de planeet.”

‘Kan dat niet anders?’ Die vraag hebben velen met hem zich gesteld. Dat heeft geresulteerd in allerlei, vooral plantaardige, vleesalternatieven. De makers ervan doen hun uiterste best met hun product zo dicht mogelijk de echte vleeservaring te benaderen. Met wisselend succes. Maar er is ook een ánder pad. Over dat alternatief praten we op een zonnige nazomerdag samen verder. 

Hoe ging het verder, na dat kopje koffie in de hal?

“Willem van Eelen had het eerste patent op de kweekvleestechnologie verkregen, en was op zoek naar partijen om die technologie verder te ontwikkelen én te financieren. EZ was bereid om 2 miljoen euro in die missie te investeren. In het consortium zaten al wetenschappers van de universiteiten van Utrecht, Amsterdam en Eindhoven. Voorwaarde van EZ was echter dat er behalve wetenschappers ook een commerciële partij aan boord kwam; vanuit de toen ietwat naïeve gedachte het product na een jaar of vier naar de markt te kunnen brengen”, lacht Peter. “Ik zag in kweekvlees een alternatief met een enorme potentie, en vond dat we die trein niet mochten missen. Lang verhaal kort: ik werd projectleider.”

Ik mis Maastricht in het rijtje van de drie universiteiten…

“Klopt. Tijdens het project werd één van de leiders uit Eindhoven ziek, en vervangen door collega Mark Post, professor op het gebied van fysiologie in Maastricht maar ook actief in Eindhoven. Mark was net zo gefascineerd als ik in de technologie en in de mogelijkheden ervan. Nadat het project was afgerond, helaas nog zonder een concreet product, wilde hij doorgaan met wat in gang was gezet; in zijn eigen laboratorium in Maastricht. Het idee van kweekvlees was nieuw en had iets magisch. Journalisten vonden het fantastisch en schreven erover. We probeerden op allerlei manieren geld op tafel te krijgen voor een vervolg, maar de overheid ging er niet verder in mee. Ik denk dat het concept te controversieel was.” 

Toch kwam dat geld er… 

“Heel verrassend nam Sergey Brin, medeoprichter van Google en een de rijkste mensen ter wereld, contact met ons op. Hij vond kweekvlees een fantastisch concept en wilde ons helpen. Hij vond ook dat we moesten stoppen met nóg meer artikelen in kranten en tijdschriften plaatsen van mensen in labs met witte jassen en petrischalen. ‘Jullie moeten gewoon een product maken en dat opeten terwijl iedereen kijkt. Maakt niet uit wat het kost’, zo stelde hij. We zijn gaan voortborduren op de technologie die we hadden ontwikkeld waarmee we kleine spierweefseltjes konden maken. Produceer je daar héél veel van; 20.000 om precies te zijn, dan heb je een hamburger. In 2013 was het zover. We lieten onze kweekvleeshamburger in een hete pan glijden, en door twee onafhankelijke mensen opeten terwijl de wereld toekeek. Die burger kostte 250.000 euro. Inmiddels zijn we 99,999% goedkoper; we maken hem nu voor ongeveer 2,50 euro per stuk.” 

Wat is er sinds het oorspronkelijke procedé veranderd in de technologie? 

“De technologie om vezeltjes te maken is in essentie niet veranderd. In de manier waaróp zijn wel enorme vorderingen gemaakt. Zo produceerden we eerst alleen spierweefsel, maar vlees bestaat uit meer. We leerden hoe we cellen kunnen differentiëren om ook vetcellen te maken. Verder ontdekten we dat veel eigenschappen van vlees, met name de smaak, al in de cellen aanwezig is. En dat je met een relatief bescheiden inclusie van dierlijke cellen een enorme dierlijke impact kunt creëren. Andere baanbrekende veranderingen zijn dat we de yield, de opbrengst per liter in een bioreactor, enorm hebben verhoogd. Ook zijn we af van serum, ofwel bloed, als groeimedium. Het groeimedium is een van de grootste drijfveren achter de prijs van het product.”

Kun je dat toelichten? 

“Het groeimedium dat we in het begin gebruikten, was een farmaceutisch product. Het is specifiek bedoeld voor celkweek in de medische sector. Niemand maakt zich in die sector druk over de kosten ervan; geld speelt bij medische experimenten en in de farmaceutische industrie nauwelijks een rol. Voor het betaalbaar maken van onze hamburger was dat aspect natuurlijk wél belangrijk. Er moet een balans zijn tussen de prijs van het voedingsmedium en hoe efficiënt dat wordt omgezet in cellen en weefsels. Het oorspronkelijke medium, dat uit zo’n 70 ingrediënten bestaat, was een ‘allemansvriend’; een universeel product dat voor allerlei cellen moest werken. Wij zijn op zoek gegaan naar alternatieve ingrediënten; stoffen die identiek maar goedkoper zijn omdat ze bijvoorbeeld in bulk te krijgen zijn. Of in een andere zuiveringsgraad. Sommige ingrediënten konden er zelfs helemaal uit.” 

“Wat ons bij de ontwikkeling van het nieuwe, inmiddels geheel diervrije, groeimedium geholpen heeft, is onze samenwerking met feedfabrikant Nutreco. Nutreco heeft veel ervaring in het sourcen en bewaken van de kwaliteitseisen van dit soort ingrediënten. Niet zo lang geleden openden zij een pilotplant waarin ze groeimediums voor cellen produceren. We kopen het nu in tegen een fractie van de prijs die we betaalden in de farmaceutische wereld.”

Welke rol speelt AI in jullie onderzoek? 

“Door AI komt de ontwikkeling in een stroomversnelling. Bijvoorbeeld op het gebied van een digitale simulatie van het productieproces. Het opschalen van de technologie gaat samen met kostbare en tijdrovende experimenten. We zijn steeds beter in staat om het opschalingsproces digitaal te simuleren. De modellen worden gevoed met data uit bestaande experimenten. We kunnen daardoor beter voorspellen hoe hard je moet roeren, waar de peddles moeten zitten; waar, wanneer en hoelang je zuurstof in het proces moet pompen, enzovoort. Uiteindelijk moeten we dat proces natuurlijk op echte schaal valideren, met een echt medium en een echte bioreactor.” 

‘We ontdekten dat veel eigenschappen van vlees, met name de smaak, al in de cellen aanwezig is’

“Er zijn databases van tienduizenden moleculen; met informatie over hun vorm, werkzaamheid en reactiviteit”, vervolgt Peter. “Als je al die eigenschappen kunt vertalen in een biologisch systeem, kun je als ze het ware digitaal bij elkaar gooien en het AI-model laten uitrekenen wat er gaat gebeuren: welke stoffen worden opgemaakt, welke weefsels vormen zich; whatever! Dan ga je écht stappen maken! Eén van de dingen die we doen om goedkoper, beter en efficiënter te worden, is eindeloos veel alternatieven screenen voor de ingrediënten in het groeimedium. Met de digitale screenings winnen we enorm veel tijd. En als derde: de bioreactor-experimenten leveren heel veel data op: over zuurstofgebruik, afvalstoffen die gevormd worden, de opbrengst. AI is in staat daar orde in te scheppen en verbanden tussen te ontdekken, iets wat een menselijk brein op deze schaal nooit zou kunnen.”

Om toegang te krijgen tot de markt ligt er een uitgebreid novel-food dossier van Mosa Meat bij de Efsa. Een goedkeuring geldt straks echter alleen voor de technologie zoals die in het dossier staat beschreven. Maar de wetenschap staat niet stil; mogelijk verandert en verbetert de technologie ondertussen. Hoe ga je daar mee om?

“Het is waar dat we bij grote veranderingen er niet aan ontkomen het dossier opnieuw te moeten indienen. Daar hebben we mee te dealen. De kans is groot dat we tegen de tijd dat de goedkeuring verstrekt wordt, alweer wat mooiers, goedkopers en snellers hebben ontwikkeld, we gaan natuurlijk niet tweeënhalf jaar zitten duimendraaien! We hebben het dossier wel zo geschreven dat we zoveel mogelijk van de toekomstige veranderingen, die je een beetje kunt voorspellen, via bijvoorbeeld amendementen in kunt passen.”

Is dat vooruitzicht niet frustrerend?

“Ja, dat is het. Tegelijkertijd vind ik het heel waardevol dat er een degelijke en onafhankelijke toets op de voedselveiligheid plaatsvindt, zeker vanuit consumentenperspectief. Want laten we wel wezen; het concept ‘kweekvlees’ is voor veel consumenten best wennen.”

Zó erg wennen, dat Italië het op de markt brengen ervan heeft verboden…

“Dat is inderdaad afgekondigd. De vraag is of dat besluit in Europees verband legitiem is. We merken dat in landen met een meer rechtse regering meer politieke weerstand bestaat tegen dit soort vernieuwingen en technologieën. Ik maak me daarover niet zoveel zorgen. Uit de uitslagen van consumentenonderzoek - dat we in meerdere Europese landen hebben uitgevoerd - blijkt Italië volledig in lijn te lopen met de omringende landen. Dat geluid is positief: een ruime 50% van de bevolking zegt  kweekvlees een kans te willen geven en het te proberen als het in de schappen ligt. Dan zullen we ze wel moeten bewijzen dat kweekvlees méér is dan weer de volgende plantaardige vleesvervanger. Bovendien spreiden we onze kansen. Behalve in Europa hebben we ook in Engeland, Singapore en Zwitserland een indiening liggen. De veiligheidschecks zijn in essentie overal hetzelfde en heel grondig.” 

Hoe zit het met de concurrentie?

“In de VS zijn er al bedrijven die kweekvlees op de markt brengen en ook in Singapore, Australië en Nieuw-Zeeland zijn er al producten goedgekeurd. Dat juichen we alleen maar toe. Voor mij is het een bewijs dat dit een levensvatbare technologie is. Daarbij is de markt zo ongelooflijk groot. Daar zit echt geen beperking.” 

Hmm… waar wel?

“Wij hebben nog geen inkomsten en zijn van investeerdersgeld afhankelijk. Zo gaat dat bij een startup. Helaas is het investeringsklimaat op het moment ronduit slecht, mede door de instabiele situatie in de wereld. Gelukkig is de overheid op dit moment best actief. Zo zijn proeverijen met kweekvlees goedgekeurd, en investeren InvestNL en enkele lokale overheden in ons. Daar zijn we heel blij mee.”

“We kiezen nu voor de kortst mogelijke route naar de markt; met technologie die misschien nog niet 100 procent volwassen is, maar goed genoeg om de partijen die nu geld leveren voor deze activiteiten ervan te overtuigen dat het zin heeft om dat nog even te blijven doen. Ik ga me de komende jaren meer bezighouden met productontwikkeling en het naar de markt brengen van het product. We gaan in stapjes de prijs verlagen, de opbrengst verhogen en de schaal vergroten. De lat ligt hoog. Als we de ervaring van ‘echt’ vlees niet raken, gaan we met kweekvlees niet de impact maken die we voor ogen hebben.”

Hoe zie je de toekomst?

“Ik ben ervan overtuigd dat met onze grondstoffen, gecombineerd met bijvoorbeeld extrusietechnieken en 3D-foodprinting, mooie ge-upgrade producten te maken zijn. Sommige plantaardige steaks zien er al best oké uit, maar stel dat je kan daar een hybride product van kan maken, met dierlijk spierweefsel en vet-adering; zonder dat daar dieren voor zijn gehouden en geslacht. We kunnen een enorme verbeterslag in die categorie maken; zeker in smaakbeleving.” 

Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2025