Innoveren is geen vraag, maar een must in de foodindustrie
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

'Innoveren is geen vraag, maar een must'

  • 09 februari 2026
  • Door: Judith Witte

Ze willen steeds opnieuw verrast worden, die veeleisende consumenten: met nieuwe smaken, texturen, producten en verpakkingen. Tegelijkertijd worden arbeid, sommige grondstoffen en energie schaarser, dus duurder. De oplossing ligt in innoveren, maar makkelijk is dat niet. Tijdens een inspirerende Ronde Tafel-sessie praten we over de spannende trajecten rondom innovatieprocessen in food. 

Dat zowel product- als procesinnovatie niet altijd over het spreekwoordelijke ‘leien dakje’ gaat, blijkt overduidelijk uit de verhalen die de deelnemers aan deze Ronde Tafel met elkaar delen. Aangeschoven zijn Emiel Boogaard, algemeen directeur Goedhart Bakery Kitchen Group, Jantine Heemskerk, algemeen directeur Heemskerk fresh & easy, Philip Lutke Veldhuis, toekomstige eigenaar VIT- Vleesvee Integratie Twente en Gerard Ramaker, business development manager bij AWL. Het gesprek is georganiseerd door ING in samenwerking met Vakblad Voedingsindustrie. Vanuit ING zitten Henriëtte Hoogstad - Bakker, directeur Food & Agri regio Zuidwest en Ceel Elemans, Sector Banker Food aan tafel. 

Al snel na de voorstelronde komen de verhalen en anekdotes los. Successen en tegenslagen worden gedeeld, en hoewel de branches verschillen, is de onderlinge herkenning vaak groot. Er valt veel van elkaar te leren.

Goedhart Bakery Kitchen Group levert vanuit meerdere locaties met passie voor perfectie en een scherp oog voor innovatie dagelijks vers brood gerelateerde gemaksproducten aan duizenden winkels en to-go locaties in zowel Nederland, België als Scandinavië.
Heemskerk fresh & easy snijdt, wast en verpakt groenten, en maakt maaltijdsalades en verspakketten. Het bedrijf levert deze producten aan grote retail- en fastfoodketens in met name Nederland, België en Duitsland, in nauwe samenwerking met hun telers en andere partners in de keten.
VIT (Vleesvee Integratie Twente) heeft een eigen slachthuis, uitbenerij en transport in Oldenzaal. Met meerdere boerderijen en een integratie van 30 vleesveehouders die voor hen mesten, heeft VIT de hele keten in eigen hand. Daardoor zijn ze in staat om dierenwelzijn te garanderen en kwaliteit en maatwerk te leveren aan luxe slagers in Nederland.
AWL is een innovatiegedreven automatiseringspartner die uiteenlopende industrieën ondersteunt met slimme robotica-oplossingen. De brede kennis en ervaring in vision/ai- en grippertechnologie, samen met hun grote engineeringscapaciteit geven nieuwe mogelijkheden voor de voedselindustrie. De speciale entiteit Food engineering is gespecialiseerd in de ontwikkeling van hygiënisch ontworpen machines voor productieomgevingen met hoge eisen aan stabiliteit, reinigbaarheid en flexibiliteit.  

Over creativiteit en lef

“Naast kostbaar is innoveren ook veel pionieren”, vindt Jantine. “De ontwikkeling van onze gerobotiseerde orderpickinstallatie bijvoorbeeld, heeft naast veel tijd ook het nodige bloed, zweet en tranen gekost. Vaak was het ‘plug and pray’ in plaats van ‘plug and play’. Maar we gaven niet op, want we geloofden erin. Nu werkt het, en ik ben er hartstikke trots op. Het levert ons een beter arbeidsrendement én een hoger servicelevel op.”
Op de vraag wat er naast doorzettingsvermogen, nog méér nodig is om succesvol te innoveren, reageert Philip als eerste. “Intrinsieke motivatie is een grote drijfveer”, stelt hij. “En lef!”, vult Jantine aan. “Als je investeert in innovaties, weet je vooraf nooit of het slaagt.”
“Wat je in ieder geval níet moet hebben, zijn perfectionisten”, benadrukt Emiel. “Je moet fouten kunnen én durven maken, en de ruimte krijgen om iets nieuws te proberen; ook als het nog niet zeker is of het gaat slagen. Het management moet die ruimte bieden. Het gaat erom dat het totaal aan successen groter is dan het totaal aan mislukkingen.”
Gerard zet de creatieve geest centraal. Hij heeft voor de deelnemers aan deze sessie kleine replica’s van ‘De Denker’ van de kunstenaar Rodin meegenomen. Dit beeldje staat voor hem symbool voor het vrije, creatieve denken: “Innoveren is op een andere manier naar een proces of product kijken om daarmee het verschil te maken of een probleem op te lossen”, zegt hij. “Dat kan door meer conventionele innovatie - ofwel het verbeteren van producten en processen, maar ook door disruptieve innovatie - de compleet nieuwe producten en technologieën. Het kan ook ontstaan door het op een andere manier aan elkaar koppelen van bestaande technologieën waardoor er iets heel nieuws ontstaat. Dat zien we nu gebeuren!” Zijn ogen schitteren; we bevinden ons duidelijk op zijn favoriete terrein. “Robots zijn niet meer beperkt tot repeterende handelingen — ze kunnen kijken, ruiken, voelen en onderling samenwerken”, vervolgt hij enthousiast. “Allemaal dankzij geavanceerde vision- en grippertechnologie, slim gecombineerd met kunstmatige intelligentie. Het denken en anticiperen op wat een robot tegenkomt - wat wij als denkende mens heel goed kunnen - wordt de volgende stap. Humanoids staan nog in de kinderschoenen, maar het gaat hard!”  


Philip: ‘Wij zijn niet groot genoeg om risicovolle innovatieve projecten te dragen’

Over de rol van medewerkers

Philip reageert nuchter op het sciencefictionachtige toekomstbeeld dat Gerard schetst. “Wij zijn een klein slachthuis en lopen daardoor niet voorop met procesinnovaties. De innovaties binnen ons bedrijf draaien vooral om het verlichten en vergemakkelijken van het productieproces.” Toch wordt er, zo blijkt uit zijn verhaal, in zijn bedrijf wel degelijk continu gewerkt aan verbeteringen; zowel om het werk voor de medewerkers te verlichten, als om de vleeskwaliteit zo hoog mogelijk te krijgen en te houden. “Het tempo van slachten ligt bij ons niet te hoog. Daardoor kunnen we netjes en hygiënisch werken. Voor de vleeskwaliteit zijn temperatuurdaling, luchtvochtigheid en ventilatie tijdens dit proces van essentieel belang. Die variabelen worden continu gemonitord. Dat onze uitsnijderij zich in hetzelfde gebouw als het slachthuis bevindt is een grote pre; hierdoor wordt de koelketen niet onderbroken.” Maar vooral het feit dat ze de hele keten in eigen hand en volledig onder controle hebben, draagt bij aan het garanderen van die gewenste kwaliteit. Zichtbaar trots is hij op hun rundveeras, Blonde d’Aquitainers: “Dit zijn echt mooie, grote en elegante dieren, met een goede bespiering.”
Jantine noemt hun productinnovaties eveneens ‘niet per se heel revolutionair’. “Het gaat vaak om een line-extension. Of we borduren vanuit een andere invalshoek voort op wat er al is, zoals verspakketten speciaal voor kinderen.” Trots is ze op de hoge snelheid van het op de markt brengen van nieuwe producten en hoe ze binnen het bedrijf de neuzen dezelfde kant op krijgt. “Innoveren is in onze branche is niet altijd makkelijk. Het robotiseren van het snijden en verdelen van groente is ingewikkeld. We zijn continu op zoek naar de balans tussen noodzakelijke flexibiliteit en de gewenste standaardisatie. Kijk je naar de toekomst, naar de toenemende prijsdruk binnen de retail en de demografische ontwikkelingen, ook in Oost Europese landen, dan wéét je dat innoveren in robotisering en automatisering geen vraag is, maar een must. Wij betrekken onze mensen zoveel mogelijk bij iedere innovatieslag. Op het moment dat je ze onderdeel maakt van de problemen en uitdagingen die er liggen, vinden ze het leuk om erin mee te denken.”
“Zélfs als ze daarmee potentieel hun baan kunnen verliezen?” vraagt Henriëtte.
“Een terechte overdenking,” antwoordt Jantine. “We hebben een grote flexibele schil, dat maakt het makkelijker afschalen. Maar in de praktijk komt het bij ons gelukkig bijna niet voor dat mensen in de weerstand gaan. Ik merk juist dat we door te innoveren als werkgever interessanter gevonden worden.”
“Toch vind ik dit een lastige kwestie”, reageert Philip. “Doordat het productieproces technisch complexer wordt en het productassortiment breder, verandert de functie-inhoud van medewerkers aan de lijn. We gaan veel meer verlangen van onze collega’s. Onze focus bij de investeringen in vernieuwing ligt daarom op het makkelijker en overzichtelijker maken van het proces voor de medewerker. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld bezig met een nieuwe verpakkingslijn waarbij het vlees niet meer handmatig hoeft te worden getild. Ook onderzoeken we nieuwe uitbeentechnieken waarbij we meer gebruikmaken van de zwaartekracht bij tilwerk.”
Emiel: “Als foodbedrijf investeren ook wij veel in onze mensen. Net als jij Philip, vooral in hulpmiddelen en innovaties die het werk in de productieomgeving veiliger en fysiek minder zwaar maken. Op elk niveau bieden we interne opleidingen en kennisontwikkeling. Veel van onze medewerkers zijn intern doorgegroeid.”

Jantine: ‘Naast kostbaar is innoveren ook veel pionieren’

Over eisen, wensen en processen

Veel product- en procesinnovaties ontstaan door te anticiperen op klant- en consumentenwensen. Dat geldt voor allemaal. Jantine: “Veranderende eisen, zowel door wet- en regelgeving als van kritische consumenten en klanten, zorgen ervoor dat we blijven nadenken over hoe we onze processen kunnen verbeteren. Zo hebben de eisen voor het voorkomen van productvreemde deeltjes als steentjes in de sla ertoe geleid dat we nu overal met visiontechniek werken.”
De vraag vanuit retail is eveneens een belangrijke driver. Emiel: “De retail heeft een aantal vaste momenten in het jaar waarop nieuwe producten geïntroduceerd worden. Daar was ons ontwikkelproces helemaal op ingericht. Het operationeel management bepaalde op welke locatie de innovatie geproduceerd moest worden, en dan startte op díe locatie het innovatieproces. We hebben dat systeem nu omgegooid, wat tot een enorme versnelling heeft geleid. Door de inzet van multidisciplinaire teams en een productielocatie-overschrijdende procesflow, komen we nu in acht weken van idee naar launch. Dat duurde hiervoor enkele maanden. Dat we versnellen komt doordat de stappen die onderweg genomen moeten worden, nu parallel aan elkaar plaatsvinden. De productie gaat bijvoorbeeld al testen, ook al is het precieze smaakje nog niet bekend. Dat we af en toe wat rework hebben, weegt niet op tegen de snelheid die we met ons nieuwe systeem winnen. Ik ben echt trots op onze time to market. Het is dat retailers zoveel tijd nodig hebben om hun schappen om te bouwen, anders waren onze nieuwste producten nu al te koop”, lacht hij. Goedhart Bakery Kitchen heeft daarnaast in hun strategische vijfjaars-plannen zogenaamde ‘ontwikkelingsdomeinen’ gedefinieerd. “Innovaties binnen deze domeinen beoordelen wij door het opzetten van een business case voor de specifieke innovatie. Doorslaggevende vragen zijn of we met de innovatie het businessmodel van onze klanten versterken en of het voor ons toegevoegde waarde en rendement oplevert. Met de ontwikkeldomeinen proberen we de pro-activiteit in het innovatietraject te behouden. Deze aanpak helpt ons om ons niet volledig te laten opslokken door de day-to-day business.”
Ook bij Heemskerk worden productinnovaties multidisciplinair aangevlogen. “We hebben een team dat hier continu aan werkt”, aldus Jantine. “Daarnaast houdt een speciale projectenafdeling zich fulltime bezig met procesinnovaties. De focus ligt dáár bij het verhogen van arbeidsrendement. Het reduceren van arbeidskosten en -plaatsen speelt een doorslaggevende rol, de terugverdientijd is cruciaal.” 

Over vallen en weer opstaan

Philip: “Wij zijn niet groot genoeg om risicovolle innovatieve projecten alleen te dragen. Ik werk daarom voor procesinnovaties samen met een groot slachthuis en met Universiteit Twente. Met twintig robotica masterstudenten werken we komend jaar in een soort challenge-based innovatietraject aan een eigen robot-proces voor de uitbeenderij. Dat is er in de kippen- en varkensbranche al wel; zij kunnen een zekere uniformiteit bereiken. Bij rund is dat niet het geval. Wij gaan het daarom zelf ontwikkelen.”
“Wij hadden iets soortgelijks”, vertelt Jantine. “We kunnen ijsbergsla bijvoorbeeld redelijk goed automatisch ontkernen, maar bij andijvie lukt dat niet; dat doen we met de hand. Samen met TU Delft hebben we geprobeerd daar iets voor te ontwikkelen, maar dat is niet gelukt. We geven niet op hoor, we blijven zoeken naar een oplossing. Soms moet je accepteren dat je tijd en energie ergens insteekt terwijl je niet weet of het wat gaat opleveren. Mislukkingen horen er een beetje bij denk ik.”
Philip: “Maar het is wel frustrerend!”
Gerard: “Van fouten kun je leren, dat geldt ook voor ons. Jaren geleden koos onze R&D-afdeling bewust voor een sterke focus op modulaire machines, zodat klanten maximale flexibiliteit hadden. In de praktijk merkten we dat deze aanpak niet voor elke klant de meeste waarde opleverde; de complexiteit en kosten werden te hoog. Dat inzicht heeft ons aan het denken gezet. We hebben de koers aangescherpt en de klantvraag opnieuw centraal gezet. Vandaag draait alles om maatwerkoplossingen die écht passen bij het proces van de klant. Innovaties ontstaan daarom altijd in nauwe samenwerking met onze klanten; hun expertise, wensen en proceskennis zijn onmisbaar. Daarnaast verbinden we startups aan onze projecten en werken we samen met hogescholen en internationale teams. Die combinatie verbreedt onze technische know-how en houdt ons scherp.” 

v.l.n.r. Emiel Boogaard, Gerard Ramaker, Philip Lutke Veldhuis, Jantine Heemskerk

Over investeren

“Vanuit de beleidshoek staat duurzaamheid steeds minder hoog op de politieke en maatschappelijke agenda, ook in het licht van geopolitieke spanningen en druk op de Europese concurrentiepositie”, stelt Ceel. Hij kijkt de tafel rond. Zijn vraag is voor alle deelnemers: “Spelen duurzaamheidseisen bij jullie nog steeds een rol? En zo ja, zijn die voor jullie dan aanjagers voor innovatie?”
Emiel antwoordt dat duurzaamheidseisen wel degelijk invloed hebben op hun investeringen. “Die worden altijd beoordeeld of ze al dan niet bijdragen aan de duurzaamheiddoelstellingen en aansluiten bij de ESG-strategie die we hanteren. (ESG is een raamwerk om de duurzaamheid en ethische impact van een bedrijf te meten en te beoordelen, voorbij alleen financiële cijfers, red.). Ook hebben we ons gecommitteerd aan het SBTi en gaan we in 2026 op voor de B-Corp certificering.”
Bij Heemskerk ligt de balans wat anders: “De keuzes die we maken op het gebied van duurzaamheid moeten passen binnen onze ondernemersstrategie”, zegt Jantine. “Ik zeg niet dat we duurzaamheid niet belangrijk vinden, maar we kijken vooral in zijn totaliteit naar een business case.”
“Wij maken de keuze voor een investering op basis van ROI, niet op basis van duurzaamheidseisen”, verklaart Philip. “Waar wij tegenaan lopen is dat we vanuit de overheid duurzaamheidsverplichtingen krijgen opgelegd die ons niet persé verder brengen; ze zetten eerder een rem op onze ontwikkeling. Zo moeten wij in 2030 onze slagers in de grote steden elektrisch gaan beleveren, terwijl we prachtige trucks hebben rondrijden die nog lang niet afgeschreven zijn. Ook moeten wij in 2030 een andere, duurzamere, koeling op ons bedrijf hebben. De koeling was koud en blijft koud, maar we gaan straks wél meer stroom verbruiken. Ondertussen zit het net vol en krijgen we van de gemeente geen grotere aansluiting. Dat vind ik écht heel kwalijk! En hoe moeten we dat allemaal betalen?” Hij richt zich daarbij direct tot Henriëtte

“Een goede vraag”, antwoordt ze. “Wij moeten als bank prudent, ofwel verstandig, met ons geld omgaan. We kijken daarom op de eerste plaats naar de cijfers en prognoses, daarin ben ik heel eerlijk. Wij hebben geen specifieke innovatieleningen, maar wel allerlei andere mogelijkheden, zoals duurzaamheidsfinancieringen. En duurzaamheid, innovatie en winstgevendheid kunnen heel goed hand in hand gaan. Bij een aanvraag voor een investering, ongeacht of dat voor een innovatieve of een reguliere productielijn is, kijken we altijd naar een aantal zaken. Hoe gezond is de onderneming? Hebben we vertrouwen in het management? Gaan de investeringen helpen om het bedrijfsmodel te verbeteren? Dragen ze bij aan duurzaamheid, verbeteringen in het proces en goede ontwikkelingen in de markt? Dat zijn voor ons bepalende factoren om een financiering te verstrekken.”
Gerard lijkt het niet zo moeilijk om te motiveren dat procesinnovaties bijdragen aan duurzaamheid: “Met een groeiende wereldbevolking is er blijvende behoefte aan efficiënte en duurzame technologie. Robots zijn breed inzetbaar. Ze maken hoge productievolumes mogelijk op een klein oppervlak dankzij slimme besturing en hoge snelheden. Gerobotiseerde productie met geïntegreerde kwaliteitscontrole verhoogt de efficiëntie, vermindert afval en verbetert de opbrengst per kilogram. Maar bij duurzaamheid gaat het, vind ik, óók om het stimuleren van bedrijven in het opleiden en behouden van personeel.”

Over perspectief en samenwerken

“Een heikel punt bij het investeren in robotisering en andere kapitaalintensieve ondersteuning, is dat je als onderneming wel een stip op de horizon nodig hebt”, vervolgt Emiel. “Een langetermijn groeiperspectief van zowel de overheid als van je afnemers is essentieel! Dat hoeft heus geen termijn van 10 jaar te zijn, maar wel meer dan die één à twee jaar waar we nu soms mee te maken hebben. Relatief korte contracten en de huidige loonstijgingen sluiten gewoon niet aan bij de kapitaalintensieve bewegingen die we moeten maken. Category-managers binnen de retail willen scoren; ze eisen een lage prijs en steeds weer verandering. Zomaar een voorbeeld: heb jij net je automatische orderpicksysteem ingericht op het picken van hele wortels en courgettes, wil de retailer alléén nog voorgesneden groenten in het pakket. Daar sta je dan…”
“Heel herkenbaar”, vindt Philip. “Stabiliteit is essentieel. Wij liepen ook tegen dat kortetermijndenken van supermarkten aan. Wij kunnen niet even op een bestelknop drukken als zij zonder overleg volgende week opeens de biefstuk in de aanbieding doen. Het duurt maanden om een rund goed te mesten. Daarom focussen we ons nu op de luxe slagerijen. Daar vinden we wél committent. Wij zitten in een niche, dat is prettig. Hier kunnen we écht het verschil maken.” 

En precies dáár draait het toch allemaal om bij innoveren, concluderen ze eensgezind: dat doe je om je te onderscheiden van de rest; om zo het verschil te kunnen maken. Maar, en dát is een belangrijke rode draad in dit Rondetafelgesprek, dat lukt niet alleen. Gerard vat het nog even mooi samen: “Wat ik geleerd heb in de loop der jaren, is dat je niet moet denken dat je alles zélf moet kunnen en doen. Succes draait om samenwerken; zowel intern in multidisciplinaire teams als extern met een consortium van de juiste bedrijven om je heen.” 

Hoofdfoto: V.l.n.r. met de klok mee: Henriëtte, Jantine, Emiel, Ceel, Philip, Gerard en Judith
Foto's: ©Herbert Wiggerman

Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026