Een op lab schaal ontwikkeld plantaardige eiwit of een nieuw ontwikkeld hybride concept staat niet gelijk garant voor een succesvolle, commerciële productie. Jeroen van den Boezem van NIRAS neemt ons mee in deze én andere uitdagingen en ontwikkelingen rondom de eiwittransitie.
Hoe complex het daadwerkelijk is om bijvoorbeeld een plantaardige proteïnebron uit het lab geschikt te maken voor industriële productie, wordt nog vaak onderschat, weet senior marketing director bij NIRAS, Jeroen van den Boezem: “Producenten – van startups tot gevestigde fabrikanten – kennen hun proces en productielocatie als geen ander. Maar, helemaal overzien welke (productie-) technische consequenties komen kijken bij opschaling - zowel van de productie van plantaardige eiwitten als het integreren van nieuwe plantaardige ingrediënten in bestaande productie - is een ander verhaal. Kennis over hoe grondstoffen zich gedragen en wat opschaling voor uitdagingen meebrengt – zeker bij ‘nieuwe’ grondstoffen zoals plantaardige eiwitten, is de sleutel. Opschalen is een kunst.”
Het zijn onder andere dit soort vraagstukken waarmee Jeroen en collega’s producenten in de voedingsindustrie ondersteunen. “Vragen die proceskennis vereisen”, vat Jeroen samen. “Bij ons komen producenten die willen investeren in opschaling of verbreding van hun aanbod, of in automatisering. Of ze kampen met vraagstukken rondom hygiëne of logistiek. Ze willen weten: moeten we een nieuwe fabriek bouwen of een nieuwe productielijn realiseren, of kunnen we de huidige faciliteiten uitbreiden? Wat zijn de kosten en voor- en nadelen van beide opties? Hoe kunnen we water, energie of andere resources besparen? Al dat soort kwesties brengen we in kaart.” Jeroen: “Producenten denken al snel dat CapEx onvermijdelijk is. Maar als wij de uitdagingen dan kritisch bekijken, concluderen we geregeld dat het ook met minder kan, of dat optimalisatie van het bestaande een goede optie is. Onze onafhankelijkheid in zo’n proces is een groot goed, we zoeken steevast naar de best passende oplossing.”
Jeroen van den Boezem (links) en Michiel Pronk
Opschaling in het kader van de eiwittransitie is complex. Jeroen: “Er valt natuurlijk nog veel te ontdekken op dit gebied. Dat begint bij de opgave om eiwitten uit grondstoffen te halen; wat zijn de kosten en financieringsmogelijkheden hiervan?” In deze kwesties staat NIRAS haar opdrachtgevers bij. “We investeren in kennis op het gebied van plantaardige eiwitten en hoe deze zich gedragen, ook voor de productie van hybride producten – ‘balanced proteins’. Plantaardige eiwitten reageren anders dan de dierlijke varianten. Deze twee combineren, op de schaal van een productielijn, vraagt om kennis en kunde. Startups en scale-ups zijn er al mee aan de slag, steeds meer gevestigde partijen sluiten aan,” aldus Jeroen.
Partijen die ook werk maken van deze balanced proteins zijn bijvoorbeeld Farm Dairy en Van Loon Groep (zie kader). Jeroen: “Farm Dairy hebben we jaren geleden geholpen bij het opstellen van een masterplan voor uitbreiding van de productie van zuivel op de huidige locatie. Hybride zuivel hebben zij later ook meegenomen in hun plannen – destijds een zeer vooruitstrevende stap.” Zowel Farm Dairy als Van Loon Group maken voor hun hybride oplossingen gebruik van Tendra®, een plantaardig eiwit van Cosun Ingredients, onderdeel van Royal Cosun. Jeroen: “Plantaardige eiwitten zijn een duurzamer en vaak betaalbaarder alternatief voor dierlijk eiwit, én een smaak neutrale verrijker van balanced protein producten.”
De eiwitten van Cosun Ingredients worden met een speciale extractie- en zuiveringstechnologie gewonnen uit favabonen (veldbonen). Door de groeiende vraag naar Tendra® moest Cosun Ingredients op zoek naar een grotere productielocatie. NIRAS stond het bedrijf bij alle vraagstukken die op hun pad kwamen bij. Jeroen: “Een nieuwe fabriek bleek in dit geval de meest efficiënte optie. Momenteel wordt de mogelijkheid voor een locatie in Litouwen onderzocht, een land waar veel favabonen groeien.” Michiel Pronk, Sales Lead Protein bij Cosun Ingredients, licht toe: “De grootste impact ontstaat wanneer producenten duurzame verbeteringen kunnen doorvoeren zonder concessies te doen. Dan wordt verduurzaming niet alleen wenselijk, maar ook commercieel haalbaar. Tendra® is ontwikkeld met functionaliteit als uitgangspunt. Producenten willen eiwitten die zich voorspelbaar gedragen in hun processen, een neutrale smaak hebben en eenvoudig toepasbaar zijn”, volgens Michiel. Daarbij speelt ook de herkomst van eiwitten een steeds belangrijkere rol. Europese voedingsproducenten zoeken steeds vaker naar lokaal geproduceerde grondstoffen en meer zekerheid in hun toeleveringsketen.
_________________________________________
Farm Dairy zet in op hybride zuivel vanuit de missie om betere, duurzamere zuivel te produceren. Dat doet Farm Dairy door melk te combineren met plantaardige ingrediënten. In samenwerking met PlanetDairy is door Farm Dairy een recept opgeschaald naar commerciële productie, met 30% plantaardige ingrediënten in de halfvolle variant en 40% in de volle. Smaak was leidend: het product moest dicht bij gewone melk blijven. De zuivelverwerker vindt hybride zuivel belangrijk omdat het de voedingswaarde van zuivel combineert met de duurzaamheid van plantaardige ingrediënten. Omdat volledig plantaardige alternatieven nog niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn, helpt hybride zuivel consumenten stap voor stap duurzamer te kiezen. Kleine stappen kunnen zo grote impact hebben.
_________________________________________
Van Loon Group heeft haar ambitie van 2024 (7,5%) al ruimschoots gerealiseerd in 2025, namelijk 11,1% van het totale volume vleesproductie werd omgezet naar een hybride product. Door vlees deels te combineren met plantaardige ingrediënten, op basis van veldbonen en erwten, neemt het plantaardige aandeel in het product toe. Deze stap kan de klimaatimpact van vleesproducten verminderen. De ontwikkeling sluit aan op thema’s als voedselbeschikbaarheid, veranderende regelgeving en de toenemende druk op zowel de veehouderij als plantaardige ketens.
_________________________________________
Een interessante vraag die komt kijken bij de productie van plantaardige eiwitten en uiteindelijk hybride producten, is hoe de reststromen te verwaarden. Jeroen: “Uit favabonen worden vooral de eiwitten gebruikt, maar ook andere componenten uit de boon kunnen heel waardevol zijn als grondstof. Daar zit eveneens een businesscase in waar wij graag over meedenken.” Jeroen en collega’s maken daarvoor gebruik van kennis die wordt opgedaan in andere industrieën, zoals de zuivelindustrie. “Zij hebben een voorsprong van 150 jaar, ze halen álles wat er uit melk te halen valt. Zelfs het water wordt gerecycled. Trouwens, veel technieken voor de productie van plantaardige en hybride producten zijn algemeen gebruikte principes – of het nu gaat om engineering, logistiek, of hygiëne. Maar die 10% die anders is, is cruciaal voor het succes.
foto’s ©Peter Roek
Bron: ©vakblad Voedingsindustrie 2026