Wat een puzzel zijn we toch steeds aan het leggen. Aan de ene kant klinkt de roep om minder plastic en maximale circulariteit. Aan de andere kant is er de strijd tegen voedselverspilling. Die strijd vraag soms juist om éxtra verpakking, zeker met steeds meer éénpersoonshuishoudens. Best logisch eigenlijk: een verpakking die volledig wordt leeggegeten is duurzamer dan een halfvolle verpakking die in de afvalbak belandt.
Een ander vraagstuk: we moeten van het gas af én allemaal elektrisch gaan rijden. Ook de vrachtwagens. Je mag straks nergens de stad meer in als je niet aan de regels voldoet. Maar… we krijgen geen stroom. Tja, die netcongestie. Dus je investeert in nieuwe vervoersmiddelen en vervolgens staan ze stil? Lekker duurzaam.
En neem recyclen. Je moet een percentage voedselveilig recyclaat verwerken in de verpakking. Welk recyclaat? Het bestaat niet! Recyclers zijn er nog niet klaar voor en EFSA heeft de regelgeving nog niet rond. Gehakt van bak in zak? Prima recyclebaar als voedselveilig recyclaat. Oh nee, toch niet: de inkt is niet voedselveilig. Het plastic zakje gaat alsnog op de grote hoop.
Wat ik zie, is chaos. Beleid wordt bedacht en doorgevoerd, maar de praktische invulling? Die is nog niet bekend. Water zuiveren, energiegebruik verminderen, afval scheiden – alles moet, maar hóe precies weet niemand. Bedrijven navigeren door een doolhof van halfbakken plannen. Je wil je gewoon kunnen focussen op voedsel produceren, zonder telkens ingehaald te worden door regels die vooruitlopen op de realiteit. Dat laatste leidt eerder tot stilstand dan vooruitgang. Misschien moeten we eerst zorgen dat de wagen er is, vóór we het paard inspannen.
Saskia Stender
[email protected]
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026