Mijn practicumbegeleider microbiologie op de HAS, meneer Savelkouls alias ‘zwavelzuur’, liet ons door de microscoop de mooiste en kleurrijkste plaatjes van schimmels en gisten zien. We zagen veelkleurige boeketten, prachtige bossages en complete bloementuinen. De fraaiste kolonies waren de pathogenen. Prachtig onder een vergrootglas, maar je wil ze absoluut niet op je bord. Met een glimlach denk ik terug aan de bontgekleurde Salmonella kweekplaten; werkelijk een lust voor het oog.
Voedselpathogenen die regelmatig het nieuws halen, dragen namen als Salmonella, Klebsiella, Listeria, Legionella pneumophilia, Cholera, Rota virus en Yersinia enterocolitica. De meest giftige paddenstoel ter wereld, in Nederland aangeduid als de groene knolamoniet (in het Engels passend ‘death angel’) wordt onder botanici Amanita phalloides genoemd. En de eveneens dodelijke satijnvezelkop paddenstoel heet, heel elegant, Inocybe geophyla. Een gevleugelde uitspraak van Savelkouls indertijd was: ‘Een mooi wijf heeft de duivel in haar lijf.’ Want ja; het zijn allemaal vrouwennamen.
Welke gek, zo vroegen we ons als studenten af, geeft zoetvloeiende Latijnse meisjesnamen aan zo’n beetje de dodelijkste wapens voor onze gezondheid? We konden er met ons kop niet bij, maar er wel hevig over filosoferen. Wat dreef wetenschappers (in de tijd van de naamgevingen overwegend West-Europese mannen) om potentiële botanische moordenaars meisjesnamen te geven? Waren ze ongelukkig in de liefde? Maakten ze ruzie met hun schoonmoeders en was dit de straf? Waren ze erotisch gefrustreerd? Is er wellicht sprake van een groot complot? En had meneer zwavelzuur ook op dat ándere vlak gelijk? Moesten wij jongens de mooie meisjes - de Margrieten, Rozen en Camelia’s – wérkelijk wantrouwen? Schuilde daar de duivel in? We hadden zó veel vragen in die tijd.
Het antwoord op onze vraag met betrekking tot de pathogenen is minder spannend dan we toen bedachten. Die wetenschappers conformeerden zich gewoon naar de traditie om planten en bloemen in het algemeen vrouwennamen te geven. Dingen en dieren krijgen doorgaans een mannennaam. Ik ben maar gestopt met complotdenken. En ook met het zoeken naar de duivel in mijn mooie vrouw. Ook wel, moet ik eerlijk bekennen, omdat ik geen zin meer had om op de [bank] (m/v) te slapen.
IJsbrand Velzeboer
Curatief voedingsmiddelentechnoloog
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026