In het begin van het jaar barst ik altijd van de goede voornemens. Dit jaar had ik er ook weer een paar bedacht. Minder snoepen en snaaien, op tijd naar bed gaan en de eerste maanden geen nieuwe kleren kopen. Niet baanbrekend vernieuwend, en echt leuk vond ik mijn goede intenties niet, maar ze leken me wel heel verstandig. Iets minder geijkt was de belofte aan mezelf om mijn agenda niet meer zo vol te plannen. Ik wilde meer ruimte voor spontaniteit, creativiteit en filosoferen. Daar liep ik wél echt warm voor.
Half januari al belandde ik per ongeluk in een rete-spannende film over een zeer heldhaftig persoon die moedig buiten de gebaande paden trad en zo haar droom wist te verwezenlijken. Zij wel. De film duurde te lang om nog op tijd in bed te liggen. Behaaglijk in een gloednieuwe warme trui op de bank genesteld, werkte ik in mijn eentje een hele bak popcorn weg. Stand van zaken betreffende goede voornemens: mislukt.
Veertig tot vijftig procent van ons gedrag bestaat uit ingesleten gewoontes en routines. Gelukkig maar. Stel dat je overal steeds opnieuw over moet nadenken: hoe laat je naar bed gaat en weer opstaat, hoe je koffie zet, wat je gaat ontbijten, welke route je naar je werk neemt,… je zou al doodmoe zijn nog voor de dag goed en wel was begonnen. Tegelijkertijd realiseer me, al door-filosoferend op dit thema, dat al die gewoontes en routines méér doen dan het me makkelijk en aangenaam maken. Te veel routines, en mijn leven verzandt in een hopeloos saai en voorspelbaar verhaal. Geen inspirerende voedingsbodem voor innovatieve ideeën en concepten.
Alleen de intentie hebben om jezelf, of iets, te veranderen, is niet genoeg. Dat weten we natuurlijk al lang. En mijmeren en filosoferen over een goed voornemen, vernieuwend product of disruptieve techniek is hartstikke leuk, maar zet geen zoden aan de dijk. Wat je pas écht verder brengt, is de stap te nemen. Te doen. Te beginnen. En daarna: niet opgeven. Ik beloof mezelf dat ik gewoon opnieuw mag beginnen na een eerste, en volgende, ‘mislukking’; als ik er maar wat van leer. Ja, daar is wel wat moed en lef voor nodig. Maar de beloning is groot, weet ik inmiddels.
Judith Witte
[email protected]
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026