De Nederlandse uitvoer groeit, maar de exportwaarde van voedingsmiddelen daalt. In de eerste zeven maanden van 2026 lag die 8,7 procent lager dan een jaar eerder. Dat blijkt uit het rapport ‘Stand van de Food Sector’ van ABN AMRO. Voor een sector die de helft van haar producten over de grens verkoopt, telt dat stevig mee. De bank wijst op tijdelijke economische tegenwind én structurele veranderingen in belangrijke afzetmarkten.
De totale Nederlandse export groeide in dezelfde periode met 3,7 procent. Bij voedingsmiddelen verklaren lagere producentenprijzen ongeveer driekwart van de daling van de exportwaarde. De rest komt door lagere volumes en verschuivingen naar producten met een lagere exportwaarde.
Volgens het rapport daalt in 2026 ook de omzet van de voedingsmiddelenindustrie. ABN AMRO schrijft deze daling vrijwel volledig toe aan lagere producentenprijzen. De volumes blijven over januari tot en met september stabiel. Hogere volumes in Nederlandse retail en foodservice compenseren lagere exportvolumes.
Europa vertegenwoordigt 80 procent van de Nederlandse exportwaarde van voedingsmiddelen. De exportwaarde naar deze markt daalde met 8 procent. Naar Duitsland bedroeg de daling 6 procent, naar Frankrijk 11 procent. Het Verenigd Koninkrijk noteerde een terugval van 12 procent.
Europese voedselprijzen liggen nog fors hoger dan enkele jaren geleden. Consumenten letten daardoor sterk op hun aankopen, stelt ABN AMRO. Retailers sturen nadrukkelijk op prijs, promoties en een groter aanbod van huismerken.
Buiten Europa drukken hogere transportkosten op de concurrentiepositie van Nederlandse producenten. Verse producten zijn extra kwetsbaar door hun afhankelijkheid van gekoeld vervoer. Hun korte houdbaarheid beperkt de mogelijkheden om transport uit te stellen of een andere route te kiezen.
China investeert in landbouwproductiviteit en voedselverwerking om minder afhankelijk te worden van import. Bij diepvriesfriet is die ontwikkeling al zichtbaar in de handelsstromen. Tussen 2018 en 2024 nam de Chinese import met 84 procent af.
Mede dankzij investeringen van Lamb Weston, McCain en Aviko groeide de Chinese productiecapaciteit. China exporteert inmiddels steeds meer friet naar omliggende landen. Daardoor neemt de vraag naar Europese friet ook in andere Aziatische landen af.
Bron: ABN Amro