Sinds januari 2023 is in Nederland de ARIE-regeling van kracht. Het doel is zware ongevallen met gevaarlijke stoffen op de werkvloer te voorkomen en de veiligheid van werknemers te beschermen. Een doelstelling waarvoor de verantwoordelijkheid vooral bij de werkgevers ligt. Onlangs verscheen een rapport van de Nederlandse Arbeidsinspectie over de implementatieperiode en de naleving van de regeling. Charlotte Kottier, programmamanager MHC (Major Hazard Control) en Carlo de Deckere, coördinerend projectleider MHC praten over de eerste bevindingen. De kern: van bewustwording naar goede gewoontes.
De ARIE-regeling (Aanvullende Risico-Inventarisatie en -Evaluatie) is een verplichting uit de Arbeidsomstandigheden wetgeving voor alle bedrijven in Nederland die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De regeling is gericht op het beheersen van de risico’s voor werknemers op zware ongevallen met die stoffen. Het is de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven om zich te melden als ‘ARIE-plichtig’. Of je dat bent, is afhankelijk van de aanwezige hoeveelheden én van het gevaar van de stoffen die je in huis hebt.
Carlo: “In de praktijk blijkt dat daadwerkelijk weten wanneer je ARIE-plichtig bent, samenhangt met de ervaring die bedrijven hebben rondom het werken met gevaarlijke stoffen en het beheersen van de risico’s op een zwaar ongeval. Sommige ondernemers hebben al meer ervaring met een analytische en systematische benadering van deze risico’s dan anderen. Zij zijn zich om die reden wellicht ook bewuster van de verplichtingen die ze hebben als ARIE-bedrijf. Ook bedrijven die gevaarlijke stoffen gebruiken in hun hoofdproces, zoals in de chemische industrie, zijn zich ervan bewust en hebben zich gemeld. Bedrijven waarbij de stoffen als bijproduct aanwezig zijn, zoals in de voedselverwerkende industrie, realiseren zich mogelijk niet dat ze ARIE-plichtig zijn.”
“Terwijl juist in de voedselindustrie veel met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt”, vult Charlotte aan. “Denk aan chemische desinfectiemiddelen voor allerlei reinigingsprocedures en aan een middel als ammoniak in koel- en vriesinstallaties. Ammoniak bijvoorbeeld is toxisch en ontvlambaar.” Onder de herziene wetgeving is de drempelwaarde voor ammoniak strikt gekoppeld aan de 30% van de Seveso-ondergrens. Bedrijven die voorheen nét buiten de boot vielen, overschrijden deze grens nu sneller. Ook bepaalde aroma’s en hulpstoffen kunnen brandgevaarlijk zijn.
Carlo: “De valkuil is dat mensen de gevaren onderschatten. Ze denken ‘Och, we gebruiken ze maar af en toe. Het risico valt wel mee’. Daarmee is de scherpte om ongevallen te voorkomen mogelijk ook minder.”
Charlotte: “Het incident in Borculo bij Friesland Campina is een goed voorbeeld van het soort ongeval waar we het hier over hebben. Twee gevaarlijke stoffen raakten onbedoeld met elkaar gemengd. Het leidde tot een gigantische explosie. De locatie was maandenlang uit de running. Hoewel zware ongevallen niet zo vaak voorkomen, móet je nadenken over dit soort situaties, ook als ze vrijwel onvoorstelbaar zijn. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Vraag je dus af: ‘Stél dat het tóch gebeurt; hoe handelen we dan?’ De regeling beschrijft welke stappen je moet nemen ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen, zoals het opstellen van beleid, het opstellen van scenario’s, het opstellen en implementeren van een intern noodplan enzovoort.” Carlo: “Vergis je niet; het kan ook gaan om veel kleinere incidenten. Zodra er, onbedoeld en ongecontroleerd, een x-aantal liter van een gevaarlijke stof vrijkomt waar werknemers aan blootgesteld worden of kúnnen worden, valt het onder de noemer ‘zwaar ongeval’.”
Charlotte: “Met ons toezicht willen we de bedrijven een wake-up call geven en zo bewustwording creëren. Het gaat erom dat de bedrijven ervan doordrongen zijn dat blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen bij hun werknemers.”
Carlo: “Om te weten of je ARIE-plichtig bent, moet je natuurlijk wel precies weten welke gevaarlijke stoffen in je bedrijf worden gebruikt, waar ze staan opgeslagen én wat de maximale hoeveelheden daarvan zijn in de installaties. Die kennis ontbreekt nog wel eens. Bovendien realiseren bedrijven zich vaak niet dat zij door een tijdelijke piek in de voorraad, of door een wijziging in de CLP-classificatie, plotseling boven de gestelde drempelwaarden uitkomen. Of ze missen de sommatieregel. Dat is de optelsom van verschillende kleinere hoeveelheden stoffen binnen eenzelfde risicocategorie - bijvoorbeeld toxisch - die ervoor kan zorgen dat de drempelwaarde alsnog wordt overschreden.”
“Alle inspecties zijn aangekondigd, dat verhoogt de effectiviteit ervan”, begint Carlo. “Belangrijk om te vermelden is dat de meeste bedrijven zeer welwillend zijn. De inspecties vinden doorgaans plaats in een goede sfeer. Na een bakje koffie en een praatje nemen we samen de scenario's door. De focus ligt daarbij op het controleren van de genomen procedures en beschreven maatregelen. Zijn die compleet en bekend bij de belanghebbenden? We inspecteren heel gericht; op de werkvloer, in de fabriek, bij de installatie. Welke scenario’s zijn er te bedenken waarbij de gevaarlijke stof ongecontroleerd vrij kan komen en werknemers dus gevaar lopen? Welke maatregelen heeft het bedrijf genomen om gevaren te voorkomen? Zijn de mensen die ermee werken van die maatregelen op de hoogte? Als een inspecteur met een scenario de plant inloopt, moet hij aan de hand daarvan direct naar de plek kunnen lopen waarop dat scenario is geschreven; dus linea recta naar het apparaat, de machine of kast waar die gevaarlijke stof staat of vrij zou kunnen komen. Wat we zien in de praktijk, is dat er vaak generieke scenario’s worden gebruikt. Hier valt nog veel te verbeteren door de bedrijven.”
Carlo: “Veel bedrijven maken bij de implementatie van de ARIE-regeling gebruik van adviesbureaus. Deze bureaus reiken het bedrijf templates aan, die vervolgens nog specifiek toepasbaar moeten worden gemaakt op de eigen bedrijfsvoering en -processen. Of het tijdgebrek is of onwetendheid weet ik niet, maar aan dat ‘specifiek maken’ van de scenario’s schort het nog wel eens. Het is gewoon niet zo dat als je de scenario’s in huis hebt, het ‘dus’ in orde is. Je móet er als werkgever zelf nog flink wat effort in steken. Een extern adviesbureau weet nooit zoveel van jouw installaties als de operators die er dagelijks aan en mee werken. Niemand kent de processen in jouw bedrijf beter dan zij. Betrek hen dus bij het opstellen van de scenario's.”
“Ik snap heel goed dat bedrijven een adviesbureau in de arm nemen”, reageert Charlotte. “Veel ondernemers denken ‘Wat komt er nóu weer op me af? Toch vind ik écht dat je dit als werkgever niet alleen moet doen omdat het een wettelijke verplichting is. De essentie moet zijn dat de veiligheid van je personeel op één staat. Daar geloof ik heilig in! Het valt onder het kopje ‘goed werkgeverschap’ om je zaken op dit gebied op orde te hebben. Daarnaast gaat het implementeren van de ARIE-regeling om het borgen van de continuïteit van je bedrijf. Als je het implementeren van de regeling in je bedrijf goed oppakt, geeft dat een stukje bedrijfszekerheid.”
“Goede scenario’s hebben betrekking op de onderdelen van installaties die grote risico’s met zich meebrengen”, legt Carlo uit. “In het scenario staan ook mogelijke oorzaken van gevaren en risico’s. Denk aan corrosie, erosie, trillingen en externe belasting, aan schade door over- en/of onderdruk, en aan welke menselijke fouten gemaakt kunnen worden tijdens gebruik of onderhoud. Voor ieder scenario moet je aangeven wat de waarschijnlijkheid is dat het kan gebeuren en het effect ervan als het misgaat, en welke maatregelen genomen zijn om het risico op ongevallen te voorkomen. Wat doe je als een leiding scheurt of een ventiel faalt in de koelinstallatie? Het implementeren van die scenario’s en schema’s zorgt ervoor dat werknemers meer begrip krijgen voor het werken met gevaarlijke stoffen. Ik wil niet zeggen dat ze er angstig voor moeten zijn, maar het intrinsieke gevaar ervan moeten ze wel heel goed begrijpen.”
“De regeling schrijft ook voor dat als je die maatregelen hebt genomen, je ervoor zorgt dat jij en je werknemers gefocust blijven. Snapt iedereen waarom ze bepaalde PBM’s (Persoonlijke beschermingsmiddelen) moeten dragen, zoals een gelaatsmasker als ze iets moeten bijvullen met een chemisch middel? Ik hoorde tijdens een inspectie een werknemer vertellen dat hij zo’n masker nooit gebruikt. Als reden gaf hij aan dat hij wel een veiligheidsbril draagt. Het klopt dat zo’n bril de ogen beschermt. Maar niet de rest van je gezicht als de huid in aanraking komen met een huidcorrosieve stof! Je moet de genomen maatregelen dus onderhouden, je mensen geïnformeerd hebben, ze opleiden én blijven bijscholen.”
Carlo: “Ja, dat is een verplichting in de ARIE-regelgeving. We zien gelukkig dat bedrijven dat de afgelopen jaren steeds meer zijn gaan doen. Als een ongeval bij ons is gemeld, onderzoeken we dit als Arbeidsinspectie, ook als er geen slachtoffers zijn gevallen. Overigens hebben de bedrijven de verplichting vanuit de ARIE-regeling om zelf (bijna)-ongevallen te onderzoeken. Dit vloeit voort uit het veiligheidsbeheerssysteem dat bedrijven moeten hebben. Die eigen onderzoeken kunnen wij als Arbeidsinspectie ook opvragen en beoordelen. Wij zijn een toezichthoudende instantie. Waar nodig, zullen we uiteraard handhaven. Als een bedrijf een ongeval niet meldt en wij komen er later achter, is dat een direct beboetbaar feit. Die boetes zijn niet mals. Maar dat is niet waar wij als eerste mee staan te zwaaien.”
“Zeker niet!”, beaamt Charlotte met nadruk. “Het belangrijkste doel van de meldplicht is dat bedrijven zich bewust worden van de gevaren en alles in het werk stellen om die te voorkomen. Juist daarom is het belangrijk om álles te melden, ook kleine incidenten. We kunnen van elkaar leren. Stel dat het groter was? Wat was dán de impact geweest? Had je dan andere maatregelen moeten nemen? Is het, met die mogelijkheid in het achterhoofd, noodzakelijk om organisatorisch zaken en/of protocollen aan te passen? Het is nodig om dit scenario- en veiligheidsdenken goed in organisaties in te bedden.”
“Ik hoop dat bedrijven vanuit een intrinsieke motivatie de regeling gaan omarmen”, besluit ze gepassioneerd. “Uiteindelijk willen we toch allemaal, Arbeidsinspectie én werkgevers, dat mensen aan het eind van hun werkdag veilig en gezond terugkeren naar huis. Dát is ons gedeeld belang!”
Het rapport 'Rapportage implementatie ARIE 2023-2025' is te downloaden via de website van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Nlarbeidsinspectie.nl
Foto’s: ©Louis Meulstee Visuals
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026