Slim bouwen, slim verbouwen en energiebeheer. Het zijn actuele thema’s, zowel in de voedingsindustrie als bij mij thuis. Onlangs ben ik namelijk verhuisd; niet naar een instapklare woning, maar naar een echt klushuis. Zo een waarvan ik dacht: ‘dat doen we wel even!’. Totdat ik met een breekijzer in mijn hand mezelf afvroeg ‘Waar ben ik aan begonnen?’ Ik besloot namelijk van een slaapkamer een badkamer te maken. Dat betekende dat er allemaal gaten in mijn huis zijn geboord. Daarbij is het huis slecht geïsoleerd en ik kook er op gas.
Hoeveel energie ik op jaarbasis ga verbruiken? Ik heb geen idee! Elke maand kijk ik nieuwsgierig naar de meterstanden. Spannend. Ik sta voor tal van grote en kleine keuzes die straks voor een groot deel mijn kosten én flexibiliteit gaan bepalen. Wel of geen zonnepanelen? Ik denk wel, maar dan met een thuisbatterij, want ik wil zelfvoorzienend zijn. Wel of niet van het gas af?
Terwijl ik bezig ben met isoleren, schilderen en verbouwen, denk ik regelmatig aan de voedingsindustrie. Daar spelen dezelfde vragen. Investeer je nu in energiebesparende maatregelen, of wacht je nog even? Kies je voor een verbouwing of toch voor nieuwbouw? Welke investeringen leveren straks écht iets op?
Elke klus kost energie. Soms letterlijk. Gereedschap in het stopcontact, bouwlampen aan en weer een ritje naar de bouwmarkt. Gek genoeg krijg ik er ook energie van: ik zie iets groeien. En daar ligt ik een mooie overeenkomst tussen privé en het ondernemerschap: als je het slim aanpakt, levert jouw effort uiteindelijk veel meer op dan je erin hebt gestopt.
Gelukkig werkt mijn eigen energie nog steeds zonder stekker.
Saskia Stender
[email protected]
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026