De Nederlandse landbouwexport is in 2025 uitgekomen op een waarde van 137,5 miljard euro. Dat is 8,4 procent meer dan in 2024. De stijging komt grotendeels door hogere prijzen en in mindere mate door een toename van het exportvolume. Dat blijkt uit gezamenlijk onderzoek van Wageningen Social & Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Van de totale groei van de landbouwexport is ruim twee derde toe te schrijven aan prijsstijgingen. Het resterende deel komt door een hogere uitvoer van goederen. De Nederlandse economie verdiende in 2025 ruim 49 miljard euro aan de export van landbouwgoederen. Daarvan is 43,5 miljard euro afkomstig van producten van Nederlandse makelij. De wederuitvoer van in het buitenland geproduceerde landbouwgoederen leverde 5,7 miljard euro op.
De export van Nederlandse makelij steeg naar 88,4 miljard euro. De wederuitvoer nam toe tot 49,1 miljard euro. De cijfers over november en december 2025 zijn geraamd.
Zuivel en eieren blijven het belangrijkste exportproduct met een uitvoerwaarde van 13,3 miljard euro. Dat is circa 10 procent meer dan een jaar eerder. Ook vlees liet een waardestijging van 10 procent zien en kwam uit op 12,1 miljard euro. De exportwaarde van sierteeltproducten nam met 4 procent toe.
Opvallend is de sterke stijging van cacao en cacaobereidingen. De exportwaarde van deze productgroep groeide met 35 procent tot 12,4 miljard euro. Daarmee staat cacao op de tweede plaats van meest uitgevoerde landbouwproducten. In 2024 was dit nog de vierde plek en in 2023 viel cacao buiten de top tien.
De hogere exportwaarde hangt samen met fors gestegen cacaoprijzen. Die zijn het gevolg van meerdere jaren met tegenvallende oogsten in West-Afrika, veroorzaakt door slechte weersomstandigheden. Ook hogere kosten voor gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest speelden daarbij een rol.
Duitsland blijft de belangrijkste afnemer van Nederlandse landbouwgoederen. In 2025 ging 25 procent van de export naar Duitsland, met een waardegroei van 10 procent. De export naar België en Frankrijk nam met 7 procent toe. Polen was de snelst groeiende bestemming binnen de top tien, met een stijging van 24 procent.
De export naar landen buiten de Europese Unie groeide minder hard. De uitvoer naar China nam minder sterk toe, mede door een afname van de export van varkensvlees. De export naar het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten groeide beperkt, onder meer door handelsbelemmeringen en invoerheffingen.
Bron: CBS