Beleid dat gezonder eten stimuleert, kan tegelijk bijdragen aan lagere milieubelasting. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM naar bestaand en voorgenomen preventiebeleid. De potentie is aanwezig, maar volgens het instituut zijn daarvoor minder vrijblijvende maatregelen nodig.
Het RIVM onderzocht de impact van maatregelen uit het Nationaal Preventieakkoord (NPA) en de nieuwe Samenhangende Preventiestrategie (SPS). Daarbij is voor het eerst ook gekeken naar de mogelijke effecten op het milieu. De conclusie is dat maatregelen die zijn gericht op volksgezondheid in potentie ook positief kunnen uitwerken op milieubelasting.
Die dubbele winst is volgens het RIVM al mogelijk. Voorwaarde is wel dat maatregelen goed worden uitgevoerd en opgevolgd. Zonder die borging blijft het effect beperkt. Het onderzoek laat daarnaast zien dat de milieueffecten kunnen worden versterkt door bestaande maatregelen aan te scherpen of uit te breiden.
Het RIVM noemt meerdere aanknopingspunten om de milieuwinst te vergroten. Zo wordt geadviseerd om sterker in te zetten op het beperken van overconsumptie. Dat geldt met name voor voedingsmiddelen met een hoge milieu-impact, zoals dierlijke producten, waaronder vlees en kaas. Ook ongezonde producten, zoals chips en koek, worden genoemd.
Verder adviseert het RIVM om het drinken van kraanwater, koffie en thee te stimuleren. Het vervangen van suikerhoudende dranken door suikervrije varianten krijgt daarbij nadrukkelijk geen prioriteit. Voor alcohol geldt een vergelijkbare benadering: focus op minder alcoholgebruik in het algemeen, niet op alcoholvrije alternatieven.
Volgens het RIVM zijn de huidige maatregelen kansrijk, maar onvoldoende om de beoogde effecten zeker te stellen. Daarom pleit het instituut voor een krachtiger pakket aan minder vrijblijvende maatregelen. Daarbij wordt onder meer gedacht aan prijsmaatregelen, zoals hogere prijzen voor producten met een ongunstige Nutri-Score of het meenemen van milieuschade in de productprijs.
Ook ziet het RIVM mogelijkheden in het sturen op het voedselaanbod in specifieke voedselomgevingen, zoals scholen. Daarnaast worden maatregelen genoemd die zich richten op productsamenstelling, bijvoorbeeld via criteria binnen de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV). Die aanpak stimuleert fabrikanten om producten stapsgewijs gezonder te maken, met daarbij ook aandacht voor duurzaamheid.
Bron: RIVM