Wie in 2040 voedsel wil produceren, moet duurzaam werken. Daar valt weinig meer over te onderhandelen. Duurzaamheid is dan ook een harde voorwaarde geworden binnen de Nederlandse voedingsindustrie. Rabobank schetst een toekomstbeeld waarin de sector alleen concurrerend blijft door nauwe samenwerking, duidelijke keuzes en focus op gezondheid en toegevoegde waarde.
In 2040 vindt voedselproductie plaats met minimale verspilling en binnen de grenzen van milieu en klimaat. Dat is geen vanzelfsprekendheid geweest. Aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid en gezondheid heeft de voedingsindustrie tot grote stappen gedwongen. Niet alleen om de impact op mens en milieu te beperken, maar ook om voedselzekerheid en grondstoffenvoorziening veilig te stellen.
In de winkelschappen krijgen gezondere en duurzamere producten steeds meer ruimte. Consumenten zien duidelijker waar producten vandaan komen en wat ze bevatten. Keurmerken en heldere voedingsinformatie helpen daarbij. Binnen de keten werken partijen intensiever samen. Duurzaamheidsinspanningen worden beloond, waardoor duurzaam produceren ook economisch aantrekkelijk is.
Het Nederlandse agrofoodcomplex onderscheidt zich in 2040 internationaal met producten met een hoge toegevoegde waarde. Duurzaamheid en gezondheid vormen daarbij de basis. Die positie is mede te danken aan de gunstige ligging van Nederland, sterke logistieke faciliteiten en toonaangevende kennisinstellingen. Ook een innovatieve land- en tuinbouw, met bijbehorende verwerkende industrie en handel, speelt een belangrijke rol.
De overheid heeft de regelgeving voor duurzame en gezonde voeding aangescherpt. Daarnaast zijn heffingen ingevoerd op niet-duurzame productie. Digitalisering zorgt ondertussen voor maximale transparantie over milieu, klimaat, arbeid en herkomst. De sector werkt met een uniforme set indicatoren om duurzaamheidsprestaties te meten. “Een uniforme set duurzaamheidsprestaties zorgt voor een open speelveld waarin ketens onderscheidend zijn door duurzamer te produceren dan concurrenten.” Een beperkt aantal keurmerken helpt consumenten overzicht te houden.
De voedselketen is in 2040 meer gesloten en vraaggestuurd. Samenwerking staat centraal en is gericht op het borgen van duurzame productie, toevoer en afzet. Daarbij speelt ketenregie een belangrijke rol. “Ketenregie is essentieel: één partij in de keten formuleert de duurzaamheidseisen en controleert de voortgang en afspraken.”
Die regie ligt vaak bij supermarktketens of de verwerkende industrie. Voor boeren en telers betekent dit meer zekerheid over afzet, prijs en rendement. Tegelijkertijd betalen consumenten vaker voor extra dienstverlening. Denk aan kant-en-klare producten, thuisbezorging en ondersteuning bij het maken van gezonde en duurzame keuzes.
Bron: Rabobank