Plastic dat zichzelf afbreekt in de natuur, het klinkt nog steeds als toekomstmuziek. Toch zijn we al een eind op weg. Leidse onderzoekers hebben een enzym gevonden dat bacteriën helpt om PET-plastic af te breken én er tegelijkertijd op te groeien. Een proces dat tot nu toe vooral traag en lastig was. Maar deze vondst kan het simpeler maken.
Tien jaar geleden ontdekten wetenschappers dat sommige bacteriën plastic een beetje kunnen afbreken. Niet razendsnel, maar het werkte wel. En dat zette van alles in beweging. Sindsdien zoeken onderzoekers naar manieren om die afbraak te versnellen. Of om iets nuttigs te doen met de stoffen die vrijkomen.
Aan de Universiteit Leiden keek microbioloog Lennart Schada von Borzyskowski met zijn team naar de bacterie Paracoccus denitrificans. Die blijkt goed te kunnen groeien op ethyleenglycol, een stof die ontstaat als PET wordt afgebroken. Denk aan de plastic flessen van frisdrank of verpakkingen van voeding.
Belangrijk detail: de bacterie doet dit met behulp van enzymen die een veelvoorkomende cofactor gebruiken. “Eerder zijn er wel enzymen onderzocht, maar die werkten alleen met een zeldzame cofactor,” zegt Schada von Borzyskowski. En dat maakt nogal uit. Want als die cofactor overal voorkomt, kun je het proces veel makkelijker toepassen.
Lees ook: Kan de voedingsindustrie de recyclingketen redden?
De onderzoekers gebruikten geen genetisch aangepaste bacteriën. Ze wilden weten wat de natuur zelf al kan. En dat bleek dus behoorlijk wat. Het enzym dat ze vonden, zou ook in andere bacteriesoorten kunnen zitten. “We kunnen daardoor alle bekende bacteriën opnieuw gaan bekijken,” zegt Schada von Borzyskowski.
Het is een eerste stap, zegt hij. Maar wel eentje met potentie. In theorie kun je van zo’n plasticbouwsteen allerlei nieuwe stoffen maken. Dat is zelfs al gebeurd: onderzoekers in Schotland maakten er onlangs paracetamol van. Met een gewone bacterie, iets aangepast in het lab.
Voor sectoren waar PET veel voorkomt, zoals de voedingsindustrie, kan dit soort onderzoek helpen om afvalstromen te sluiten. En misschien zelfs iets waardevols terug te krijgen.
Bron: Universiteit Leiden