De Nederlandse recyclingsector staat onder druk, maar de voedingsindustrie neemt het voortouw. Twintig grote merken, waaronder Unilever, Coca-Cola, Nestlé en FrieslandCampina, hebben toegezegd méér circulair plastic te gaan gebruiken in hun verpakkingen. Die commitment vormt de kern van een breed maatregelenpakket van de Plastictafel, die het kabinet adviseert over de toekomst van circulair plastic in Nederland.
Vanaf dit jaar gaan de deelnemende bedrijven samen jaarlijks circa 115.000 ton circulair plastic inzetten binnen Nederland en de EU. Voor de jaren na 2026 ligt dat aantal nog hoger. De betrokkenheid vanuit de voedingsmiddelenindustrie is groot: naast de genoemde multinationals staan ook Albert Heijn, PepsiCo, Bonduelle, Cosun, JDE Peet’s, Kraft Heinz en Vrumona op de lijst. De verwachte CO₂-reductie bedraagt ongeveer 265 kiloton per jaar. Het gaat hierbij om vrijwillige bovenwettelijke commitments tot minimaal 2030.
Voor de voedingsmiddelenindustrie gaat het om plastic in verpakkingen die voldoen aan hoge eisen voor voedselveiligheid en materiaalkwaliteit. “Dank aan de brandowners en retailers die echt hun nek uitsteken,” zegt Hester Klein Lankhorst, bestuursvoorzitter van Verpact. “Zij zorgen voor meer vraag naar circulair plastic. Wij gaan dat ondersteunen met een Circulaire Plastic Bank, uitbreiding van tariefdifferentiatie en stimuleren van innovatie.”
De Circulaire Plastic Bank wordt een digitaal platform waar vraag en aanbod van circulair plastic bij elkaar komen. Afnemers kunnen aangeven welk type recyclaat ze zoeken, ook als dat nog niet beschikbaar is. Zo weten recyclers waar investeringen kansrijk zijn. Verpact zorgt daarnaast voor certificering van de herkomst en kwaliteit van het materiaal. Producenten die méér recyclaat gebruiken, krijgen een lagere afvalbeheerbijdrage. Dit wordt onderdeel van een dynamisch tarievensysteem dat de inzet van recyclaat financieel beloont.
Lees ook: Tot 60 cent per kilo besparen op plastic: zo werkt het
De verwachte Europese verpakkingsverordening (PPWR) vereist dat kunststofverpakkingen vanaf 2030 gemiddeld 20 tot 25 procent recyclaat bevatten. In Nederland lag dat aandeel in 2022 nog rond de 10 procent. De Plastictafel benadrukt daarom dat aanvullend beleid nodig is om die doelstelling haalbaar te maken.
Een belangrijk voorstel is het subsidiëren van zowel investeringen (CAPEX) als operationele meerkosten (OPEX). Circulair plastic is op dit moment gemiddeld 500 euro per ton duurder dan fossiel plastic. Zonder gerichte financiële steun blijven veel projecten hangen in de planfase. Volgens het rapport kan ongeveer 50 miljoen euro per jaar uit het Klimaatfonds worden ingezet om deze ‘onrendabele top’ te dekken.
Daarnaast adviseert de Plastictafel om recyclingresiduen vrij te stellen van afvalstoffenbelasting. Dit zijn de restmaterialen die ontstaan na sortering of verwerking. Zo’n vrijstelling kan bijdragen aan lagere verwerkingskosten, ook voor producenten of verpakkers die samenwerken met recyclers.
Zowel Verpact als brancheorganisatie VNCI pleiten voor Europese normering van circulair plastic. Nationale uitzonderingen leiden tot onduidelijkheid en maken investeringen risicovoller. Volgens Mark Intven (VNCI) moet aansluiting op Europees beleid hand in hand gaan met klimaatbeleid: “Je kunt nationaal wel stappen zetten, maar alleen onder de voorwaarde dat je daadwerkelijk vraagcreatie naar producten met een aandeel circulaire polymeren stimuleert, én compensatie kunt bieden voor een deel van de meerkosten.”
De Plastictafel onderstreept dat Nederland nu nog tot de Europese kopgroep behoort, maar die positie snel dreigt kwijt te raken. Sinds 2022 is al 3 miljoen ton plasticproductiecapaciteit verdwenen en zijn meerdere recyclingbedrijven failliet gegaan. Alleen met een stabiel Europees regelgevend kader én nationale uitvoeringsmaatregelen kan de keten weer vooruit.
Bron: Plastictafel