Cyberdreiging, geopolitieke spanningen en energiezekerheid drukken steeds zwaarder op het Nederlandse bedrijfsleven. Tegelijkertijd worden bedrijven iets weerbaarder. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van RaboResearch naar de risico’s die sectoren ervaren en de maatregelen die zij nemen. Voor de voedingsindustrie, zowel in landbouw als industrie, zijn veel van deze risico’s direct herkenbaar.
Nederlandse bedrijven krijgen te maken met een breed palet aan risico’s. Ongeveer de helft verwacht dat cybermisdaad, elektriciteitstekorten, nieuwe technologieën, geo-economische maatregelen en extreme financiële risico’s grote impact hebben op de continuïteit. Ook klimaatgerelateerde risico’s, zoals extreme weersomstandigheden, milieuvervuiling en watertekorten, spelen voor circa dertig procent van de bedrijven een rol.
Ten opzichte van vorig jaar is het aandeel bedrijven dat grote negatieve gevolgen verwacht iets gedaald. Die daling is kleiner bij acute risico’s, zoals cybermisdaad en geopolitiek, dan bij langetermijnrisico’s rond klimaat en milieu. Volgens RaboResearch hangt dit samen met het feit dat bedrijven meer maatregelen zijn gaan nemen.
De ervaren risico’s verschillen sterk per sector. Bedrijven in de landbouw zien vooral risico’s door extreem weer, watertekorten en milieuvervuiling. Industriële bedrijven geven aan kwetsbaar te zijn voor geo-economische maatregelen en elektriciteitstekorten. In de dienstensector vormt cybermisdaad het grootste risico.
Binnen de industrie is het aantal bedrijven dat elektriciteitstekorten als groot risico inschat toegenomen. Het volle stroomnet werd in 2025 een actueler probleem. Ook geopolitieke ontwikkelingen en handelsbeleid, onder meer vanuit de Verenigde Staten, hebben het risico van geo-economische maatregelen concreter gemaakt.
Bedrijven zijn actiever geworden in het afdekken van risico’s. Digitale veiligheidsmaatregelen worden het vaakst genomen. Daarnaast houden bedrijven vaker grotere voorraden aan en proberen zij minder afhankelijk te worden van individuele klanten en leveranciers. Ongeveer twintig procent werkt aan het verminderen van strategische afhankelijkheden van andere landen. Bij grote ondernemingen ligt dat aandeel rond de vijftig procent, vooral binnen de industrie.
Bron: Rabobank