De Europese ontbossingsverordening komt steeds dichter bij de dagelijkse praktijk. Dat vraagt voorbereiding van bedrijven, toezichthouders en partijen in productielanden. Nederland werkt ondertussen verder aan een uitvoerbare aanpak. Daarbij staat één uitgangspunt centraal: ontbossing tegengaan zonder onnodige administratieve lasten.
De Nederlandse invoering van de ontbossingsverordening, kortweg EUDR, ligt op schema. De doelstellingen en effectiviteit van de verordening moeten behouden blijven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en Douane zijn voorbereid op de handhaving. Deze gaat op 30 december 2026 van start. Ook de juridische implementatie verloopt volgens de gemaakte planning.
Bij de voorbereidingen geldt een Europees vereenvoudigingspakket als uitgangspunt. De Europese Commissie publiceerde dit pakket op 3 mei 2026. De Europese Commissie ondersteunt bedrijven bij de uitvoering. Hiervoor zijn richtsnoeren en technische ondersteuning beschikbaar. Ook kunnen bedrijven gebruikmaken van het TRACES-informatiesysteem.
De NVWA informeerde belanghebbenden uit binnen- en buitenland over de EUDR. Daarbij gaf de toezichthouder uitleg over de geplande handhaving.
Ook voerde de NVWA proefcontroles uit bij bedrijven. Tijdens deze controles werden de zorgvuldigheidssystemen van bedrijven beoordeeld. Zo werd nagegaan of deze aan de EUDR voldeden.
De NVWA publiceerde de opgedane inzichten in augustus 2025. Begin september 2026 bespreekt de toezichthouder deze resultaten met belanghebbenden.
Nederland is een grote importeur van producten die onder de EUDR vallen. Het kabinet kijkt daarom ook naar de gevolgen in productielanden. Vooral kleinere agrarische bedrijven kunnen moeite hebben met de vereisten. Daardoor kunnen zij uit internationale waardeketens verdwijnen.
Nederland draagt bij aan verschillende programma’s voor ondersteuning. Het Team Europe Initiative biedt technische hulp aan productielanden. Het SAFE-programma ondersteunt producenten in specifieke landen en regio’s.
Daarnaast richt NI-SCOPS zich op duurzame palmolieketens. Het programma is actief in Maleisië, Indonesië en Colombia. Het CBI ondersteunt daarnaast de verduurzaming van de koffieketen in Oeganda.
Bron: Tweede Kamer