De Europese Commissie stelde gezamenlijke emissieregels vast voor grote varkens- en pluimveebedrijven. Voeding, mestbeheer en huisvesting staan centraal in de nieuwe voorwaarden. Die moeten uitstoot verminderen en onnodige administratieve lasten beperken. De regels gaan tussen 2030 en 2032 gelden, afhankelijk van de bedrijfsomvang.
De nieuwe voorwaarden voor de bedrijfsvoering staan bekend als UCOL. Ze vallen onder de herziene Europese richtlijn voor industriële emissies en veehouderij. De Commissie ontwikkelde ze samen met lidstaten, veehouders en milieuorganisaties.
Het kader stelt eisen aan ammoniakuitstoot naar de lucht. Daarnaast gelden eisen voor de uitscheiding van stikstof en fosfor. De Commissie geeft voorrang aan maatregelen rond de voeding van dieren. Die moeten economisch haalbaar zijn en passen bij de bedrijfsomvang. Dat geldt vooral voor bestaande bedrijven en kleinere bedrijven die onder de regels vallen.
Veehouders kiezen zelf welke technieken zij gebruiken om de milieunormen te halen. Ook technieken die niet in UCOL staan, zijn mogelijk. Lidstaten moeten wetenschappelijk onderbouwen dat deze technieken het milieu even goed beschermen. Volgens de Commissie biedt deze keuzevrijheid ruimte voor innovatie.
De gezamenlijke minimumnormen vervangen uiteenlopende nationale benaderingen van emissies uit varkens- en pluimveebedrijven. Volgens de Commissie draagt dit bij aan eerlijkere concurrentie binnen de EU. Voor kleinere bedrijven die onder deze regels vallen, gelden passende technieken en emissiegrenzen.
Voor deze veehouderijen kent de richtlijn eenvoudigere bepalingen dan voor industriële installaties. Daarbij blijft een hoog niveau van milieubescherming het uitgangspunt. Lidstaten kunnen kiezen voor registratie in plaats van een volledige vergunningprocedure.
Bron: Europese Commissie