Miriam Quataert is senior onderzoeker bij Wageningen University & Research (WUR) en daarnaast ook twee dagen per week practor en kartrekker van het practoraat Eiwittransitie bij SVO vakopleider food. De combinatie van deze twee werelden – de één gericht op theorie en abstract denken, de ander zeer praktijkgericht - past haar als een jas. Voor de versbranche is het zuiver win-win.
“Het zaadje voor deze samenwerking werd ruim zeven jaar geleden geplant met het project Plant4Texture”, vertelt Miriam. “Vanuit WUR kwamen we in contact met SVO vakopleider food voor dit project over hybride producten. Die samenwerking pakte zó succesvol uit dat de school mij vroeg een practoraat ‘Eiwittransitie’ op te zetten. De kennis uit dat eerste project is inmiddels helemaal doorontwikkeld in het curriculum bij SVO.” Haar functie van practor is vergelijkbaar met wat een lector doet op het hbo: een brug slaan tussen praktijkgericht onderzoek, onderwijsinnovatie en het regionale bedrijfsleven. Hoewel de basis van het practoraat staat, blijkt de klus nog lang niet klaar; in 1 mei 2026 werd haar contract met drie jaar verlengd.
“SVO-studenten zitten ofwel één, ofwel vier dagen in de week op school. De andere dag of dagen werken ze. Hun werkgevers zijn slagers, traiteurs en visspecialisten die maaltijden bereiden en nieuwe concepten bedenken; retailers die nieuwe hybride, vega- en veganproducten in de schappen hebben liggen en horecaondernemers waarbij steeds vaker plantaardige en hybride gerechten op het menu staan. Ze worden dus allemaal geconfronteerd met de eiwittransitie, en daar wilde de opleider wat mee.”
Het assortiment bij al deze bedrijven is door de eiwittransitie aan het veranderen. Inherent aan verandering is het doen van onderzoek én het kunnen ontwikkelen van nieuwe producten zodat je mee kan in de verandering. Of liever nog; erin vooroploopt, er richting aan kan geven. We werken daarom aan het vergroten van de skills in onderzoekend leren bij de studenten. Ze leren bijvoorbeeld aan welke voorwaarden een goed onderzoek moet voldoen, zoals het herhalen van proeven en het goed registreren van de resultaten. Bij SVO is onderzoek doen veel minder complex dan op de universiteit. In het mbo pakken we dit praktijkgericht en pragmatisch op. We werken in andere versnelling.”
“Ik zie dit als een investering in de toekomst. Wat de studenten op school horen en leren, nemen ze mee naar hun werk. De werkgever leert zo ook over de vernieuwingen en veranderingen. Kenmerkend aan íedere transitie is dat het geen rechtlijnig proces is, maar een golfbeweging. We zijn met z'n allen aan het leren. Volgend jaar zijn er weer nieuwe inzichten. Misschien moeten we dingen herzien. Het mooie is dat ik, omdat ik ook bij WUR werk, toegang heb tot een enorme bron van actuele kennisontwikkeling. Op deze manier help ik mee aan het ontsluiten van heel veel kennis van de universiteit naar de praktijk.”
“In allerlei samenwerkingsprojecten! Zo werken we aan een heel leuk project met de Seaweed Sisters. Door de ambachtelijke kennis binnen SVO, én wat we geleerd hebben over hybride binnen een project met WUR, te combineren met hun drijfveer om de consumptie van zeewier te vergroten, hebben we een soort hybride hotdog gemaakt met een zeewier-topping. Op de inspiratiedag van SVO dit voorjaar hebben alle gasten de hotdog kunnen proeven. De reacties waren geweldig, en docenten en studenten vinden het super om iets heel nieuws en aparts te doen. Het is voor iedereen dus motiverend om aan dit soort vernieuwende producten te werken.”
‘De eiwittransitie is geen rechtlijnig proces. We zijn met z'n allen aan het leren’
“Verder hebben we binnen SVO vakopleider food een project waarin studenten met docenten een hybride visconcept ontwikkelden: 50% vis en 50% plantaardig. Dit hebben we gedaan samen met visspecialisten, de VNV, MSC, Hogeschool Zeeland UAS en Geerts Best, een koolzaad- en veldbonenproducent. In dit project is nadrukkelijk ook het aspect ‘duurzaamheid’ meegenomen; de vis die we gebruiken móet MSC-gecertificeerd zijn. Dat vraagt om continue herziening. Door wat er allemaal in de wereld gebeurt, kan een vis die nu nog gecertificeerd is, over een half jaar namelijk ineens niet meer op die lijst staan. We moeten daarop anticiperen; dus scherp blijven.”
“We hebben, samen met WUR, een nieuwe onlinetraining in het kader van ‘Leven Lang Ontwikkelen’ gemaakt, getiteld ‘Nieuwe eiwitten vragen om nieuwe scherpte’. De training omvat alles wat je moet weten om plantaardige en hybride voedingsmiddelen veilig en verantwoord te ontwikkelen. De e-learning geeft inzicht in voedselveiligheid, wet- en regelgeving, hygiëne, allergenen en innovatie. Je ontdekt hoe het hergebruik van reststromen een rol speelt bij productontwikkeling van nieuwe voedingsmiddelen, en we gaan in op de novel food-wetgeving; waarom mag je sommige ingrediënten niet eten en/of in je product verwerken, wat is een novel food? Het doel is om bij de deelnemers een stevige basis te leggen om veilig en verantwoord met nieuwe eiwitten aan de slag te gaan.”
“Een vierde voorbeeld, maar er zijn er nog veel meer hoor, pakken we samen met Cellular Agriculture Nederland op. Daarmee werken we aan een curriculum over kweekvlees en precisiefermentatie. Ik vind het erg belangrijk om deze nieuwe en innovatieve technologieën in het curriculum te verwerken, zodat de studenten, als ze van school komen, écht voorbereid zijn op wat er speelt en komen gaat. Daarbij zijn er goed opgeleide mensen nodig die met de nieuwe technologieën aan de slag kunnen gaan.”
Vol overtuiging: “Bovenaan staat smaak. Als een product niet lekker is, wordt het niet opnieuw gekozen, niet gekocht, niet gegeten. Daar zijn we in onze keukens dus continu mee bezig. Op twee staat het goed gebruikmaken van onze grondstoffen, waar reststroomverwaarding een belangrijk onderdeel van is. Ook het gezondheidsvraagstuk blijft belangrijk; wat betekent het omkatten van ons voedingspatroon naar meer plantaardig voor de gezondheid? En ten slotte: de acceptatie van de eiwittransitie en adoptie van nieuwe technologieën als kweekvlees en 3d-foodprinting bij de consument; daar ligt een hele grote uitdaging.”
“Ik zou wel honderd miljoen dingen willen doen, maar ik heb maar twee dagen in de week bij SVO, dus helaas kan ik niet alles oppakken”, lacht ze. Serieuzer: “We gaan in ieder geval werken aan het duurzaamheidsproof maken van het curriculum. Uitgangspunt is dat we zo goed mogelijk willen omgaan met onze eigen bronnen, met duurzaamheid en houdbaarheid. Concreet betekent dat dat we onderwerpen als het voorkomen van voedselverspilling en reststroomverwaarding in het programma inbedden. Hiervoor werken we weer samen met WUR in een Kennis op Maat-project.
Ook gaan we ‘het doen van onderzoek’ nog beter inbedden in de opleidingen: via bedrijfsopdrachten. We zijn op zoek naar concrete vraagstukken van ondernemers met betrekking tot de eiwittransitie en/of duurzaamheid waarin studenten zich verdiepen, en waar ze oplossingen voor gaan bedenken en ontwikkelen. Bijvoorbeeld ‘Hoe maak ik dit product of gerecht gezonder en duurzamer? Met minder vlees en meer groenten én hoog in proteïnen en vezels? Of door minder suiker en/of zout? Of juist met een focus op footprintreductie door minder verpakkingsmateriaal te gebruiken of voor een andere verpakking te kiezen? Ondernemers kunnen mij hun vraagstukken mailen; ze maken kans om bij ons in een digitale kaartenbak te komen. Studenten kunnen daaruit hun ontwikkelopdracht kiezen en uitwerken, waarbij ze de kans krijgen om zowel hun basisvaardigheden te verdiepen, als concreet aan de slag te gaan met onderzoekend leren. Daarbij worden ze ondersteund door WUR-onderzoekers; de expert wordt adviseur.”
“Je bent niet de eerste die dat vraagt, haha. Een mbo’er heeft inderdaad echt een praktijkperspectief, die wil dóen; terwijl een WUR-expert veel analytischer is. Soms zal het even zoeken zijn naar de juiste invalshoek en taal. Maar dat wijst zich wel; ik heb daar alle vertrouwen in. Waar een wil is, is een weg; dan vind je elkaar.”
“Toen ik bij SVO begon, kreeg ik een nieuwe wereld cadeau”, besluit Miriam. “Deze studenten en docenten zijn pragmatisch, creatief en staan met een been in de praktijk. Er zijn in het mbo minder protocollen en regels, waardoor ze vrijer kunnen denken. Daardoor komen ze vaak met heel andere oplossingen dan een universitair geschoold iemand. Het is heel leuk om als practor de verschillende opleidingen met elkaar te kunnen verbinden, te zien waar ieder z'n kracht ligt en daar dan zo goed mogelijk gebruik van te maken.”
Ontdek alles over de onlinetraining ‘Nieuwe eiwitten vragen om nieuwe scherpte’
Bron: ©Vakblad Voedingsindustrie 2026