Geen knollen, maar zaad. Solynta zet met die aanpak de aardappelteelt op z’n kop. Het Wageningse biotechbedrijf krijgt €20 miljoen van de Europese Investeringsbank (EIB) om hun technologie sneller te ontwikkelen.
De lening is onderdeel van het InvestEU-programma van de Europese Commissie en bedoeld voor de ontwikkeling van aardappelrassen met hoge ziekteresistentie en bestendigheid tegen klimaatverandering. Solynta richt zich daarbij op de toepassing van aardappelzaad voor teelt, als alternatief voor traditioneel pootgoed.
Het voordeel? Aardappelzaad bederft niet tijdens transport of opslag, in tegenstelling tot knollen. En dat maakt de keten efficiënter. Bovendien kunnen telers wereldwijd met dat zaad aan de slag, zonder afhankelijk te zijn van zwaar en kwetsbaar pootgoed.
“Aardappeltelers wereldwijd hebben toegang nodig tot ziektevrij uitgangsmateriaal met een sterke resistentie tegen ziekten zoals Phytophthora. Met onze nieuwe aardappelrassen, die geteeld worden uit zaad in plaats van het traditionele pootgoed, brengen we nieuwe variëteiten op de markt die minder gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben en bijdragen aan de verbetering van de wereldwijde voedselzekerheid,” aldus CEO Peter Poortinga.
Lees ook: 15 miljoen euro voor vernieuwing op het platteland
Solynta werkt met een hybride veredelingsmethode, zonder genetische modificatie. Dankzij die aanpak kunnen raseigenschappen snel worden aangepast. Het resultaat: rassen die beter presteren onder druk, bijvoorbeeld bij ziektedruk of in veranderend klimaat.
“Klimaatactie en -adaptatie vormen de kern van onze financiering,” benadrukt EIB-vicevoorzitter Gelsomina Vigliotti. Ze noemt de steun aan Solynta een win-winsituatie. “De aardappel is wereldwijd een belangrijk basisvoedselgewas. Juist daarom moet hij blijven groeien, ook onder moeilijkere omstandigheden.”
Ook de Europese Commissie staat achter de investering. “Voedselzekerheid is een belangrijk onderdeel van de nieuwe visie op landbouw en voedsel,” zegt Klasja van de Ridder. Volgens haar draagt het project bij aan de duurzame en concurrerende toekomst van de Europese landbouw.
Bron: EIB