De spanningen rond Iran beginnen ook in de Nederlandse voedingsindustrie voelbaar te worden. Energieprijzen lopen op en internationale handelsroutes staan onder druk. Dat vertaalt zich in hogere kosten voor producenten. Vooral bedrijven met energie-intensieve processen krijgen daarmee te maken.
Sinds eind februari zijn energieprijzen snel gestegen. De gasprijs voor levering volgende maand op de TTF-markt liep op van ongeveer 32 naar circa 59 euro per megawattuur. Ook olie werd duurder: van rond de 73 naar bijna 120 dollar per vat. Voor de voedingsmiddelenindustrie betekent dat simpelweg hogere productiekosten. Vooral industriële bakkerijen en bedrijven die groente en fruit verwerken gebruiken veel energie. Daar voelen prijsstijgingen dus sneller door.
De meeste bedrijven werken met verschillende energiecontracten. Daardoor komen prijsstijgingen vaak niet meteen volledig binnen in de resultaten. Dat effect kan vertraagd optreden. Dat gebeurde ook tijdens de energiecrisis van 2022. Toen bleek dat stijgende productiekosten meestal pas drie tot negen maanden later in consumentenprijzen zichtbaar worden.
Niet alleen energie speelt een rol. Ook logistiek gezien lopen de kosten op. Containerprijzen stijgen door hogere olieprijzen en verstoringen in internationale handel. Voor producten die sterk afhankelijk zijn van handel buiten de Europese Unie kan dat extra gevolgen hebben. Denk aan vlees, koffie, suiker, zuivel en tropisch fruit en groenten. Wanneer transport duurder wordt of vertraging oploopt, werkt dat direct door in de keten. Van producent tot retailer.
Ook grondstoffen reageren op de stijgende energieprijzen. Kunststoffen worden duurder omdat olie een belangrijke grondstof is. Bovendien kost de productie veel energie. Voor voedselproducenten betekent dat hogere kosten voor verpakkingen. En als energieprijzen langer hoog blijven, kan die druk verder oplopen.
De directe exportimpact lijkt overigens beperkt. Jaarlijks exporteert de Nederlandse voedings- en drankenindustrie ruim 2,9 miljard euro naar het Midden-Oosten. Dat komt neer op ongeveer 2,8 procent van de totale export. Chocolade, zuivel en groente en fruit springen daarbij het meest in het oog.
Bron: ABN AMRO