Gezonde voeding is wereldwijd nog lang niet voor iedereen betaalbaar. Volgens FAO kunnen bijna drie miljard mensen zich geen gezond dieet veroorloven. Dat komt niet doordat de wereld te weinig voedsel produceert. Vooral de hoge prijs van voedzame producten speelt mee. FAO koppelt die betaalbaarheid aan de werking van voedselketens.
Voedselprijzen bepalen wat uiteindelijk op het bord belandt. Als gezonde producten te duur zijn, kiezen mensen sneller voor goedkope calorieën. Basisproducten zoals granen en knollen zijn vaak relatief goedkoop. Een gevarieerd dieet vraagt gemiddeld om duurdere producten. Denk aan fruit, groenten, noten, peulvruchten en dierlijke producten.
FAO gebruikt hiervoor de Cost of a Healthy Diet-indicator. Die berekent de laagste kosten van lokaal beschikbare producten. Samen moeten die producten passen binnen een gezond voedingspatroon. Het gaat niet om persoonlijk voedingsadvies. De indicator volgt vooral de betaalbaarheid van gezonde voeding.
De kosten verschillen sterk per werelddeel. Noord-Amerika, Europa en Oceanië hebben de laagste gemiddelde kosten. Volgens FAO komt dat deels door goedkopere basisproducten en dierlijke producten.
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied kennen juist de hoogste kosten. Daar drukken vooral groenten zwaar op het budget. In Afrika wegen dierlijke producten, zoals vlees en zuivel, relatief sterk mee. Ontwikkelingslanden zonder kust hebben een extra nadeel door hun ligging. Voedsel moet daar vaker via andere landen worden aangevoerd. Daardoor kunnen importkosten voor logistiek 79 procent hoger liggen.
Voor de voedingsindustrie zit de relevantie vooral na de boerderijpoort. FAO noemt transport, opslag, verwerking, marktinformatie, koelketens en minder voedselverlies. Die schakels bepalen mede wat consumenten betalen voor bederfelijke, voedzame producten.
FAO pleit voor maatregelen die aanbod vergroten en ketenkosten verlagen. Daarbij noemt de organisatie onderzoek, irrigatie, wegen en koelketens. Ook handelsbeleid, subsidies, concurrentie en regelgeving spelen mee. Brede subsidies op goedkope basisproducten helpen volgens FAO onvoldoende. Steun moet vooral terechtkomen bij voedzame producten met hoge kosten.
Bron: FAO