Zelfgemaakte explosieven zijn een veelgebruikt wapen voor terroristen en andere criminelen. Dit komt door de relatief vrije verkrijgbaarheid van veel grondstoffen. De beschikbaarheid van deze stoffen wordt beperkt door EU verordening 2019/1148 en de Nederlandse Wet precursoren voor explosieven. Sinds februari 2021 is deze wetgeving aangescherpt! Dit heeft directe gevolgen voor ondernemers en bedrijven die deze stoffen verkopen én gebruiken. Veel van de stoffen waarvoor de wet geldt, zijn heel gangbaar in de voedingsmiddelenindustrie.
Van alle marktdeelnemers binnen de keten van precursoren voor explosieven wordt verwacht dat zij elkaar helder en duidelijk informeren wanneer een product een dergelijke precursor bevat en dat het daarmee binnen de verplichtingen van de EU- verordening valt. Ook moeten bedrijven hun personeel trainen en instrueren, zodat zij op de hoogte zijn van de verplichtingen die gelden voor het verhandelen van precursoren en uitvoering kunnen geven aan de wet.
De EU-wetgeving maakt onderscheid door de precursoren voor explosieven te verdelen over twee verschillende lijsten met stoffen, de zogenaamde ‘bijlagen van de EU-verordening’. Deze lijsten zijn te vinden op: www.nctv.nl/precursoren voor explosieven. Voor beide lijsten gelden verschillende regels en verplichtingen.
Vanaf 1 februari 2021 gelden de volgende verplichtingen voor stoffen op lijst 1: (op Lijst 1 van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, staan onder meer Salpeterzuur, Waterstofperoxide, Zwavelzuur en Nitromethaan)
Vanaf 1 februari 2021 gelden de volgende verplichtingen voor stoffen op lijst 2: (op lijst 2 van precursoren voor explosieven die moeten worden gemeld, staan onder meer Hexamine, Aceton, Kaliumnitraat en Natriumnitraat.)
Klik hier voor de EU Verordening 2019/1148 en Wet Precursoren voor explosieven
nctv.nl
Bron: NCTV