De vleesproductie in Duitsland verschoof in de eerste helft van 2025. Meer varkens in de slachthuizen, minder runderen. Het totaal bleef nagenoeg gelijk, maar de verhoudingen veranderden duidelijk. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Duitse statistiekbureau Destatis.
Bijna 3,4 miljoen ton vlees kwam er van de band in de eerste zes maanden van dit jaar. Een fractie minder dan in dezelfde periode van 2024: min 0,1%, oftewel 1.900 ton. Slachthuizen verwerkten 23,9 miljoen varkens, runderen, schapen, geiten en paarden. En daarnaast nog eens 346,1 miljoen kippen, kalkoenen en eenden.
22,1 miljoen varkens gingen naar de slacht. Dat zijn er 0,7% meer dan vorig jaar. Vrijwel allemaal kwamen ze uit eigen land: 98,2%, goed voor 21,7 miljoen dieren. Dat is 2,3% meer dan in 2024. Buitenlandse varkens waren er juist veel minder, min 44,8%, en bleven steken op 406.000. Het leverde 2,1 miljoen ton varkensvlees op, 1,8% ofwel 38.100 ton meer dan een jaar geleden.
Het was een heel ander verhaal voor rundvlees. De productie zakte naar 462.200 ton, een daling van 7,2%. Er werden 1,4 miljoen runderen geslacht, 7,9% minder dan vorig jaar. Gemiddeld wogen de dieren iets zwaarder: 339,6 kilo per karkas. Pluimvee bleef intussen vrijwel stabiel. Met 779.900 ton vlees, 0,1% minder, maar wel iets meer geslachte dieren.
Varkensvlees blijft met 63,2% het zwaargewicht in de Duitse productie. Pluimvee volgt op 23,0% en rundvlees op 13,6%. Schapen, geiten en paarden? Samen slechts 0,3% van het totaal.
Bron: Destatis