Palmolie? Dat associëren we al snel met ontbossing, orang-oetans in nood en foute praktijken. Geen wonder dat ‘vrij van palmolie’ inmiddels een vertrouwd label is op verpakkingen in de supermarkt. Maar klopt dat negatieve beeld eigenlijk nog wel?
Volgens een nieuwe studie van Wageningen University & Research verdient palmolie een herwaardering. Onderzoekers vergeleken drie bekende plantaardige oliën: palmolie uit Indonesië, sojaolie uit Brazilië en raapzaadolie uit Duitsland. Wat blijkt? Palmolie scoort verrassend goed op meerdere vlakken, al blijven er kanttekeningen.
Een oliepalmenplantage is bijzonder efficiënt. Per hectare levert die ruim twee keer zoveel olie op als soja of koolzaad. Zelfs als je meerekent dat soja ook eiwitten oplevert, blijft palmolie de productiefste keuze.
“Die voorsprong in efficiëntie blijft in stand,” zegt WUR-onderzoeker Wolter Elbersen, “ook als je rekening houdt met het feit dat soja bijvoorbeeld niet alleen olie oplevert, maar ook nog eiwitten voor diervoeder.”
Volgens de onderzoekers kan de opbrengst per hectare zelfs nog zo’n 50 procent omhoog. Denk aan betere rassen, slimmer bemesten en verouderde bomen tijdig vervangen. En dat scheelt: want meer productie op dezelfde grond betekent minder druk op nieuwe natuur.
Palmolie is goedkoop en voedzaam. In Europa vinden we het vooral in koekjes, snacks of smeersels. Maar in delen van Azië en Afrika is het een belangrijke bron van calorieën.
Ook sociaal gezien is de impact groot. “Dankzij palmolie hebben miljoenen kleine boeren een redelijk bestaan opgebouwd,” zegt Elbersen. En: “Je hebt minder vierkante meters nodig om een minimumloon te halen.”
Die arbeidsintensieve teelt zorgt dus niet alleen voor banen, maar ook voor inkomenszekerheid, iets waar alternatieve oliën minder goed op scoren.
Is het dan allemaal rozengeur? Zeker niet. Vooral de uitstoot van broeikasgassen blijft een heikel punt. Denk aan veengronden die ontwaterd worden (met CO₂-uitstoot tot gevolg) en methaan uit rottend afval.
Toch zien de onderzoekers mogelijkheden om die achterstand in te halen. Door afval beter te benutten, bijvoorbeeld voor biodiesel of het maken van meubels van palmhout. Maar dan is er wel iets nodig. “Daar is wel politieke wil voor nodig,” aldus Elbersen.
Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Misstanden als landroof en mensenrechtenschendingen zijn niet meegewogen, omdat die lastig hard te maken zijn in cijfers. “We zijn onderzoekers, geen journalisten,” zegt Elbersen daarover. “Voor ons valt amper te achterhalen wat er precies gebeurt aan illegaals, laat staan dat we het kunnen kwantificeren.”
Wat wel kwantificeerbaar is? Dat palmolie op meerdere fronten beter scoort dan je zou denken, en dat het op veel plekken ter wereld een cruciale rol speelt.
Bron: Resource online