Plastic verpakkingen houden voedingsmiddelen langer vers, maar zijn niet altijd eenvoudig te recyclen. Een consortium van de Universiteit Utrecht en bedrijven uit de recyclingketen gaat daarom de komende vier jaar aan de slag met oplossingen voor verpakkingen die nu vaak in de verbrandingsoven belanden. Voor het project CLEAN is 1,5 miljoen euro subsidie beschikbaar vanuit het Nationaal Groeifondsprogramma Circular Plastics NL.
Het project richt zich op dunne polyolefinefolies die veel worden gebruikt in de tuinbouw en als verpakkingsmateriaal. Deze folies bevatten vaak verontreinigingen en verschillende additieven. Ook de dunne EVOH-laag maakt recycling lastig. Die laag zorgt er bijvoorbeeld voor dat kaas langer vers blijft.
Na pyrolyse bevat de olie door de aanwezigheid van EVOH relatief veel zuurstof. Daardoor is deze minder geschikt als grondstof voor nieuw plastic. Omdat bestaande scheidingstechnieken de EVOH-laag onvoldoende verwijderen, eindigen veel van deze verpakkingen alsnog in de verbrandingsoven.
Binnen CLEAN werken partijen uit de volledige recyclingketen samen. Renewi zamelt kunststofafval in, sorteert het en verwerkt het tot vlokken. BlueAlp zet deze vervolgens onder hoge temperatuur om in olie. Shell verwerkt die olie weer tot grondstoffen voor nieuw plastic en chemicaliën.
Onderzoekers van de Universiteit Utrecht ontwikkelen nieuwe katalysatoren en adsorbents. Die moeten verontreinigingen uit kunststofafval verwijderen en verschillende soorten plastic beter van elkaar scheiden.
“Door samen te werken, krijgen wij toegang tot realistische problemen en kunnen wij onze kennis hier beter op afstemmen”, zegt projectcoördinator Bert Weckhuysen.
Volgens Kim Meulebroeks, innovatiemanager bij Renewi, kunnen hierdoor meer soorten kunststofafval geschikt worden voor pyrolyse. Zij verwacht dat de recyclingvolumes daardoor toenemen en minder plastic hoeft te worden verbrand.
Bron: Universiteit Utrecht