Het Nederlandse oppervlaktewater wordt al jaren gemeten en beoordeeld. Toch laat de kwaliteit weinig verbetering zien. Uit nieuw onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat de concentratie van schadelijke industriële stoffen in veel gevallen nauwelijks is gedaald. Dat is opvallend, want volgens Europese afspraken moet het water uiterlijk in 2027 aan de normen voldoen.
De Rekenkamer keek naar vijftien schadelijke stoffen die vaak samenhangen met industriële lozingen. Denk aan PAK’s, PFOS, zware metalen zoals lood en kwik en ook dioxines. Stoffen die bekendstaan om hun risico’s voor gezondheid en milieu. Voor het onderzoek zijn gegevens gebruikt van 61 meetpunten in Nederlandse rijkswateren. De meetreeks loopt van 2012 tot en met 2024. Daarmee ontstaat een goed beeld van de ontwikkeling over een langere periode.
Die ontwikkeling blijkt beperkt. Slechts één stof laat op de meeste plekken een positieve trend zien. Drie stoffen ontwikkelen zich juist ongunstig. Bij negen stoffen verandert er weinig; daar is vooral stilstand zichtbaar. Voor twee stoffen zijn simpelweg te weinig metingen beschikbaar om een duidelijke ontwikkeling te kunnen vaststellen. Ook bij de normtoetsing blijft het beeld zorgelijk. Twaalf van de vijftien stoffen voldoen nog niet overal aan de Europese normen.
Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water geldt een eenvoudige regel: zodra één stof boven de norm uitkomt, krijgt het water het oordeel ‘onvoldoende’. In theorie zouden alle meetpunten in 2027 dus volledig aan de normen moeten voldoen. In de praktijk lijkt dat lastig te halen. Op vrijwel alle onderzochte meetpunten komt namelijk minstens één normoverschrijding voor.
Waar die vervuiling precies vandaan komt, is niet altijd eenvoudig vast te stellen. Industriële lozingen spelen een rol, maar ook andere bronnen tellen mee. Denk aan landbouw, verkeer, neerslag uit de lucht en vervuiling die via rivieren vanuit het buitenland binnenkomt.
De kwaliteit van oppervlaktewater raakt meer dan alleen natuur en milieu. Ook drinkwater staat ermee in verbinding. Ongeveer 40 procent van het Nederlandse drinkwater komt namelijk uit oppervlaktewater, onder meer uit de Rijn, de Maas en het IJsselmeer.
De gevolgen daarvan worden soms direct zichtbaar. De afgelopen jaren moest de waterinname uit de Maas meerdere keren worden stilgelegd vanwege een slechte waterkwaliteit. Daar komen de kosten nog bij. Extra zuivering is duur en kan oplopen tot miljarden. Volgens een schatting uit 2025 kost vervuiling door industrie Nederland minstens 7 miljard euro per jaar.
Bron: Algemene Rekenkamer