Nederland dreigt een belangrijk klimaatdoel te missen: het halveren van voedselverspilling in 2030, vergeleken met 2015. Elk jaar verdwijnen miljoenen kilo’s eetbaar voedsel in de prullenbak. Dat raakt niet alleen het klimaat, maar ook onze voedselzekerheid én onze portemonnee.
“Meer aanpak van voedselverspilling is nodig, van producent tot winkelmandje”, zegt Ceel Elemans van ING. De meeste verspilling vindt nog altijd plaats in de voedingsindustrie en bij mensen thuis. Toch is er in de keten ook vooruitgang zichtbaar.
Supermarkten bewijzen dat het anders kan. In 2024 lag hun verspilling 33 procent lager dan in 2018. Dat komt door slimme oplossingen: kleinere porties, dynamische kortingen en beter voorraadbeheer.
Samenwerking met vaste partners blijkt daarbij cruciaal. Lidl werkt bijvoorbeeld samen met Food Fellows en Kipster. Albert Heijn bracht inmiddels meer dan vijftig producten op de markt die zijn gemaakt van reststromen. Zo verwerkte de keten onlangs nog 200.000 kilo afgekeurde bananen tot puree en bananenbrood.
Reststromen krijgen steeds vaker een tweede leven in nieuwe producten. Structurele samenwerking in de keten maakt het mogelijk om verder op te schalen. De Autoriteit Consument & Markt ziet zulke samenwerkingen voor duurzame doelen dan ook als positief. Ook producenten stellen vaker concrete doelen in hun duurzaamheidsverslagen. FrieslandCampina, Bakkerij ’t Stoepje en Van Loon Group worden daarbij genoemd als voorbeelden.
En dan de consument: die blijft een sleutelspeler. Nederlanders gooien gemiddeld ruim 33 kilo voedsel per persoon per jaar weg. Veel mensen denken dat het bij hen wel meevalt, maar dat is vaak niet zo. Campagnes, bewaartips en recepten met restjes kunnen helpen om gedrag te veranderen. Uiteindelijk begint het met één simpele vraag: heb ik dit echt nodig? Iedere bewuste keuze in het winkelmandje telt.
Bron: ING