De voedingsindustrie realiseerde in 2025 een omzetgroei van ruim 7 procent, vooral dankzij een forse stijging van de export. Toch laat het jaar ook een minder rooskleurige kant zien: met 53 faillissementen werd het hoogste aantal faillissementen sinds 2014 geregistreerd. Die combinatie vertaalt zich in gematigde verwachtingen voor 2026, waarin de meeste ondernemers rekenen op een stabiele omzet. Dat blijkt uit het jaarbeeld 2025 van de voedingsindustrie, op basis van voorlopige CBS-cijfers.
De groei kwam vorig jaar vooral uit het buitenland. In de eerste elf maanden van 2025 lag de totale omzet van de voedingsindustrie 7,2 procent hoger dan in dezelfde periode in 2024. De binnenlandse afzet groeide met 3,7 procent, maar de export liet met een plus van 10,1 procent een veel sterker beeld zien.
Vooral het voorjaar sprong eruit. April was de beste maand, met een omzetgroei van 12,5 procent, mede dankzij een forse toename van de export (+16,5 procent). Ook in januari, juni en september lagen de groeicijfers boven de 10 procent. Slechts in november stokte de groei even: toen daalde de omzet licht met 0,2 procent.
Waar de omzet flink doorgroeide, vlakte de prijsontwikkeling in de loop van het jaar af. In de periode januari–november stegen de afzetprijzen in totaal met 3,4 procent. In de eerste maanden van het jaar was de prijsdruk nog hoog, met stijgingen van ruim 5 procent per maand. Vanaf de zomer nam dat tempo echter duidelijk af. In november sloeg de ontwikkeling zelfs om en daalden de afzetprijzen met 1,6 procent. De prijsstijgingen kwamen vooral voor rekening van de export, waar de prijzen gemiddeld met 4,8 procent toenamen. De binnenlandse markt liet een beduidend rustiger prijsbeeld zien (+1,3 procent).
Tussen deelsectoren liepen de verschillen uiteen. De zuivelindustrie zag de afzetprijzen het meest stijgen (+4,7 procent), gevolgd door de visverwerkende industrie (+3,9 procent) en de diervoederindustrie (+3,3 procent). Ook slachterijen en vleesverwerkers noteerden hogere prijzen (+2,2 procent). Aan de andere kant van het spectrum stonden de meelindustrie (-4,1 procent) en de groente- en fruitverwerkende industrie (-0,3 procent), waar per saldo sprake was van prijsdalingen.
Ondanks de omzetgroei nam het aantal faillissementen toe. In 2025 gingen 53 voedingsbedrijven failliet, het hoogste aantal sinds 2014. Vooral de brood- en deegwarenindustrie werd hard geraakt, met in totaal 32 faillissementen. Opvallend is dat in de spijsoliën- en vettenindustrie vorig jaar geen enkel faillissement werd geregistreerd.
Voor dit jaar zijn de verwachtingen gematigd. Ruim 18 procent van de ondernemers rekent op een hogere omzet dan in 2025, terwijl twee derde uitgaat van een stabiel omzetniveau. Bijna 15 procent verwacht een daling.
Ook op de arbeidsmarkt overheerst voorzichtigheid. De meeste ondernemers (ruim 71 procent) verwachten hun personeelsbestand gelijk te houden. Een kleinere groep denkt aan uitbreiding (12,5 procent), terwijl ruim 16 procent uitgaat van een krimp.
Wat investeringen betreft is er iets meer vertrouwen. Bijna 60 procent verwacht het investeringsniveau stabiel te houden, bijna 29 procent denkt meer te investeren en 12 procent voorziet een lager investeringsniveau dan vorig jaar.
Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026