Vegaburgers ontwikkelen zich snel binnen het Nederlandse aanbod. Zowel de voedingswaarde als de smaak laat vooruitgang zien. Dat blijkt uit een test van de Consumentenbond, uitgevoerd onder supermarktmerken en A-merken. Fabrikanten sturen duidelijk op gezondere recepturen en betere voedingswaarden. Maar er blijven verschillen tussen producten, vooral als het gaat om vetgehalte en smaak. Daarmee blijft de categorie volop in beweging binnen het plantaardige segment.
Het zoutgehalte van vegaburgers is duidelijk gedaald ten opzichte van 2020. Waar toen geen enkel product binnen de Schijf van Vijf viel, zijn dat er nu zes. Drie andere burgers voldoen bijna, maar bevatten te weinig ijzer.
Fabrikanten voegen steeds vaker vitamine B12 en ijzer toe. Eén van de geteste burgers bevat zelfs twee keer zoveel vitamine B12 als een hamburger van vlees. Tegelijk blijft het aandeel verzadigd vet in veel producten hoog. Dat hangt vaak samen met het gebruik van kokosolie of palmolie.
Ook op smaak is vooruitgang zichtbaar. In 2020 kregen vijf van de zestien vegaburgers een onvoldoende. In de huidige test zijn dat er drie. De beoordeling is gebaseerd op geur, smaak, sappigheid, kruiding en textuur. Toch blijft de kwaliteit wisselend. Niet alle producten weten te overtuigen, wat het verschil tussen merken zichtbaar houdt.
Voorgegaarde burgers vallen op in de resultaten. Ze domineren de top vijf van de test. Deze varianten worden als gezonder beoordeeld en scoren vergelijkbaar op smaak met rauwe producten. Daarnaast liggen de prijzen vaak lager. In de test varieert de prijs per burger van €0,75 tot €2,47. De prijs telt niet mee in het eindcijfer, maar speelt wel een rol bij de aanwijzing van de Beste Koop.
Er werden zestien vegaburgers getest uit verschillende supermarkten. In totaal beoordeelden 63 consumenten de producten blind, zonder kennis van het merk.
Bron: Consumentenbond