De Nederlandse tuinbouwketen groeide de afgelopen jaren stevig door. Dat gebeurde in een periode met corona, hoge energieprijzen, geopolitieke onzekerheid en meer internationale concurrentie. De productiewaarde steeg tussen 2020 en 2024 van 26,8 miljard naar 33,3 miljard euro. Dat blijkt uit nieuwe Tuinbouwcijfers van Wageningen Social & Economic Research.
De groei komt neer op ruim 24 procent. Ook na correctie voor inflatie bleef bijna 6 procent groei over. De cijfers zijn opgesteld in opdracht van Greenports Nederland en het voormalige Topteam Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Ook de toegevoegde waarde nam toe. Die groeide van 16,2 miljard euro in 2020 naar 20,4 miljard euro in 2024. Daarmee vertegenwoordigt de tuinbouwketen ongeveer 1,8 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product.
De werkgelegenheid groeide naar 208.000 arbeidsjaren. Dat is ongeveer 2,5 procent van de totale Nederlandse werkgelegenheid. “De cijfers laten zien dat de tuinbouwketen zich ook onder moeilijke omstandigheden weet aan te passen”, zegt tuinbouwexpert Peter Ravensbergen. Volgens hem bleven bedrijven investeren in innovatie. Ook versterkten zij hun economische positie over het algemeen.
Ook internationaal houdt de Nederlandse tuinbouw een sterke positie. De exportwaarde van tuinbouwproducten bedroeg in 2024 ruim 28 miljard euro. Dat is meer dan 25 procent hoger dan in 2019.
Ongeveer 65 procent van de export bestond uit producten uit Nederland. Fruit, glasgroenten en snijbloemen waren de belangrijkste exportproducten. De importwaarde kwam in 2024 uit op ruim 11 miljard euro. Fruit was goed voor meer dan de helft van die importwaarde.
De innovatiekracht blijkt onder meer uit de WBSO. Bedrijven uit de tuinbouwketen maakten in 2024 voor 516 miljoen euro gebruik van deze fiscale regeling. Dat is bijna 25 procent meer dan in 2019.
Wageningen Social & Economic Research nam de berekening over van het CBS. Door wijzigingen in methode en data zijn eerdere edities niet altijd direct vergelijkbaar. Daarom is de nieuwe methode toegepast op alle cijfers vanaf 2020.
Bron: Wageningen Social & Economic Research