Het kabinet werkt aan een suikerbelasting op eetwaren en een nieuwe heffing op alcoholvrije dranken op basis van het suikergehalte. De maatregelen moeten de suikerconsumptie terugdringen. FNLI waarschuwt voor hogere kosten, extra regeldruk en meer grenshandel. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat veel Nederlanders positief staan tegenover belasting op suikerrijke producten.
Het kabinet wil vanaf 2030 een suikerbelasting invoeren op eetwaren. Daarnaast moet de huidige verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken worden omgezet naar een belasting die afhankelijk is van het suikergehalte.
Volgens het kabinet kunnen producenten hierdoor worden gestimuleerd om recepturen aan te passen. Ook verwacht het kabinet dat consumenten vaker kiezen voor producten met minder suiker. Voor de belasting op eetwaren wordt uitgegaan van een structurele opbrengst van 900 miljoen euro per jaar.
Bij de verdere uitwerking kijkt het kabinet naar verschillende varianten. Daarbij spelen gezondheidseffecten, uitvoerbaarheid en administratieve lasten een belangrijke rol.
FNLI onderschrijft het belang van een gezonder voedingspatroon en het terugdringen van overgewicht. Toch is de federatie tegen een brede suikerbelasting op voedsel. Volgens FNLI is niet aangetoond dat zo'n maatregel leidt tot structurele gezondheidswinst of een effectieve bijdrage levert aan het terugdringen van overgewicht. Tegelijkertijd verwacht de organisatie hogere voedselprijzen voor consumenten.
Daarnaast wijst FNLI op mogelijke verschuiving van aankopen naar België en Duitsland. Ook noemt de federatie risico's rond de uitvoering van de belasting. Daarbij wordt gewezen op verschillen tussen verpakte en onverpakte producten. Een verpakte taart zou bijvoorbeeld wel belast kunnen worden, terwijl een vergelijkbaar product zonder verpakking buiten de heffing blijft.
Uit onderzoek van Motivaction blijkt dat 54 procent van de Nederlanders het belangrijk vindt dat voedsel en dranken met veel suiker extra worden belast. Wanneer de opbrengsten worden ingezet voor verbetering van de volksgezondheid stijgt dat aandeel naar 56 procent.
Verder vindt 69 procent dat de suikerbelasting moet gelden voor zowel eten als drinken. Tegelijkertijd verwacht 40 procent bij hogere prijzen vaker producten over de grens te kopen. Ook vindt 44 procent dat huishoudens met lagere inkomens relatief harder geraakt kunnen worden door een suikerbelasting.
Bron: FNLI, Motivaction, Rijksoverheid