Statiegeld straks ook op zuivel- en sapflessen
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

Statiegeld straks ook op zuivel- en sapflessen

  • 03 juli 2026

Producenten van dranken, zuivel en sappen kunnen zich op nieuwe statiegeldregels voorbereiden. Het kabinet wil het systeem aanpassen om meer plastic flessen en blikjes in te zamelen. De voorstellen raken ook importeurs, verpakkingsbedrijven en retailers. Een belangrijk onderdeel is de uitbreiding van statiegeld naar alle plastic flessen tot en met drie liter.

Ook zuivel- en sapflessen

Sinds 2021 geldt statiegeld op plastic frisdrank- en waterflessen. In 2023 kwamen daar blikjes bij. De wettelijke inzameldoelstelling van 90 procent wordt nog niet gehaald. Over 2024 werd 77 procent van de plastic flessen en 83 procent van de blikjes ingezameld.

De minister wil daarom de statiegeldplicht uitbreiden naar alle plastic flessen tot en met drie liter, inclusief zuivel- en sapflessen. Volgens onderzoek is de inzameldoelstelling alleen haalbaar wanneer ook zuivelflessen gescheiden worden ingezameld. Wageningen University & Research concludeert dat dit technisch mogelijk is, mits het systeem of de flessen worden aangepast.

Meer innamepunten

Voordat zuivelflessen onder het statiegeldsysteem vallen, moet Verpact maatregelen uitwerken om hygiëneproblemen te voorkomen. Verkooppunten moeten bovendien worden gecompenseerd voor eventuele extra kosten van het schoonhouden van de innamelocatie.

Daarnaast wil de minister een verbod invoeren op de verkoop van plastic flessen en blikjes zonder statiegeld. Dat moet de verwarring bij consumenten verminderen en leiden tot een eerlijker speelveld voor bedrijven.

Ook onderzoekt het kabinet hoe het aantal innamepunten kan worden vergroot, onder meer via een mogelijke innameplicht. Verder wordt bekeken of bulkautomaten een vaste plaats krijgen in de regelgeving. De minister wil de voorstellen na de zomer verder uitwerken en streeft naar invoering van de aangepaste regelgeving op 1 januari 2028.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat