De agrarische sector kent dit jaar ups en downs. Kosten blijven hoog, maar zakken op sommige punten iets terug. Ondertussen profiteren de dierlijke sectoren van stevige opbrengstprijzen. Alleen de akkerbouw krijgt rake klappen, zo blijkt uit de nieuwste Stand van de Agrarische Sector van ABN AMRO.
De eerste helft van 2025 laat een gemengd beeld zien. In de akkerbouw ging het goed van start, maar de fritesaardappelprijzen kelderden snel. Overaanbod en stagnerende afzet zijn de boosdoeners. Vooral bedrijven die grotendeels afhankelijk zijn van de vrije markt voelen dat direct in hun portemonnee. In de voedingstuinbouw liggen de prijzen flink uit elkaar, maar hogere productie per hectare houdt de liquiditeit overeind. En de sierteelt? Daar zorgt vooral prijsstijging voor groei, al komt er later dit jaar meer aanbod bij.
Kosten stabiliseren deels
Na jaren van torenhoge inflatie ervaren ondernemers eindelijk wat lucht. Gasprijzen tonen na een korte piek begin 2025 een gunstige trend. Tarwe en soja werden goedkoper, waardoor voerkosten licht daalden. Ook mestafzetkosten zijn getemperd, onder meer door meer capaciteit en een kwart meer export richting Duitsland en Frankrijk. Toch zijn niet alle zorgen weg. Arbeid blijft duur en de prijzen voor kunstmest zijn in 2025 verder opgelopen, mede door Europese importheffingen.
Waar de akkerbouw worstelt, profiteren de dierlijke sectoren van krapte. De opbrengstprijzen liggen er hoger dan gemiddeld. Pluimveehouders steken er met kop en schouders bovenuit. Ook melkvee- en kalverhouderij zien hun liquiditeit verbeteren. Voor vleesvarkensbedrijven is het verhaal minder rooskleurig. Zij krijgen te maken met stevige internationale concurrentie en mogelijk verstoringen door Chinese importheffingen en de openstelling van de EU-markt voor Amerikaans varkensvlees. De visserij blijft stabiel, met voldoende volumes en prijzen die in lijn liggen met 2024.
Bron: ABN Amro