De berichtgeving over bestrijdingsmiddelen op snoepgroenten vraagt volgens het Voedingscentrum om nuance. Herhaald onderzoek van PAN-NL toont resten van middelen in twintig producten van vijf supermarkten. Hoewel deze binnen de wettelijke normen blijven, kan de hoeveelheid aandacht het risico groter doen lijken dan het is.
In de monsters werden zeventien verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Gemiddeld ging het om bijna twee middelen per product. De gemeten waarden bleven binnen de wettelijke norm voor reguliere groente en fruit.
PAN-NL stelt wel dat de baby- en peuternorm wordt overschreden. Deze norm geldt voor verpakte voeding voor baby’s en kinderen tot vier jaar. Het verschil tussen beide normen kan verwarring veroorzaken. Snoepgroenten worden vaak gepromoot voor jonge kinderen, maar vallen onder reguliere regelgeving.
Volgens het Voedingscentrum is dat juridisch verklaarbaar. Reguliere groente en fruit worden niet voor een specifieke doelgroep gelabeld. Tegelijk wordt bij de normen rekening gehouden met kwetsbare groepen, zoals zwangere vrouwen en jonge kinderen.
Naast individuele residuen speelt ook de combinatie van middelen een rol. Over de effecten daarvan bestaat nog onzekerheid. Met de huidige kennis lijken de risico’s echter minimaal. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid en het RIVM werken aan een risicobeoordeling. Daarbij worden ook gecombineerde effecten meegenomen in de toelating van bestrijdingsmiddelen.
De berichtgeving over dit onderwerp leidt tot zorgen bij ouders en verzorgers. Volgens het Voedingscentrum kan de hoeveelheid aandacht het risico groter doen lijken. “De aanwezigheid van een stof is niet hetzelfde als een gevaar: de hoeveelheid bepaalt het risico.”
De organisatie benadrukt dat groente en fruit essentieel blijven voor de gezondheid. Afwisseling in soorten verkleint de kans op een hogere inname van één stof. Biologische producten bevatten volgens het Voedingscentrum de minste resten bestrijdingsmiddelen.
Bron: Voedingscentrum