Plantaardige producten zijn overal, maar vallen vaak niet op. Niet het aanbod, maar de manier van labelen beïnvloedt hoe consumenten keuzes maken. Dat blijkt uit onderzoek van promovendus Houkje Adema (Wageningen Social & Economic Research).
Veel plantaardige producten dragen geen expliciet label. Groenten, fruit, oliën en peulvruchten zijn zelden als zodanig aangeduid. Volgens Adema ontstaat daardoor een vertekend beeld. “Daarmee wekken we onbedoeld de indruk dat plantaardige opties eerder een uitzondering zijn dan de norm.”
In een online supermarkt onderzocht zij het effect van labeling. De omgeving bestond uit 64 producten in acht categorieën, waaronder tomatenproducten, gehakt en kaas. Deelnemers selecteerden ingrediënten voor een pasta bolognese.
Het aandeel gelabelde plantaardige producten werd per test aangepast. Pas wanneer zestig procent of meer van de plantaardige producten een label kreeg, viel het deelnemers op dat het aanbod groter was. De sociale norm en koopintentie veranderden niet.
In een vervolgexperiment kregen plantaardige producten een positief label. Dierlijke producten kregen een negatief geformuleerd waarschuwingslabel.
Die aanpak beïnvloedde de perceptie van deelnemers. Zij gaven aan vaker plantaardig te willen kopen en verwachtten dat anderen dat ook doen. “De sociale norm veranderde dus. En dat zonder verder iets aan het assortiment te veranderen.” Het daadwerkelijke keuzegedrag bleef echter gelijk.
Toen de etikettering werd omgedraaid, veranderde het gedrag wel. Door dierlijke producten als uitzondering te labelen, kozen deelnemers vaker voor een plantaardige optie bij hun gerecht.
Volgens Adema laten de resultaten zien dat labeling en framing invloed hebben op keuzes. Zonder aanpassingen in het assortiment kan de perceptie van aanbod al verschuiven.
Bron: Wageningen Resource