Drie onderzoeksprojecten binnen cellulaire agricultuur krijgen samen 4,1 miljoen euro toegekend. NWO en het Nationaal Groeifonds richten zich daarmee op kostenreductie en opschaling. De nadruk ligt op precisiefermentatie en kweekvlees.
Cellulaire agricultuur maakt het mogelijk dierlijke producten te produceren zonder dier. Cellen worden gekweekt in bioreactoren en verwerkt tot vlees. Ze kunnen ook dienen als ingrediënt voor smaak en textuur van alternatieven.
Daarnaast produceren aangepaste micro-organismen specifieke eiwitten via precisiefermentatie. De technologie kan bijdragen aan lagere milieubelasting en verbeterd dierenwelzijn. De huidige projecten richten zich op schaalbaarheid en betaalbaarheid.
UP-CELL, geleid door TU Delft, richt zich op geschikte cellijnen voor productie. Onderzoekers combineren cel-engineering met computationele modellen. Doel is grootschalige en kosteneffectieve celkweek mogelijk te maken.
MeatUp, vanuit Maastricht University, werkt aan de ontwikkeling van volledige vleesstukken. Het project combineert biotechnologie, celbiologie en materiaalonderzoek. Daarbij worden onder meer zeewier en microalgen ingezet als grondstof.
FungCows, onder leiding van Universiteit Leiden, ontwikkelt een bioproces voor melkproteïnen. Het project gebruikt schimmels voor eiwitproductie uit gras. Partners werken samen aan het volledige traject van ontwikkeling tot validatie.
De projecten vallen onder het Nationaal Groeifondsprogramma Cellulaire Agricultuur. Dit programma richt zich op kennisontwikkeling, talent en opschalingsfaciliteiten. In 2023 werd hiervoor 60 miljoen euro toegekend.
Binnen het programma werken publieke en private partijen samen. De resultaten moeten bijdragen aan innovatie en economische ontwikkeling. Nederland wil zich hiermee positioneren als internationaal centrum voor deze vorm van voedselproductie.
Bron: NWO