Landbouw en natuurherstel kunnen wél samen
Ondernemers sociëteit voedingsindustrie
B2B Communications
Wallbrink Crossmedia
Kijk ook eens op

Landbouw en natuurher­stel kunnen wél samen

  • 02 maart 2026

Landbouw tegenover natuur. Zo wordt het debat vaak gevoerd. Verdroging, stikstof, ruimtegebrek; de tegenstelling lijkt vast te staan. Maar vijf jaar onderzoek in drie boerengebieden laat een ander beeld zien. Samenwerken kan. Mits partijen elkaar weten te vinden.

Vertrouwen als basis

Het zogeheten Living Labs-onderzoek, gefinancierd vanuit de Nationale Wetenschapsagenda, draaide in Ooijpolder-Groesbeek, de Alblasserwaard en de Bollenstreek. In regio’s dus waar biodiversiteitsherstel al op de agenda stond. Onderzoekers keken daar wat succesvolle samenwerking mogelijk maakt.

Volgens Hans de Kroon, hoogleraar plantenecologie aan de Radboud Universiteit, wordt het contrast vooral op landelijk niveau uitvergroot. “Maar lokaal verloopt de samenwerking tussen verschillende partijen, zoals boeren, natuurinstanties, gemeentes en waterschappen, veel soepeler.”

In deze gebieden kenden partijen elkaar al. Dat helpt. Er is binding met het landschap en met elkaar. Toch ontstaat samenwerking niet vanzelf. Iemand moet het initiatief nemen. In de Ooijpolder deed Tiny Wigman dat. Niet door boeren te vertellen wat ze moesten doen, maar door vragen te stellen. Waar ben je trots op? Waar wil je naartoe? Is er interesse in natuurherstel? Zo groeide het vertrouwen.

Maatregelen op het erf

De maatregelen vinden plaats op grond van boeren. Logisch dus dat hun kennis wordt meegenomen. In overleg is bepaald waar hagen konden komen, welke overhoekjes geschikt waren voor poeltjes en waar bloemstroken pasten. In de Ooijpolder is uiteindelijk zestig kilometer haag aangelegd.

De effecten zijn snel zichtbaar, zegt De Kroon. Insectenpopulaties leven op. Er ontstaan structuren van planten en voedsel, waardoor insecten zich kunnen verplaatsen en minder geïsoleerd leven. Zitten daar bestuivers en plaagbestrijders tussen, dan kan dat gewassen verbeteren.

Ook loopt er een proef met kruidenrijk grasland. Dat zorgt voor bloemrijke percelen en is minder belastend. Op termijn kan daardoor minder kunstmest nodig zijn.

Geld en vervolg

Financiering blijft een punt. “Een partij vinden die projecten financiert, is telkens weer een uitdaging.” Tegelijk vindt De Kroon het niet vreemd boeren te betalen voor natuuronderhoud en -herstel, net zoals gemeentes en waterschappen geld ontvangen voor beheer.

Het project is afgerond, maar de beweging niet. Tijdens het slotsymposium zaten wethouders uit Nijmegen en Wijchen op de eerste rij. En ook in het Land van Maas en Waal tonen boeren belangstelling. Zoals De Kroon het zegt: “Begin met iets kleins en laat anderen komen kijken.”

Ru.nl

Bron: Radboud Universiteit