De voedingsmiddelenindustrie krijgt volgens FNLI opnieuw hogere kosten te verwerken. De kabinetsplannen zorgen voor extra belastingen, heffingen en nieuwe regels. Volgens de brancheorganisatie verkleint dit de ruimte voor noodzakelijke investeringen. Ook verwacht FNLI dat hogere productiekosten uiteindelijk boodschappen duurder maken.
De plannen volgen in een periode met internationale onzekerheden. Bedrijven kampen al met hoge kosten voor energie en grondstoffen. Ook arbeid, logistiek en verpakkingen vragen steeds grotere budgetten. Daar komen verschillende nationale lasten bovenop. FNLI noemt onder meer de voorgenomen brede suikerbelasting. Ook geldt al een verbruiksbelasting op niet-alcoholische dranken. Verder stijgen accijnzen op alcoholhoudende dranken en verdwijnt het kleinbrouwerstarief. Daarnaast lopen kosten voor water, gas en elektriciteitsnetten verder op. Ook nieuwe reclamebeperkingen zorgen volgens FNLI voor extra regeldruk. Het aangekondigde uitzendverbod raakt bovendien de vleessector en andere ketenpartijen.
Volgens FNLI botsen deze maatregelen met de ambities van het kabinet. Een weerbaar voedselsysteem vraagt juist om langdurige investeringen van bedrijven. Daarbij gaat het om duurzame productie, voedselveiligheid en gezondheid. Ook circulaire verpakkingen en digitalisering vragen de komende jaren investeringen. Bedrijven moeten daarnaast werken aan stabiele en betrouwbare toeleveringsketens. Dat vermindert volgens FNLI de kwetsbaarheid voor internationale verstoringen. De nieuwe lasten beperken volgens de organisatie juist deze investeringsmogelijkheden. Het kabinet vraagt ketenpartijen ook bij te dragen aan landbouwverduurzaming. Volgens FNLI zijn de praktische en financiële gevolgen nog onvoldoende duidelijk.
Nieuwe belastingen en heffingen verhogen volgens FNLI de productiekosten. De organisatie verwacht dat deze kosten doorwerken in boodschappenprijzen. Vooral huishoudens met relatief hoge uitgaven aan boodschappen kunnen dit merken. FNLI waarschuwt daarnaast voor meer aankopen over de Nederlandse grens. Dat kan gevolgen hebben voor bedrijven en banen in grensregio’s. Directeur Cees-Jan Adema vraagt daarom om samenhangend en uitvoerbaar beleid. Bedrijven moeten volgens hem kunnen blijven investeren én concurreren. Daarmee kunnen ze zich beter wapenen tegen internationale verstoringen. Ook klimaatrisico’s en digitale dreigingen vragen volgens FNLI blijvende investeringen.
FNLI vertegenwoordigt circa 500 verwerkende bedrijven en zeventien brancheorganisaties. De organisatie blijft met het kabinet praten over de uitwerking.
Bron: FNLI
Bron: ©vakblad Voedingsindustrie 2026